Managua

Het huidige Managua werd 6000 jaar geleden al aangedaan door menselijke bezoekers. Dat blijkt uit versteende voetstappen gevonden aan het meer met dezelfde naam. Duizenden jaren later refereert de Spaanse kroniekschrijver Gonzalo Fernández de Oviedo aan de plaats en haar inwoners. In 1529 schreef hij over een gemeenschap met wel 10.000 Chorotega sprekende mensen, een aantal dat volgens hem al snel uitgedund werd na de komst van de Spanjaarden. Het dorp werd in 1819 in de categorie Villa verheven en op 24 juli 1846 in de stadsstand; ciudad Managua de Santiago. Niet veel later volgde de titel ‘hoofdstad’ waarmee men hoopte de eeuwenlange strijd tussen de steden Granada en León te beslechten.

De hoofdstad van het land sinds 1857 heeft een turbulente geschiedenis van rampen en strijd. Die strijd voerden de vroege bewoners al tijdens de Spaanse verovering en rampspoed ervoeren ze toen de Spanjaarden vervolgens hun nederzetting met de grond gelijk maakten. Een ramp van natuurlijke aard voltrok zich in 1931 toen een aardbeving de stad trof . Dit gebeurde weer in 1972. Enkele jaren later volgde een bloedige revolutie tegen de decennialange somozadictatuur en nu, langzaamaan, herstelt de stad zich van alle schade. Niet alles is meer zoals het geweest is; het oude centrum is zwaar getroffen door de laatste aardbeving en ligt er verlaten bij. De kans op herhaling is te groot. Met de gedachte aan risicospreiding creëerde men geen nieuw centrum en dat maakt de stad wat onoverzichtelijk. Toch biedt ze genoeg voor een meerdaags bezoek. Men restaureerde bijvoorbeeld een aantal gebouwen in het oude centrum en zette er nieuwe neer. Er zijn musea, markten en, niet onbelangrijk, haar ruim anderhalf miljoen inwoners. Deze inwoners hebben ondanks of soms dankzij een dramatisch verleden hun feesten en het hoogtepunt daarvan valt tussen 1 en 10 augustus. Dan viert de stad Las Fiestas de Santo Domingo waarbij de straten van Managua zich vullen met parades, muziek, bloemen en mensenmenigten. In de negentiende eeuw was een boer aan het werk met zijn machete in het bergland van Managua. Hij vond het heiligenbeeld van Santo Domingo. Sindsdien kan het twintig centimeter hoge beeldje zich jaarlijks verheugen in een enthousiaste belangstelling.

Het Meer van Managua, in het Nahuatl Xolotlán, is zwaar vervuild. Toch staat het nog steeds garant voor een fraai uitzicht vanaf de malecón, de kade in het oude centrum. Volgens overlevering zou de inheemse bevolking oogstgod Xolotl aanbeden hebben. Als dankritueel zonden zij vanuit de bergen een kano met maïsoogst en een afbeelding van de god naar beneden. Xolotl representeerde ook de maan en hij had een tweelingbroer, Coapol, die voor de zon stond. Naar beide broers zijn de twee grootste meren van Nicaragua genoemd.

Bezienswaardigheden

De bezienswaardigheden liggen voornamelijk in het oude centrum van de stad. De beschrijving hieronder is als een wandeling te volgen vanaf het Lago Xolotlán, het meer van Managua, over de avenida Bolívar. Check voor culturele activiteiten de donderdagbijlage van het dagblad La Prensa.

Aan El Malecón, de kade aan het meer, ligt een lint van restaurantjes, kioskos (drinkgelegenheden) en comedores. Hier ontspant de lokale bevolking in het weekend en wordt er volop muziek gedraaid.

Aan de overkant van de weg ligt de enorme Concha Acústica, een witte, akoestische schelp van 23 m hoog, bedoeld als cultureel podium. Hij is ontworpen door architect en Noord-Amerikaan Glen Small die werkt in organisch-expressionistische stijl gebaseerd op natuurlijke vormen. Het kunstwerk is opgetrokken in 2004 en het project kostte 850.000 dollar. Door deze kosten is het begrijpelijk dat niet iedereen dit project kon waarderen.

