Geschiedenis

Roerik
Roerik op het Milennium monument

Het ontstaan van Rusland

De onmetelijke Russische laagvlakte is sinds de prehistorie door vele verschillende volkeren overlopen, zoals de Goten en de Hunnen. De laatste migratie, die van de Slavische volkeren in de eerste eeuwen van onze jaartelling is voor de huidige situatie de meest bepalende. Sinds die periode is bijna heel Oost-Europa bewoond door Slavisch sprekende volkeren. Het eerste staatsverband op Russische bodem kwam echter tot stand door invloeden van buitenaf. De oorsprong van Rusland als staat ligt namelijk in de tochten van Vikingen, die in de 7e en 8e eeuw over de brede rivieren van de Oost-Europese vlakte vanuit Scandinavië naar Constantinopel reisden.

De krijgshaftige Vikingen waren enerzijds handelaren, anderzijds plunderaars, die onderweg meenamen wat zij zich konden verwerven. Dat ging vaak goedschiks, soms met geweld. Op deze tochten door het woongebied van Slavische volkeren stichtten zij versterkte handelsposten als op- en overslagplaatsen voor hun handelswaar. Die bestond uit honing, huiden en amber, wat zij ruilden tegen goud, zijde, wijn en kruiden. In het noorden was Novgorod de belangrijkste halte, in het zuiden Kiev. Die stad werd in de loop van de 9e eeuw de centrale plaats van het gebied dat de Vikingen, die in de geschiedenisboeken ook bekend zijn als Varangiërs of Varjagen beheersten.

De Vikingen vestigen zich

Ene Roerik uit het Deense Jylland staat te boek als de eerste leider van deze stammen, die vanaf 862 het gebied rond Novgorod beheersten. Volgens 12e-eeuwse kronieken zou hij zijn gevraagd om te bemiddelen in onderlinge twisten tussen Slavische stammen. Deze Roerik was de stamvader van de eerste dynastie heersers over Rusland, die in 1598 uitstierf. De Scandinavische stammen werden Roes genoemd, waarschijnlijk naar het Oud-Noorse woord voor roeiers, rods, zoals zij zichzelf betitelden. De Zweedse gebieden waaruit zij afkomstig waren, het huidige Uppland, staan ook nu nog bekend als Roslagen. Het jaartal 862 komt heel vaak terug in de Russische geschiedenis als het gaat om de oorsprong van het rijk en ook de stichting van vele steden. Dit komt voort uit de oudst bekende kroniek die over deze streken schrijft, de zgn. Nestorkroniek. Dit is een manuscript uit de 12e eeuw dat ook wel bekend staat als het Verhaal van voorbije jaren. Het verhaal is waarschijnlijk geschreven door de monnik Nestor uit het klooster Petsjerska Lavra in Kiev en bevat de christelijk geïnterpreteerde geschiedenis van het Rijk vanaf 850 tot 1110. Overigens is het origineel verloren gegaan. De meeste informatie over de vroegste Russische geschiedenis komt uit deze kronieken.

Het rijk Rus rond Kiev

Roeriks opvolger Oleg werd in 882 de eerste vorst van een rijk in het zuiden rond Kiev. Het bestond uit een losse federatie van Slavische stammen, die werden bestuurd door de over hen heersende Vikingen. De handelsbanden met Byzantium werden bekrachtigd door twee handelsverdragen in de 10e eeuw. Daardoor kreeg langzamerhand het christendom vaste grond in het rijk Rus, vooral door het prediken van monniken uit de Balkan. In 988 koos de vierde vorst uit de dynastie, Vladimir, daarom mede uit politieke motieven voor een huwelijk met een Byzantijnse prinses. Tegelijk werd het Cyrillische alfabet ingevoerd voor de geschreven werken, voornamelijk religieuze teksten. Zijn bekering tot de nieuwe godsdienst en de actieve steun aan de nieuwe Russisch-Orthodoxe kerk leverde Vladimir de bijnaam de Heilige op. Het rijk Roes bereikte onder Vladimirs zoon Jaroslav rond 1040 zijn grootste uitbreiding, toen het strekte van Novgorod tot de noordkust van de Zwarte Zee. Vladimir liet tevens de eerste Russische wetsteksten vastleggen en versterkte de nieuwe grenzen met forten. Hoewel hij zijn vele zoons aanspoorde de eenheid te bewaren verviel het in onderling strijdende vorstendommen.

