Politiek

Corruptie en manipulatie

De leider van de Liberale Constitutionalistische Partij (PLC), Alemán, maakte een kapitale fout toen hij zijn vice-president Bolaños uitkoos als zijn opvolger in 2001. Een opeenvolging van presidentiële ambtstermijnen is wettelijk niet mogelijk in Nicaragua. Alemán hoopte echter met Bolaños als opvolger het presidentiële stokje in 2006 weer te kunnen overnemen. Maar het pakte anders uit. Bolaños ontpopte zich als fervent voorvechter van de strijd tegen corruptie. Al in zijn eerste jaar als president maakte hij een eind aan Alemán’s strafrechtelijke immuniteit. Hierdoor kon de ex-president worden veroordeeld tot een twintigjarige gevangenisstraf wegens het verduisteren van overheidsgelden en verkiezingsfraude. Eind 2002 werd Alemán opgepakt. Zijn gevangenisstraf wist hij vanwege gezondheidsredenen om te zetten naar huisarrest.

Het pact

Op grond van een pact met het Sandinistisch Front voor Nationale Bevrijding (FSLN) was Alemán lange tijd onaantastbaar voor justitie. De sandinisten en de PLC zijn sinds jaar en dag geduchte tegenstanders. Toch sloten FSLN-voorman Daniel Ortega en Alemán in 2000 een overeenkomst, die in de volksmond ook wel ‘El Pacto’ heet. Dit pact omvatte de verdeling van sleutelposities op overheidsniveau tussen de twee partijen. Bovendien kregen alle leden van het parlement onschendbaarheid. Verder kregen Alemán, als meest recente ex-president, en Ortega, de als tweede geëindigde presidentskandidaat een zetel in het parlement en dus onschendbaarheid. Dankzij het pact tussen de FSLN en de PLC hoefde noch Alemán, noch Ortega die werd verdacht van seksueel misbruik te vrezen voor vervolging.

Tegenaanval

Bolaños zag er geen been in om na zijn verkiezing de immuniteit van zijn partijgenoot Alemán op te heffen en daarvoor de FSLN in te schakelen. Hij gebruikte sandinistische stemmen in het parlement om dit voor elkaar te krijgen. Alemán kon echter nog altijd rekenen op de steun van een flink aantal afgevaardigden. Zowel van zijn eigen PLC als van het FSLN. Hij ging in de tegenaanval. Eind september 2005 wisten de medestanders van Alemán door wetswijzigingen de immuniteit op te heffen van zes kabinetsleden uit de regering van Bolaños. Deze kabinetsleden zouden zich schuldig hebben gemaakt aan fraude met geld voor de verkiezingscampagne van Bolaños. Ook Bolaños zelf werd verdacht. De zes werden aangeklaagd en het was duidelijk dat hij zou volgen. Hij weigerde de wetswijzigingen te accepteren en een institutionele crisis was het gevolg. Zelfs de internationale gemeenschap, waaronder de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) en de VS, leek het tij niet te kunnen keren.

Rood gevaar

Vooral in de VS vonden ze de situatie zorgwekkend. Washington zag met lede ogen aan hoe hun man Bolaños het vuur aan de schenen werd gelegd door leden van de PLC en het FSLN. De verdeeldheid in de PLC zou de FSLN, ofwel Ortega, in de kaart spelen. In het Witte Huis was men als de dood voor een nieuwe presidentstermijn voor ‘het rode gevaar’ Ortega. Dat die angst niet ongegrond was, bleek uit de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen in november 2004. De opkomst was laag vanwege het geschonden vertrouwen in de liberale regering en daarvan profiteerde de FSLN met een ruime winst. Mede door het pact met Alemán en de PLC zat presidentskandidaat Ortega stevig in het zadel. De VS zouden graag zien dat aan dit machtsblok een einde kwam. Alemán was vanwege zijn frauduleuze praktijken inmiddels persona non grata in Washington. Het ministerie van Buitenlandse Zaken riep de PLC op om afstand te nemen van hun oud-president en de rijen te sluiten.

