Kunst

Bij kunst uit Nicaragua denkt men al snel aan de beroemde primitieve schildertechniek uit Solentiname. De priester en dichter Ernesto Cardenal stichtte daar eind jaren zestig van de vorige eeuw een religieuze gemeenschap. Hij maakte de lokale bevolking bewust van hun mogelijkheid tot verzet tegen Somoza’s dictatuur. Ook motiveerde hij boeren de schilderskwast op te pakken en hielp ze daarmee op weg. Een schilderstroming ontstond. Cardenal werd minister van cultuur in de sandinistische periode. Nog steeds is Solentiname een bron van creativiteit. Naast schilderen, bewerken de bewoners ook balsahout.

Carlos en Luis Enrique Mejía Godoy zijn Nicaragua’s bekendste volks- en protestzangers. Ze waren vooral actief tijdens de sandinistische revolutie en schreven het beroemde lied ‘Nicaragua, Nicaragüita’. Ze treden nog steeds op met gitaar en accordeon, onder andere in hun culturele club in Managua, La Casa de los Mejía Godoy. Carlos was tijdens de presidentsverkiezingen in 2006 kandidaat-vicepresident voor de splinterpartij MRS.

Na de beroemde poëet Darío stonden nog meer getalenteerde dichters en schrijvers op. De postmodernisten Salomón de la Selva, Alfonso Cortés en Azarías H. Pallais publiceerden in de eerste helft van de twintigste eeuw. Hierop volgde het vanguardisme, de avant-garde, met vertegenwoordigers als José Coronel Urtecho, Sergio Ramírez en Pablo Antonio Cuadra. De laatste introduceerde typisch Nicaraguaanse populaire en culturele elementen in zijn werk.