Mongoolse overheersing

In twee eeuwen daarna zag de Russische vlakte louter oorlog, plundering, moord en verwoesting. Deze voortdurende verdeeldheid maakte Roes in 1237 een gemakkelijke prooi voor de vanuit het oosten invallende Mongolen, die in Rusland Tataren werden genoemd. In een kort tijdsbestek maakten deze Aziaten de voornaamste steden Vladimir en Kiev met de grond gelijk en vestigden een hardvochtig schrikbewind. Bij de gratie van de wrede Mongolen mochten enkele vorsten hun gebied blijven besturen, mits zij voldoende belasting afdroegen aan de ‘Gouden Horde’. De boerenstand kwijnde weg, omdat zij niet meer aan de hoge eisen konden voldoen en verviel in horigheid. Inmiddels was namelijk de voor het agrarische Rusland kenmerkende tweedeling in de sociale structuur ontstaan van bojaren als grootgrondbezitters en de boeren die het land voor hen bewerkten in verschillende gradaties van onvrijheid. Tegelijk met de invallen uit het oosten nam ook de dreiging aan de noordwestelijke kant van het rijk toe. Deense stammen vestigden zich in het midden van de 13e eeuw in Estland en stichtten Tallinn. Zweedse vorsten zochten landuitbreiding rond de Finse golf en Litouwers veroverden uitgestrekte gebieden in het midden van het vroegere rijk Roes.

Aleksandr Nevski

De grootvorst van Novgorod, Aleksandr, verdiende zijn bijnaam Nevski met de overwinning op de Zweden bij de monding van de rivier Neva in 1240. Twee jaar later versloeg hij de troepen van de Teutoonse ridders, die op het bevroren Peipus-meer met hun zware geharnaste bewapening door het ijs zakten. Inmiddels was het zwaartepunt van het rijk Roes naar het noorden verschoven. Kiev was zijn goede handelspositie kwijtgeraakt door het verval van Byzantium en bovendien zelf meermalen verwoest. De vorstendommen Vladimir-Soezdal en vooral Novgorod waren de sterkste en welvarendste centra geworden. Novgorod was aan de greep van de Mongolen ontsnapt door zijn ligging te midden van moerassen en had zo zijn handelscontacten kunnen uitbreiden tot aan West-Europa toe. Eigenlijk zou de eerste versie van het rijk Roes, rond Kiev, dus eerder als een eerste vorm van het land Oekraïne gezien kunnen worden en het nieuwe staatje in het noorden rond Vladimir en Soezdal als de basis voor het huidige Rusland.

Machtsverschuiving naar het noorden

De vorsten van Vladimir-Soezdal betoonden zich onderdanige vazallen van de Mongolen, voor wie zij trouw de schattingen betaalden en belastingen inden. Tegelijk wisten zij hun machtspositie in Roes te vergroten door de steun van de Tataarse opperheerser die in Kazan was gehuisvest. Heel langzaam groeide hun kracht toch zodanig dat zij uiteindelijk tegen hun overheersers konden opstaan toen die door onderlinge twisten waren verzwakt. In 1380 werden de Tataarse legers aan de oevers van de Don door de Moskouse grootvorst Dmitri voor het eerst verslagen.