Verderop links staat in een omheind parkje het bronzen standbeeld van Simon Bolivar. Hij was de bevrijder van Venezuela, Colombia, Equador, Peru, Panamá en stichter van Bolivia. Rechts tegenover de schelp ligt het Plaza de la Fe Juan Pablo II ofwel het plein van paus Johannes Paulus de Tweede. Het is een groot, schaduwarm plein, met hier en daar wat perkjes met palmbomen. In het midden staat een obelisk, opgericht tijdens de ambtstermijn van president Alemán in 2000. Het monument staat er ter ere van de inmiddels overleden paus die in 1996 zijn tweede bezoek aan het land bracht. Aan de voet zijn naamplaatjes van donateurs ingelegd die streng worden bewaakt; ze laten blijkbaar nogal makkelijk los.

Het moderne, roomwitte Teatro Nacional Rubén Darío staat aan de overkant van de weg. Het is een imposant bouwwerk dat door de reeks lange ranke zuilen een klassiek tintje krijgt. Aan het ontwerp werkten de architecten die ook het operatheater in Sidney en de nieuwe opera Metropolitana in New York ontwierpen. De aardbeving van 1972 beschadigde het gebouw maar onlangs werd het theater hersteld, verstevigd en heropend. Regelmatig treedt hier het dansgezelschap Academia Nicaragüense de la Danza op. Het gebouw is helaas gesloten als er geen voorstellingen zijn. Tegenover het theater, aan de andere kant van de weg, ligt een grindplein waar men regelmatig culturele activiteiten organiseert. Daarnaast vind je het lommerrijke Plaza de la Cultura Republica de Guatemala. Het hiertegenover liggende licht- en donkerblauwe Palacio Correos Jorge Navarro huisvest een postkantoor met telefoon- en faxservice. Daarnaast zijn hier speciale postzegeluitgaven en herinnerings T-shirts te koop. Geopend van 8.00 tot 18.00 uur; op zaterdag van 8.00 tot 16.30 uur en op zondag is tot 17.00 uur alleen de telefoonservice beschikbaar.

De oker- en terrakleurige kiosk of Templo de Música in het Parque -Central draagt een fries met dynamische afbeeldingen. Ze beelden de grote momenten in de geschiedenis van het land uit zoals de verovering door de Spanjaarden. Aan de rand van het parque ligt het mausoleum van de Jefe de la Revolución, leider van de revolutie, comandante Carlos Fonseca Amador. Er ligt een mooie tuin omheen en in het middelpunt daarvan staat een groot portret. Erachter wappert een rij zwart-rode sandinistavlaggen. Ieder jaar op 8 november brengen leden en sympathisanten van de sandinistische partij een eerbetoon aan deze nationale held. In het park vouwen kinderen sprinkhanen van palmbladeren die ze aan voorbijgangers proberen te verkopen.

Naast het Parque Central ligt het Plaza de la República waarvan de oostzijde grenst aan de oude Catedral de Santiago. Dit indruk-wekkende neoclassicistische bouwwerk verrees op de restanten van de oude Santiagokerk en werd ingewijd in 1938. De kathedraal is door beide aardbevingen zo gehavend, dat het te riskant is om binnen rond te lopen. De entree is afgezet en er staan bewakers. De bedoeling is dat dit godshuis gerestaureerd wordt. Ook ligt hier de Fuente Audiovisual, een fontein waarmee men op onregelmatige tijden een licht- en geluidshow geeft.

Aan de noordzijde van de kathedraal ligt het nieuwe Casa Presidencial uit 2000. Het is strak en modern uitgevoerd. Aan de andere kant van de kathedraal ligt het neoclassisistische Palacio Nacional de la Cultura uit 1935. Het is vier jaar na de eerste aardbeving gebouwd en het overleefde een tweede. Hier is de nationale bibliotheek en het Museo Nacional met een fraaie collectie precolumbiaanse vondsten. Openingstijden op maandag t/m vrijdag van 8.00 tot 17.00 uur en op zaterdag en zondag van 9.00 tot 16.00 uur; toegang $2. Ernaast heeft het Instituto Nicaragüense de Cultura, de nationale school voor schone kunsten, een plek gevonden. Je kunt er het werk van studenten bekijken en er hangt volop kunst aan de muur. Ook is er een theatertje voor culturele activiteiten.

