Het tweede Verdrag van Parijs en Canada

De onafhankelijkheid van de Verenigde Staten van Amerika werd in september 1783 bevestigd in het tweede Verdrag van Parijs. De noordelijke koloniën bleven vooralsnog tot het Britse rijk behoren.

De erkenning van de VS dreef tienduizenden loyalisten en ontsnapte slaven op de vlucht naar het noorden, naar de Engelse koloniën. Deze loyalisten waren Amerikanen die trouw waren gebleven aan de Britse troon en nu vreesden van landverraad te zullen worden beschuldigd. Zij werden door de Engelsen beloond met stukken land, vooral in wat nu de provincies New Brunswick en Ontario zijn.

Op aandrang van de Amerikaanse loyalisten werd de kolonie Nova Scotia in 1784 in drieën gesplitst. Daarbij ontstonden de koloniën New Brunswick, Cape Breton Island en Nova Scotia. Later, in 1820, werden Cape Breton Island en Nova Scotia weer herenigd. Om groeiende onrust in Québec tegemoet te komen splitste de Britse regering de gecombineerde kolonie Canada in 1791 in tweeën. Het westelijke deel werd het vooral Engelstalige Upper-Canada (nu Ontario). Het oostelijke stuk werd het Franstalige Lower-Canada (nu Québec). Beide kregen een eigen grondwet en een gekozen parlement.