Binnen het vorstendom Vladimir-Soezdal was de macht langzaam verschoven naar Moskou en het land wordt langzamerhand bekend onder de naam Moscovië. De heilige Sergej van Radonezj speelde bij Russische herrijzenis vanuit Moskou een voorname rol. Hij gaf morele steun aan de wereldlijke heersers bij hun verzet en verdiepte tegelijk het religieuze leven in de Russische kerk. Door zijn inspiratie werden door heel Rusland door zijn volgelingen tientallen kloosters gesticht.

Moskou wordt het nieuwe centrum

Hoewel Novgorod door zijn banden met West-Europese handelaren zijn rijkdom kon handhaven werd het toch langzaam voor de voedselvoorziening afhankelijk van de vruchtbare zuidelijke streken rond Moskou. Rond 1500, toen de kracht van de Gouden Horde in onderlinge twisten was verminderd, boog ook Novgorod voor de toegenomen kracht van Moskou. Ivan III veroverde de stad en liet de buitenlandse handelshuizen sluiten. Vanaf dat moment heersten de vorsten van Moskou over een land dat zich van de buitenwereld ging afsluiten en een volstrekt agrarisch karakter kreeg. Tegelijk groeide de absolute macht van de grootvorst. Ivan III nam als wapen van Rusland de dubbelkoppige adelaar van Byzantium over nadat die stad in 1453 in Turkse handen was gevallen. Daarmee gaf hij te kennen ook de orthodox-christelijke erfenis over te nemen en Moskou te beschouwen als het derde Rome. Tevens maakte hij definitief een einde aan de overheersing van de Mongoolse horden.

Ivan de Verschrikkelijke

Zijn kleinzoon Ivan IV tooide zich als eerste met de titel tsaar, afgeleid van Caesar, maar is meer bekend onder zijn bijnaam Grozny, meestal vertaald als de Verschrikkelijke. Die bijnaam verdiende hij vanwege de wreedheden die hij beging toen hij na de dood van zijn vrouw steeds meer paranoïde en depressief werd. Hij voerde bloedige strafexpedities uit tegen opstandige steden en hield huis onder de edelen, die hij steeds minder vertrouwde. Onder zijn bewind begon eveneens de uitbreiding van Moscovië naar het oosten en het zuiden. Eerst veroverden zijn legers Kazan, de vroegere hoofdstad van de Gouden Horde, daarna volgden expedities tot over de Oeral en naar het zuiden langs de Volga.

De Romanovs komen aan de macht

Kort daarop maakte het rijk een grote crisis door, toen met de dood van Ivans (kinderlijke) zoon Fjodor I in 1598 de dynastie die door de Vikingen was begonnen uitstierf. De regent Boris Godoenov werd als tsaar aangewezen, maar overleed al in 1605. Daarop probeerden adellijke families, geholpen door buitenlandse troepen, steeds een eigen kandidaat op de troon te krijgen. Plotseling doken al overleden zoons van Ivan op die de troon claimden en gingen aanzienlijke geslachten elkaar uitmoorden uit machtswellust. Poolse troepen bezetten enkele jaren Moskou en hielden op die manier wel de Zweden op een afstand. Na 15 jaar burgertwisten en buitenlandse inmenging bevrijdde een volksleger met Kozakken Moskou in 1612 van de Polen, waarna een grote vergadering van edelen, kooplui en geestelijken een nieuwe tsaar koos, de 16-jarige Michaïl uit het geslacht Romanov. Moscovië moest zich langzaam herstellen van de periode van wanorde, die bekend staat als Smoeta (=tijd der troebelen). In het westen was veel gebied verloren aan het Poolse rijk dat steden als Smolensk en zelfs Kiev had bezet en in het noorden was Zweden alle oevers van de Finse golf gaan beheersen.