Zuidelijk van het Plaza de la República, schuin tegenover het nationaal museum ligt het Centro Cultural de Managua, voor de aardbeving van 1972 het Gran Hotel. De bar van het hotel is nog intact en heet La -Cavanga. De ruimte is aangekleed in fiftiesstijl, inclusief nostalgische foto’s, en er hangt een jazzy sfeertje. Men verzorgt regelmatig live-optredens en de bar is open op donderdag t/m zaterdag van 17.00 tot 24.00 uur (als er op donderdag geen concert is tot 22.00 uur); op maandag t/m woensdag van 11.00 tot 18.00 uur; zondags gesloten. De toegang tot het Centro Cultural is vrij en er exposeren doorlopend kunstenaars; op maandag t/m vrijdag open vanaf 8.00 tot 17.00 uur en op zaterdag van 9.00 tot 16.00 uur; zondags gesloten.

Aan de overkant van de weg staat een ode aan de arbeider. Het is een collage van stukken metaal en schroeven en stelt een man en vrouw met werkattributen voor. Hiertegenover in volle glorie de anonieme soldaat, een arbeider/strijder die herinnert aan het revolutionaire tijdperk met daaronder in het Spaans de tekst ‘Alleen arbeiders en boeren zullen doorgaan tot het eind’. Sla je vervolgens linksaf dan ligt verderop aan de rechterkant het park met El Faro de la Paz, een vuurtoren als monument voor de vrede. Hij is opgericht op initiatief van de regering Violeta Barrios de Chamorro. Zij liet hier na de Contra-oorlog demonstratief duizenden vernietigde wapens begraven. De restanten zijn nog zichtbaar.

Als je terugloopt naar de Avenida Bolívar en linksaf slaat, dan vind je op de hoek aan de rechterkant van de weg een agglomeratie van stokken en plastic zeilen. Een groep daklozen heeft hier op deze manier toch een ‘dak’ weten te creëren. Ertussen ligt als onderdeel van deze gemeenschap een monument. Hier werd de eigenaar van dagblad La Prensa in 1978 neergeschoten. Hij bood in zijn krant volop ruimte aan kritiek op het Somozabewind. Loop een stuk door om vervolgens aan de linkerkant van de weg het Arboretum Nacional Juan Bautista Salas te passeren. Dit park met meer dan 280 verschillende boomsoorten die in het land voorkomen, is vernoemd naar een van de grootste kenners van de Nicaraguaanse flora. De namen van de bomen staan aangegeven op bordjes. Geopend op maandag t/m vrijdag van 8.00 tot 17.00 uur. Ook kun je het hiertegenover gelegen Cementerio San Pedro bezoeken. Op de eerste begraafplaats van Managua werden 150 jaar geleden de slachtoffers van een cholera-epidemie begraven. Ook liggen hier de stoffelijke overschotten van bekende Nicaraguanen zoals generaal José Santos Zelaya (1853-1919) en helden van de slag bij San Jacinto. Men is in 2001 begonnen aan de restauratie van de grafmonumenten. Deze zijn zwaar beschadigd door de aardbevingen van 1931 en 1972. Inmiddels is de begraafplaats tot historisch erfgoed verklaard.

Als je na het Intercontinental hotel linksaf slaat, kom je uit bij de Laguna de Tiscapa. Naast dit kratermeer lag ooit het presidentiële paleis van Somoza. Nu staat als een soort triomf het silhouet van Sandino op de kraterrand. De bekende beeltenis is al van ver te zien. Het kratermeer is helaas vervuild maar vanaf de rand heb je een mooi uitzicht op de omgeving.

Bijzonder zijn de 6000 jaar oude, menselijke voetafdrukken die in de tweede helft van de negentiende eeuw, in de buurt van het meer zijn ontdekt. Het zijn de oudsten ooit gevonden in Midden-Amerika en sinds 1941 worden ze serieus onderzocht. Men vermoedt dat de nomaden op de vlucht waren voor een vulkanische uitbarsting. Naast deze afdrukken zijn er ook sporen van herten, bizons en hagedissen te zien in het museo Las Huellas de Acahualinca. Het museum ligt buiten het historisch centrum in noordwestelijke richting en je kunt een bus of taxi nemen vanaf het Parque Central.

Twintig jaar na de laatste aardbeving die de oude kathedraal zwaar beschadigde, voltooide men de bouw van een nieuwe. De Catedral Metropolitana de la Purísima Concepción is ontworpen door Mexicaan Diego Lagorreta en in een bijzondere, eclectische stijl gebouwd. Bij beschouwers roept hij uiteenlopende gevoelens op. De uitvoering is strak en een afdekkende koepel is samengesteld uit vele kleinere koepels. Vanaf La Rotonda Rubén Darío noordwaarts, richting het meer van Tiscapa.