Agenda’s

Uiteindelijk was het Ortega die toenadering zocht tot Bolaños. Ze kwamen overeen de controversiële wetswijzigingen pas in 2007 door te voeren, dus ná de ambtstermijn van de president. Dit betekende dat Bolaños gevrijwaard bleef van vervolging. Ook de opgenomen inperking van bevoegdheden van de uitvoerende macht zou pas na de presidentsverkiezingen van kracht worden. Binnen twee weken werd de overeenkomst goedgekeurd door het parlement en was de crisis bezworen. Ortega verklaarde zijn ommezwaai als de wil om een einde te maken aan de politieke crisis. Hoogstwaarschijnlijk speelde zijn eigen agenda een grote rol. Inmiddels deed Bolaños, ondanks de goedgekeurde overeenkomst, een voorstel voor een referendum over de omstreden wetswijzigingen. En de PLC probeerde een wet door te voeren die amnestie verleent aan alle beschuldigde en veroordeelde politici van de afgelopen vijftien jaar, lees Alemán. Ondertussen hield een groot deel van de bevolking ternauwernood het hoofd boven water vanwege de slechte economische omstandigheden. Ingrijpende stakingen in het openbaar vervoer en de gezondheidszorg waren aan de orde van de dag. Het was een onstabiele aanloop naar de verkiezingen in november 2006.

Ortega opnieuw aan de macht

Toch kozen de Nicaraguanen na zestien jaar voor de tweede maal FSLN-voorman Daniel Ortega als hun president. Het straatarme deel van de bevolking hoopte op de sociale zegeningen van weleer. Uit de definitieve verkiezingsuitslag bleek dat 37,99 procent van de stemmen toekwam aan Ortega. Eduardo Montealegre van het ALN-PC volgde met 28,30 procent. Door het grote verschil tussen de twee koplopers was er geen tweede verkiezingsronde nodig. Een kandidaat heeft in principe veertig procent van de stemmen nodig voor de overwinning. Maar is het verschil met de nummer twee minimaal vijf procent, dan is 35 procent voldoende. José Rizo van de voormalige regeringspartij PLC moest het met 27,11 procent van de stemmen doen.

Afsplitsingen

Drie mislukte verkiezingspogingen gingen vooraf aan een hernieuwde zege voor de linkse Ortega. Sinds hij in 1990 de fakkel als president overdroeg, was de regeringsmacht voornamelijk in handen van de rechtse Liberale Constitutionele Partij (PLC). Corruptieschandalen deden de reputatie van de PLC geen goed. De gemeenteraadsverkiezingen in 2004 wezen daar al op. Ook toen kwam het Sandinistisch Front voor Nationale Bevrijding, het FSLN, als overwinnaar uit de strijd. Ortega’s grootste rivaal, Montealegre, was de kandidaat van een dissidente afsplitsing van het PLC. Maar ook het FSLN heeft een afsplitsing, de MRS. Niet iedereen in Ortega’s partij stond namelijk achter diens autoritaire leiderschap. De populaire kandidaat van deze splinterpartij, Herty Lewites, overleed in juli 2006 aan een hartaanval. Daarmee was een potentieel verkiezingsgevaar voor Ortega geweken. De plaatsvervanger van Lewites, Jarquín, kreeg slechts 6,29 procent van de stemmen. Montealegre bezocht het FSLN-hoofdkwartier onmiddellijk na de uitslag om Ortega te feliciteren. Hij beloofde dat zijn partij een ‘constructieve, intelligente, eerlijke en democratische’ oppositie zou vormen.

