Verblijf ter plekke

Contact met de bevolking

Canada en de Verenigde Staten zijn ‘westerse’ landen. De meeste reizigers hebben echter de ervaring dat de mensen er gemoedelijker en minder stug zijn dan in West-Europa. Vooral in de kleinere plaatsen worden vaak leuke contacten opgedaan.

In het Caribische gebied zijn contacten snel gelegd. De ‘losse’, levenslustige en gastvrije mentaliteit van de mensen spreekt vrijwel alle reizigers aan.

In Midden- en Zuid-Amerika bestaat in sommige landen een groot deel van de bevolking uit indianen. Over het algemeen zijn ze erg vriendelijk, maar het is moeilijk verder contact met ze te krijgen. Ze kunnen vaak niet zo goed Spaans of Portugees, omdat dit voor hen in feite vreemde talen zijn. Zij spreken onder elkaar hun eigen taal.

De mensen met gemengd bloed en de blanken zijn veel meer geneigd tot toenadering. Toch zijn ze meer terughoudend dan de bevolking in bijvoorbeeld Azië en Afrika, waar je vaak op straat wordt aangesproken. Als er eenmaal contact is gelegd, gaat dit echter veel dieper en soms is een langdurige vriendschap het gevolg. Wanneer je tijdens een busrit een mede-passagier bijvoorbeeld een stuk fruit aanbiedt is het ijs doorgaans snel gebroken. Door zo’n verrassend gebaar ben je voor de ander opeens geen anonieme toerist meer. Een heel belangrijke factor bij het leggen van contacten is dat je het Spaans of Portugees beheerst.

In Brazilië spreekt men Portugees, in de rest van Midden- en Zuid-Amerika is Spaans de voertaal. In hotels en restaurants is kennis van enkele zinnen Spaans of Portugees in feite voldoende, maar voor gesprekken met de bevolking moet je de taal redelijk kunnen spreken. Bijna niemand kan Engels en bovendien is die taal niet erg populair. Alleen in toeristische gebieden kun je er redelijk mee terecht.

Op verschillende plaatsen in Midden- en Zuid-Amerika kun je taalonderricht krijgen. Bekende voorbeelden zijn Antigua in Guatemala en Quito in Ecuador.

Met name Antigua is een erg goede en leuke plaats voor het leren van Spaans. Er zijn in dit koloniale stadje zo’n veertig taalscholen, die in felle onderlinge concurrentie met elkaar zijn verwikkeld, waardoor de prijzen laag blijven. Je hebt zo’n vier tot zes uur les per dag, vijf dagen per week, met een privé-leraar. Het is mogelijk in de periode dat je les hebt kost en inwoning te krijgen bij een familie. Dit wordt geregeld door de school waar je les krijgt. Hierdoor kun je niet alleen je kennis van het Spaans oefenen, maar krijg je bovendien een goede indruk van het gezinsleven in Guatemala. Wel is het zo dat de ervaringen rond inwoning bij een gezin erg variëren. Het eten kan erg goed zijn, maar ook heel matig en in miezerige porties. Ook zijn er grote verschillen in de kwaliteit van het onderwijs op de verschillende scholen. Het beste is om andere reizigers naar hun ervaringen te vragen.

Reken op US$ 130 per week voor vijf lesdagen van vier uur privéles, inclusief zeven dagen onderdak en eten bij een familie, of zo’n $ 90 per week voor alleen de lessen.

Steeds meer reizigers kiezen voor een taalcursus in Quetzaltenango, in het westen van Guatemala. Doordat deze stad veel minder buitenlandse bezoekers krijgt dan het toeristische Antigua, is het in principe een betere plek om je helemaal op het Spaans te concentreren. Ook komen er steeds meer taalscholen op plaatsen waar reizigers voor langere tijd blijven, zoals San Pedro aan het Atitlánmeer en Monterrico aan de Pacific-kust.

Omdat in Midden- en Zuid-Amerika veel mensen er ‘Europees’ uitzien val je er als buitenlander niet zo op, vooral in gebieden waar weinig of geen Indianen wonen. Dit kun je bevorderen door de kleding te dragen die een groot deel van de bevolking ook aan heeft: een spijkerbroek en een T-shirt!