Peter de Grote

De 17e eeuw is voor het land een rustige tijd met interne stabiliteit. De exploratie van Siberië wordt voortgezet; rond 1650 wordt Irkoetsk gesticht en in dezelfde tijd bereikt men de Stille Oceaan. Koopmansfamilies als de Stroganovs en de Demidovs worden er onmetelijk rijk. De enige woelingen komen van een opstand van Kozakken in de Volga-streek rond 1670 onder leiding van Stenka Razin, die met enige moeite na 4 jaar wordt neergeslagen. Langzamerhand wenden de autocratisch regerende Romanovs de blik weer naar het westen. Deze ontwikkeling vindt zijn hoogtepunt tijdens de regering van Pjotr I rond 1700. De ambitieuze tsaar gaat zelf op reis naar West-Europa om allerhande kennis op te doen op het gebied van scheepsbouw (In de Nederlandse republiek), geneeskunst en wiskunde. Kenmerkend voor zijn streven aansluiting bij het westen te krijgen is de stichting van de stad Sint-Petersburg in 1703. Het moerassige gebied aan de Finse Golf had hij net op de Zweden veroverd. Hij verplaatste zijn hoofdstad van het centrale, maar moeilijk bereikbare Moskou naar de nieuwe stad aan het water. De toegang ertoe verzekerde hij nog meer door ook Estland op de Zweden te veroveren. De ontwikkeling van een eigen marine is symbolisch voor de vernieuwingsdrang van Pjotr, die zijn bijnaam als Peter de Grote ook letterlijk waarmaakte met zijn lichaamslengte van meer dan twee meter. In 1721 nam hij tenslotte de aanduiding Russische rijk in gebruik, om de breuk met het continentale Moscovië helemaal te accentueren.

Stilstand

Na de tijd van de onstuimige Pjotr is de 18e eeuw weer een periode van stilstand. Het hof heerst, de edelen morren af en toe en worden dan verbannen of vermoord, de landadel leidt een vegeterend bestaan op het platteland, een kleine groep kooplieden en handwerkers ploetert zich moeizaam door het bestaan. Werken doen alleen de miljoenen boeren, hun hele leven overgeleverd aan hun heer en levend in dierlijke armoede. Overigens sterft met de dood van Pjotrs dochter Elizaveta in 1762 de Romanov-dynastie uit. Via een Duitse neef die als Pjotr III de troon bestijgt wordt de continuïteit kunstmatig bewaard. Het is echter de vrouw van Pjotr III, een Duitse prinses genaamd Sophie von Anhalt, die haar gemaal afzet en de macht grijpt.

Catharina de Grote

Onder de naam Jekaterina II initieert zij een bloeiperiode in de Russische geschiedenis. Rusland doet de eerste stappen op kunstzinnige grond tijdens haar regeringsperiode van 1762 tot 1796, die haar als Catharina de Grote de geschiedenis doet ingaan. Er worden boeken uitgegeven, theaters gebouwd, muziek gemaakt en schilderkunst en architectuur komen tot bloei. Tegelijk wordt het rijk uitgebreid door gebruik te maken van de verzwakking van de Turken en de Polen. Vooral naar het westen schuiven de grenzen op door de verdelingen van het intern verzwakte Polen. Aan de armoedige situatie van het grootste deel van de bevolking wordt echter niets gedaan. Zij steunt voor haar hervormingen teveel op de adel die ze met allerlei nieuwe bepalingen meer macht geeft. Terwijl Jekaterina’s minnaars als Orlov en Potjomkin de dienst uitmaken komt het in het zuiden rond 1774 dan ook tot een grote volksopstand tegen haar bewind. De rebellenleider Poegatsjov weet Kozakken, weggelopen horigen en lijfeigenen en andere ontevreden minderheden te verzamelen, maar na veldslagen met minstens 100.000 doden wordt de opstand onderdrukt.

