Geschiedenis

De Gallische stam der Tauriniërs gaven hun naam aan Turijn. In de 3e eeuw v.Chr. veroverden de Romeinen heel Noord-Italië, dat zij Gallia Cisalpina noemden. Zij stichtten in deze regio de koloniën Augusta Taurinorum (Turijn), Eporedia (Ivrea) en Segusium (Susa). Omstreeks het jaar 1000 begon de opkomst, aan de westkant van de Alpen, van het geslacht der Savoyes. In 1045 lijfde graaf Amedeo III het gebied ten oosten van de Alpen in, zoals Susa en Pinerolo. Na lange strijd tussen keizer en paus ontwikkelde Savoye zich omstreeks 1400 tot een bufferstaat tussen het Duitse keizerrijk en Frankrijk. Bij de vrede van Utrecht (1713) werd zijn onafhankelijkheid nog eens bevestigd. Het staatje werd nu het koninkrijk Piemonte/Sardinië. In 1786 bezette Napoleon heel Noord-Italië en lijfde Piemonte bij Frankrijk in. Na diens val in 1815 werden de Savoyes in hun macht hersteld. De rest van Noord-Italië kwam onder Oostenrijks gezag.

In de eerste helft van de 19e eeuw vonden er tal van opstanden plaats en ontstond een streven om te komen tot staatkundige eenheid van Italië, waarbij republikeinen zoals Mazzini en Garibaldi optraden en anderen een monarchie onder de Savoyes nastreefden. De liberale paus Pius IX steunde het streven. In het revolutiejaar 1848 probeerde Carlo Alberto van Savoye de Oostenrijkers te verdrijven, maar werd verslagen en opgevolgd door Vittorio Emanuele II. In 1859 wist de premier van Piemonte, graaf Camillo Benso di Cavour de Franse keizer Napoleon III te bewegen tot een oorlog tegen Oostenrijk. Dat land moest Lombardije afstaan, maar de Veneto bleef Oostenrijks.

Intussen had Garibaldi in 1860 Zuid-Italië bevrijd. In 1861 werd Vittorio Emanuele II uitgeroepen tot koning van Italië. De hoofdstad werd Turijn, waar het eerste nationale parlement bijeenkwam, van 1865 tot 1870 in Florence en sinds 1870 in Rome. In 1866 moest Oostenrijk, na de nederlaag tegen Pruisen, de Veneto afstaan. In 1870 werd de kerkelijke staat, na het vertek van de Fransen vanwege de Frans-Duitse Oorlog, bij het koninkrijk gevoegd. Het Vaticaan bleef pauselijk domein.

De waldenzen in Piemonte

De godsdienstige beweging van de 'Armen van Lyon' begon in 1170 na de bekering van de rijke koopman Valdo (Valdus). Zijn volgelingen werden geëxcommuniceerd door de kerk en vervolgd door de staat. Toch breidde de waldenzer beweging zich over Europa uit, vooral naar de Alpendalen van Piemonte en de Dauphiné. Na de hervorming begin 16e eeuw eisten de Franse en Sabaudische overheden afzwering van het afwijkende geloof, wat vooral in 1655 tot massaal geweld leidde. Na verdrijving uit hun dalen keerden de waldenzen in een beroemde voettocht in 1689 daarnaar terug.

Toch moesten velen op de vlucht naar Duitsland en Zwitserland, waar zij ook kerken stichtten. In de 18e eeuw leefden de overgeblevenen in een soort getto's, net als de joden. Pas in 1848 stond koning Carlo Alberto van Savoye religieuze en politieke gelijkstelling toe, een feit dat nog elk jaar op 17 februari wordt herdacht. De waldenzen in Piemonte bleven sterke banden onderhouden met de verwante kerken in de Dauphiné en in Genève. Tegenwoordig is het belangrijkste gebied van de waldenzen het Valle Pellice, westelijk van Pinerolo, met Torre Pellice als hoofdplaats. Daar bevindt zich ook een interessant museum over de geschiedenis van de groepering.