Architectuur in Noorwegen

Hout heeft altijd een belangrijke plaats ingenomen in de Noorse bouwwereld. Hout was er immers in overvloed. De talrijke, vaak kleurrijke houten vissershuizen, boerderijen, woonhuizen en kerken zijn hiervan het voortdurende zichtbare bewijs. De laatste decennia breken Noorse architecten internationaal door. Ook worden de laatste jaren in Noorwegen opvallende architectonische projecten afgerond.

Staafkerken in Noorwegen

De volledig uit hout opgebouwde staafkerken behoren niet alleen tot het culturele erfgoed van Noorwegen, maar hebben ook een rol gespeeld in de ontwikkeling van het nationale bewustzijn van de Noren. In de 19e eeuw gebruikten romantisch-nationalistisch georiënteerde kunstenaars de godshuizen in hun schilderijen om de eigenheid van Noorwegen te benadrukken.

Ongeveer dertig staafkerken resten nog in Zuid-Noorwegen, er zijn er meer dan duizend geweest. Ze werden gebouwd voor 1300. De meeste kerken zijn gesloopt om in slechte tijden het hout te gebruiken voor andere doeleinden. Het erfgoedbegrip kwam pas in de 19e eeuw.

Sommige staafkerken zijn eenvoudig, ze bestaan uit een schip en een toren. De eenvoudigste staafkerken werden gebouwd door een skelet van verticale palen in de grond te slaan en vervolgens het overige plankwerk eromheen te bouwen. Zelfs het dak rustte op de grondpalen. Deze grondpalen noemt men staanders of staven. Hieraan ontleent de staafkerk (stavkirker) haar naam.

Andere staafkerken zijn complexer. De bouwers maakten in de loop van de tijd gebruik van slimme constructietechnieken, zoals knieverbindingen en Andreaskruisen. De op den duur wegrottende grondpalen werden vervangen door fundamenten. Er kwamen extra ruimten, zoals koren en galerijen. Sommige kerken kregen ornamenten, zoals drakenkoppen, en schilderingen in het interieur, die aanvankelijk ook sober waren. De staafkerken, gebouwd door plaatselijke ambachtslieden, waren gebaseerd op in de rest van Europa gebouwde stenen Romaanse basilieken met hun kruisvormige opbouw, pilaren en boogvensters.

De staafkerken van Borgund en Lom behoren tot de complexere typen. Ze worden druk bezocht. De oudste staafkerk van Noorwegen, die van Urnes, staat op de werelderfgoedlijst van UNESCO. Het houten godshuis van Gol (Hallingdal) is overgebracht naar het Norske Folkemuseum in Oslo. Voor de meeste staafkerken wordt een toegangsprijs gevraagd. Meer informatie: www.stavechurch.org.

Moderne architectuur in Noorwegen

Vóór de Tweede Wereldoorlog duurde het altijd een periode voordat belangrijke bouwstijlen Noorwegen bereikten. De geïsoleerde ligging, het ontbreken van een krachtige en rijke elite en het feit dat het land eeuwenlang een vazalstaat was, waren hier debet aan.

Het gebruik van hout, zo kenmerkend voor de Noorse architectuur, kwam duidelijk tot uiting in eigen ontwerpen die wereldberoemd zijn, zoals de staafkerken, handelshuizen en vissers- en buitenhuizen. De gekleurde houten huizen vormen min of meer de huisstijl van het land.

Na 1945 ontstond een nieuwe generatie architecten, die een sterk stempel op de Noorse architectuur hebben gezet. De bekendste en meest invloedrijke architect is ongetwijfeld Sverre Fehn (1924-2009), die samen met collega’s de architectengroep PAGON voor moderne architectuur oprichtte. Tot de belangrijke bouwwerken van deze oud-hoogleraar architectuur behoren onder meer het Hedmark Museum in Hamar, het gletsjermuseum in Fjærland en het Noorse Museum voor Fotografie in Oslo. Fehn kreeg internationaal lof toegezwaaid voor zijn bijdrage (het Noorse paviljoen) aan de Wereldtentoonstelling in Brussel in 1958.

Architect Niels Torp, die bekend werd met het ontwerpen van kantoren voor luchtvaartmaatschappijen, is actief geweest in Aker Brygge, het voormalig havengebied van Oslo.

De architectenbureaus Lund & Slaatto en Snøhetta behoren tot de meest gerenommeerde in Noorwegen. Lund & Slaatto ontwierpen onder andere het raadhuis van Asker (1964) en Chateau Neuf (1971) in Oslo, het gebouw van de Noorse Studenten Vereniging.

Snøhetta verwierf internationale bekendheid door het ontwerpen van de bibliotheek in het Egyptische Alexandrië. Het bureau grijpt terug op oude Noorse waarden in de architectuur: het gebruik van natuurlijke materialen en respect voor de natuurlijk omgeving. Snøhetta ontwierp onder andere het stadhuis van Hamar (2000), het Kunstmuseum in Lillehammer (1994) en het Operagebouw in Oslo (2008).

Bekende en prachtige moderne architectonische gebouwen zijn onder andere vliegveld Gardermoen, het Sami parlement in Karasjok, de ‘glazen kathedraal’ van Hamar, het Olie-exploratiemuseum in Stavanger, het Fjordcenter in Geiranger, de kerk van Mortensrud (van architect Niels Torp, 2002), Tromsø’s Ishavskatedralen (IJszeekathedraal, gebouwd in 1965).