Napoleon en de 19e eeuw

De Franse revolutie van 1789 en Napoleon brengen plotseling Europa dichterbij. In 1812 loopt het Franse leger vrij gemakkelijk door naar Moskou, maar na een stadsbrand weet men zich daar geen raad. Bij het verslaan van het terugtrekkende Franse Grande Armee hebben de Russen de hulp van hun barre winter en de troepen van Aleksandr I staan twee jaar later zegevierend in Parijs. Daardoor komen westerse ideeën het voordien zo afgesloten Rusland binnen en die leiden bij de dood van de tsaar in 1825 tot een opstandje van officieren die een modernere staat willen. Dit oproer van de ‘Dekabristen’ sterft echter een snelle dood en het Russische rijk ziet zijn achterstand op het industrialiserende West-Europa groeien. Van de 70 miljoen inwoners waren er 42 miljoen als lijfeigenen overgeleverd aan de willekeur van rijke, adellijke grootgrondbezitters. Ontwikkeling door onderwijs wordt doelbewust tegengegaan, de bijna elke maand voorkomende boerenopstanden worden bloedig onderdrukt. Met die achterstand wordt de Russische leiding hardhandig geconfronteerd in de Krim-oorlog van 1853-1856. Een conflict met Turkije over de zeggenschap van christelijke bezittingen in Jeruzalem loopt uit op een oorlog, waar Frankrijk en Groot-Brittannië troepen sturen naar de Zwarte Zee. De uiteindelijke verliezen bij het gevecht rond de havenstad Sevastopol lopen op tot bijna een miljoen.

Verandering en verzet

Tsaar Aleksandr II besluit het roer om te gooien en het land stapsgewijs te laten aansluiten bij de westerse kapitalistische wereld. Daartoe wordt in 1861 de lijfeigenschap afgeschaft, al levert dat de boeren weinig voordeel. Ze krijgen een klein stuk land, waarvoor ze 49 jaar erfpacht aan de staat moeten betalen en kunnen een groter deel, nodig voor hun bestaansonderhoud, huren of bijkopen tegen prijzen boven de werkelijke waarde. Zo worden de boeren gedwongen geld op te brengen, dan wel hun zoons weg te sturen om in de steden in de opkomende industrie te gaan werken. Met buitenlands kapitaal wordt in de grote steden de industrie op poten gezet. De naar de steden getrokken arbeiders werken 12 uur per dag tegen lage lonen, wonend in overvolle barakken. Toch is Rusland rond de eeuwwisseling nog steeds een agrarisch land met 110 miljoen inwoners, waarvan 97 miljoen boeren op het land wonen en werken. Landarbeid gaat nog met de hand, met houten ploegen, met sikkels en zeisen. Grootgrondbezitters leiden een lui leventje op hun onmetelijke landgoederen. Over dit alles heerste de onaantastbare tsaar, moreel gesteund door de Russisch-orthodoxe kerk. Oproer en ontevredenheid kunnen alleen met harde hand en geheime politie worden gedempt. Toch kunnen zo niet alle samenzweringen worden ontdekt. Vele hoge bestuurders worden vermoord en in 1881 wordt zelfs tsaar Aleksandr II slachtoffer van een dodelijke aanslag. Zijn opvolgers, zoon Aleksandr III en later ook zijn kleinzoon Nikolaj II, reageren met nog hardere onderdrukking.

Verdere expansie

Ondanks al die binnenlandse onrust breidde het Russische rijk zich in de 19e eeuw verder uit, vooral naar het zuiden. De streken van de Kaukasus worden veroverd op Turkije en Perzië, de islamitische rijkjes in Centraal-Azië werden door Russische legers binnengevallen en binnen het rijk gebracht. Op de Balkan tracht Rusland profijt te trekken van de verzwakking van het Osmaanse rijk, maar na militaire successen verhinderen de Britten uiteindelijk een opmars naar Constantinopel. De economische incorporatie van Siberië kreeg gestalte door de aanleg van de Transsiberische spoorweg, die in 1908 de Stille Oceaan bereikte.