Tegenstanders

Washington was er alles aan gelegen om de verkiezing van Ortega te voorkomen. In de jaren tachtig bleek hij al een obstakel. Het lag dus voor de hand dat de VS een andere presidentskandidaat op het oog hadden. Dit keer was Montealegre favoriet. Washington deed veel moeite om de verdeelde rechterflank onder deze voormalige bankier te verenigen. Dat lukte niet, mede door de invloed van ex-president en PLC-leider Alemán. Ondanks dat Alemán tot twintig jaar cel is veroordeeld wegens corruptie, had hij de touwtjes van zijn partij nog stevig in handen. En hij was niet van plan te gaan samenwerken met de dissidente ex-PLC’er Montealegre. De VS dreigden met het opschorten van financiële hulp als Ortega de verkiezingen zou winnen. Zij zagen hun Latijns-Amerikaanse ‘achtertuin’ met presidenten als Chávez en Lula in een hoog tempo verlinksen.

Berusting

Vlak na de verkiezingen deed ambassadeur voor de VS, Paul Trivelli, nog een zwakke poging om verkiezingsonregelmatigheden aan de kaak te stellen. Hij klaagde over lange wachtrijen en te laat geopende stemlokalen. Ex-president van de VS en democraat Jimmy Carter stond aan het hoofd van een onafhankelijke groep waarnemers. Volgens hem waren de verkiezingen transparant. Uiteindelijk reageerden de VS berustend. Ze gaven aan betrokken te zijn bij het Nicaraguaanse volk en te zullen samenwerken met haar leiders. Zolang hun activiteiten de democratie bevorderen. Toch was niet iedereen gerustgesteld. Op internetfora vroegen Nicaraguanen zich af hoe lang het zou duren voordat Ortega zijn ‘oude meester’ in Cuba, Fidel Castro, ging begroeten. En in hoeverre zijn leiderschap op dat van Chávez in Venezuela zou lijken. De angst voor een linkse radicalisering leefde niet alleen in Washington.

Koerswijziging

Toch lijkt Ortega een andere kant op te willen gaan. Dat bleek tenminste tijdens de verkiezingscampagne. Hij sprak over vrede en verzoening en koos een oude revolutievijand, Jaime Morales Carazo, als running mate. Maar drie jaar geleden al herstelde hij zijn relatie met de katholieke kerk. In het openbaar vroeg hij vergiffenis voor de fouten die het FSLN begaan had tegen de kerk. En het jaar ervoor zocht hij toenadering tot de evangelische gemeenschap. De grootste kentering was echter nog eerder. In 2000 sloot hij het beruchte pact met de toenmalige president Alemán. Door dit pact konden de voormannen van het FSLN en de PLC sleutelposities onder hun eigen mensen verdelen. Veel FSLN-aanhangers zagen deze samenwerking als een verraad aan het sandinistische gedachtegoed. Deze tekenen wijzen erop dat Ortega al lang geleden besloot om het over een rechtse boeg te gooien. Ook niet iedereen heeft zich verbaasd over de steun van het FSLN voor de nieuwe anti-abortuswet. Deze wet die abortus in alle omstandigheden verbiedt, werd twee dagen voor de presidentsverkiezingen aangenomen. Het meest recente signaal van Ortega’s ommekeer is zijn toenadering tot de VS. Na de verkiezingen liet hij hen weten formeel overleg te willen. Washington staat hier niet onwelwillend tegenover.

Afhankelijk

Ortega blijft in zijn beleid afhankelijk van de andere spelers. Met 38 van de 92 zetels in het congres moet hij samenwerken met de PLC (25) of de ALN (22). Twee zetels zijn in het bezit van de als tweede geëindigde presidentskandidaat Montealegre en de afgetreden president Bolaños. De FSLN-afsplitsing MRS, de Beweging voor Sandinistische Vernieuwing, heeft de overige vijf zetels. Dat betekent dat het FSLN en de MRS samen niet de benodigde 47 zetels hebben om een meerderheid te vormen. Ortega moet dus veel partijen te vriend houden, zowel in het binnen- als buitenland. De vraag is in hoeverre dit ten koste gaat van zijn verkiezingsbelofte de bittere armoede van het volk te bestrijden.