Aan de Avon River in de provincie Nova Scotia

De afvoer van water vanuit het binnenland naar het Minas Basin in het noordwesten van de Canadese provincie Nova Scotia wordt verzorgd door de Avon River. Deze ligt beschut tegen weersinvloeden en piraten achter een landtong tussen het Minas Basin en het Minas Channel. Daardoor konden aan deze rivier scheepsindustrieën en handelsbedrijven floreren en ontstonden belangrijke plaatsen. Die zijn nu interessant om te bezoeken. Je vindt wat bezienswaardigheden aldaar op deze pagina.

Windsor

Geboorteplaats ijshockey

Eerste interessante plaats is Windsor. Deze stad ligt bij de plek waar de Avon River verbreedt tot een baai. Ze wordt de geboorteplaats van het ijshockey genoemd. Al rond 1800 zou hier een versie van deze sport op een dichtgevroren vijver van de King’s-Edgehill School zijn gespeeld, de Long Pond, gelegen aan 400 College Road.

Reuzenpompoenen

Deze vijver is tegenwoordig op het terrein van de tuinder Howard Dill gelegen, maar is te bezoeken. Op de landerijen er omheen kweekt Dill vooral pompoenen. Diverse keren heeft hij naar verluidt de grootste van de wereld geoogst. De beste tijd om Dills reuzenpompoenen te zien is tussen augustus en oktober.

Hockey Heritage Centre

Over de geboorte en ontwikkeling van ijshockey gaat het Windsor Hockey Heritage Centre. Dat staat aan 128 Gerrish Street en heeft veel foto’s van spelers en teams. Maar er zijn ook hockeysticks en pucks die door Mi’kmaq-mensen zijn gemaakt, verschillende soorten schaatsen en diverse andere voorwerpen die met ijshockey te maken hebben.

Haliburton House Museum

De schrijver Thomas Haliburton heeft half negentiende eeuw dat oude ijshockey beschreven. Hij was advocaat en rechter in Windsor maar hield zich ook bezig met geschiedschrijving en het bedenken van komische verhalen. Zijn boeken over Sam Slick zijn in het Engelse taalgebied heel bekend. In één daarvan gebruikte hij als eerste de nu veel gehanteerde uitdrukking “it’s raining cats and dogs” (in het Nederlands "het regent pijpenstelen"). In het Haliburton House Museum aan 414 Clifton Avenue is daarover van alles te vinden. Het zit in het vroegere woonhuis van de schrijver en is open van begin juni tot half oktober.

Fort Edward

Aan Fort Edward Street staat een restant van Fort Edward. Dat is hier in 1750 gebouwd door Charles Lawrence. Nu is er alleen nog een blokhuis van over, naar verluidt een van de oudste van dat soort bouwwerken in Canada. Open tussen half juni en begin september.

Hantsport

Natuurlijke droogdokken

Aan de westoever van de steeds breder wordende Avon River ligt ten noorden van Windsor het dorp Hantsport. Hier is scheepsbouw belangrijk geweest. Het is een van de weinige plaatsen in de wereld met een natuurlijk droogdok. Dat is te danken aan de getijden van de Bay of Fundy. Als het water zich terugtrekt, vallen grote stukken van de Avon River droog en komen de afgemeerde schepen op de bodem te liggen. Daardoor kan tweemaal per etmaal een paar uur aan huid en kiel worden gewerkt. Een scheepswerf met zo’n droogdok is te vinden aan de oever van de Avon River ten oosten van het centrum van het plaatsje, aan het eind van William Street.

Blue Beach

In de buurt van die scheepswerf ligt ook het strand Blue Beach. Daar zijn fossielen te zien van vissen, planten en amfibieën. Bovendien is er een uitkijkplaats voor het zien van de opkomende vloedgolf uit de Bay of Fundy.

Churchill House

Over de scheepsbouw en de historie van dit plaatsje is het een en ander te zien in Churchill House aan Main Street. Dat is in 1860 gebouwd in opdracht van Ezra Churchill, een van de belangrijkste scheepsbouwers van destijds. Naar verluidt zou Hantsport toen in grootte ’s ?werelds vijfde haven met scheepswerven zijn geweest. Ook de villa zelf is het aanschouwen waard. Op verzoek worden rondleidingen verzorgd. Churchill House and Marine Memorial Room is open van half juni tot eind augustus.

Grand Pré

In 1755 verordonneerden de toenmalige Britse heersers in Canada dat alle Acadische mensen trouw moesten zweren aan de Britse kroon. Na de nederlaag van de Fransen hadden de Engelsen de grootste moeite de Franstalige Acadiërs aan zich te binden. Wie geen trouw beloofde, werd uit Canada weggevoerd. Zie daarover ook de pagina over deportatie bij algemene informatie over het oosten van Canada. Duizenden Acadiërs vluchtten daarop naar wat tegenwoordig de Canadese provincies Prince Edward Island, New Brunswick en Québec zijn. Vele duizenden anderen werden met schepen overgebracht naar het zuiden van de USA, met name naar Louisiana. Nog altijd is daar een grote Franstalige bevolkingsgroep die bekendstaat als Cajuns (van Acadians). In 1763 werden de wreedheid en onjuistheid van deze deportatie ingezien en mochten de Acadiërs terugkeren.

St. Charles des Mines

In Grand Pré bij de monding van de Avon River is een stenen kerk neergezet ter herdenking van deze gedwongen Acadische verhuizing. Hij staat op de plaats van de vroegere Acadische kerk St. Charles des Mines. Die diende in 1755 als een soort gevangenis voor Acadische mannen en jongens voor ze werden gedeporteerd. Het huidige gebouw heeft een expositie hierover. Het park er rond omheen omvat enkele aangelegde tuinen met onder andere een paar eeuwenoude Franse wilgen, een Acadische bron, een dito smidse en een informatiecentrum. Ook staat er een standbeeld van Evangéline. Dat is de fictieve heldin van een gedicht van de schrijver Longfellow, verhalend van de deportatie van de Acadiërs. Een toeristische route van hier tot Yarmouth in het zuidwesten van Nova Scotia is naar haar de Evangéline Trail genoemd. Het geheel is een nationaal historisch monument en is geopend van half mei tot half oktober.

Bestemmingen in de omgeving van Aan de Avon River in de provincie Nova Scotia