Oorlog met Japan en opstand

Hoe zwak echter dat rijk militair was bleek bij het conflict met Japan over de invloedssfeer in deze streken. Japan viel in 1904 onverwacht Port Arthur aan, de Russische haven in China en vernietigde de Russische Aziatische vloot die daar zijn basis had. De Europese vloot vertrok toen zonder veel voorbereiding uit Sint-Petersburg. Op de Noordzee werden enkele Britse vissersschepen beschoten omdat men dacht met Japanners te maken te hebben, waarop de Britten woedend het Suezkanaal voor Russische doorgang afsloten. Tevens werd hen bij de gedwongen rondvaart rond Afrika geweigerd te bunkeren in Kaapstad. Na een reis van bijna 9 maanden kwam de vermoeide vloot in de Stille Oceaan waar zij door de Japanse marine in 2 uur tot zinken werd gebracht. Na een nieuwe nederlaag op het land was Rusland geheel verslagen. Er was inmiddels grote ontevredenheid ontstaan in het land zelf waar grote tekorten heersten. Een demonstratie van een ongewapende menigte naar het Winterpaleis in Sint-Petersburg werd in januari 1905 door het leger bloedig uit elkaar geschoten. De duizenden doden op het plein voor het paleis leidden tot een echte revolutie, waarna de tsaar, Nikolaj II, slechts met moeite en door veel toegeven aan de macht kon blijven. Onder andere kwam er voor het eerst een door de elite gekozen parlement, de Doema, maar dat werd snel door de tsaar naar huis gestuurd toen het te veel eisen stelde.

WO I

In 1914 stortte dit achtergebleven rijk zich in WO I. Er was van alles tekort, uniformen, geweren, munitie. Er waren alleen massa’s ongeoefende boeren-soldaten. Ondanks een eerste opmars telde men eind 1914 al een miljoen doden. In de jaren daarna ging het niet veel beter. De keizerlijke Duitse legers rukten steeds verder Rusland binnen, alleen in het zuiden kon men stand houden tegen de legers van het Oostenrijk-Hongaarse rijk. In het binnenland was er weer van alles tekort en uiteindelijk werd de situatie onhoudbaar. Massale demonstraties en hongeroproeren in maart 1917 in de grote steden werden door onderdelen van het leger gesteund. Uiteindelijk leidde dit tot het aftreden van Nikolaj II en de instelling van een min of meer democratische regering. De Voorlopige regering maakte de fout om de hopeloze oorlog tegen Duitsland voort te zetten, waardoor gebrek, honger en verliezen doorgingen.

De omwenteling van 1917

Van de blijvende onvrede maakte een kleine fractie van de socialistische partij, die zich bolsjewieken (van het Russisch voor meerderheid) noemde, gebruik om de aanhang te vergroten, zeker ook door de bezielende leiding van Vladimir Lenin. Deze uitgeweken socialist was door de Duitsers vanuit zijn verbanningsoord in Zwitserland naar Petrograd vervoerd en wist door bezielende toespraken en duidelijke beloften van vrede, land en brood de aanhang te vergroten. Na een half jaar had deze goed georganiseerde bende zoveel aan kracht gewonnen dat zij op de avond van 6 november 1917 een staatsgreep tegen de Voorlopige regering van de socialist Kerenski kon plegen. Zij vormden een nieuwe regering, stuurden enkele maanden later de democratisch gekozen Doema naar huis en hielden de tsaar gevangen.

Burgeroorlog

Overal in de grote steden namen de bolsjewieken de macht over na de vrij bloedeloos verlopen coup, die de geschiedenis is ingegaan als de Grote Socialistische Oktoberrevolutie (de 13 dagen achter lopende Russische tijdrekening telde toen 24 oktober). Al snel in 1918 ontstond er echter een tegenbeweging van de van hun macht en bezit ontdane adel, hoge officieren en rijkere kooplui. Tsaristische generaals brachten aan hen getrouwe legers in beweging om de nieuwe regering aan te vallen. Deze zgn. Witten werden in de achterhoede gesteund door troepen uit 12 verschillende naties, die om allerlei redenen het nieuwe bewind snel weg wilden hebben. Behalve angst voor het overslaan van een socialistische revolutie naar eigen land was een voorname reden de wens van bv. Britten, Amerikanen en Fransen om de Russische legers actief in de oorlog tegen de Duitsers te houden. Lenin verklaarde echter de oorlog voor geëindigd, liet de soldaten naar huis komen en werd daardoor gedwongen veel land aan de oprukkende Duitsers af te staan. Dat gaf hem echter de handen vrij om de binnenlandse tegenstand te verslaan. Grote organisator van het Rode Leger was Lev Trotski, die met een speciale trein langs alle fronten reisde en de troepen wist te begeesteren door hen voor te houden voor welk doel zij streden. Tegelijk waren harde matregelen nodig om de boeren te bewegen hun voedsel af te staan aan de hongerende bevolking. Het strategisch voordeel lag bij de bolsjewieken, die in het centrum van Rusland korte aanvoerlijnen naar de verschillende fronten hadden, terwijl de tsaristische generaals hun aanvallen onderling ook niet op elkaar afstemden.

Lenin en de bolsjewieken

Na drie jaar van bloedige strijd met aan beide kanten grove moordpartijen en o.a. ook de moord op de tsarenfamilie wisten de bolsjewieken hun bewind te consolideren. Na een moordaanslag op Lenin zelf werd een geheime dienst ingesteld, eerst Tsjeka genaamd, later GROE. Zij evenaarde de tsaristische geheime politie in vervolgingszin. Misoogsten, tegenwerking van de boeren en een verwoeste infrastructuur zorgden voor hongersnoden en massale sterfte, die het aantal slachtoffers in de burgeroorlog nog overtrof. Reconstructie van het verwaarloosde en verwoeste land, waar aan alles gebrek was, kreeg van Lenin in eerste instantie de voorrang. Midden in deze wederopbouwperiode stierf Lenin echter in januari 1924 aan een beroerte en de gevolgen van de mislukte aanslagen.

Stalin

Na zijn dood ontstond in de partij een strijd om de opvolging, waar eerst Lenins adjudant Lev Trotski de logische machthebber leek te worden. Het is echter de minder bekende Georgiër Josif Stalin, die de partij naar zijn hand wist te zetten en in 1927 de nieuwe leider werd. Zeer realistisch stelde hij na het mislukken van allerlei revoluties in West-Europa dat Rusland eerst voor zichzelf moest zorgen. De communistische partij had de macht nu wel stevig in handen, maar het socialisme moest men nog van de grond af aan opbouwen. De grote Westerse landen zagen niets liever dan het verdwijnen van dit in hun ogen duivelse communisme. Om de nieuwe Sovjet-Unie daartegen te verdedigen en een socialistische samenleving te kunnen opbouwen, paste Stalin harde maatregelen toe. Alleen volkomen afsluiting van het vijandige Westen zou saboteurs en intriganten buiten houden en de invloed van het Westers kapitaal tegengaan. Op die manier zou de Sovjet-Unie zichzelf kunnen ontplooien en zou de werkkracht van boer en arbeider aan de man zelf en aan de staat ten goede komen.

Vijfjarenplannen

De regering besloot een plan te ontwerpen om de Sovjet-Unie in vijf jaar een grote economische groei te laten doormaken. De zelfstandige boeren zouden volgens het vijfjarenplan de productie van landbouwproducten sterk moeten verhogen door met behulp van nieuwe machines efficiënter te werken. Daardoor moest ook arbeidskracht vrijkomen om in nieuwe fabrieken te werken, zodat de industriële productie zou toenemen. De praktijk was echter weerbarstiger. Wel werden hoogovens, staalfabrieken, stuwdammen met elektriciteitscentrales en machinefabrieken uit de grond gestampt.

De arbeiders werden tot hard werken aangezet door beloningen in het vooruitzicht te stellen aan degenen die meer presteerden dan volgens het plan was voorgeschreven. De boeren konden echter niet voldoen aan de verwachting dat zij hun productie zouden verhogen. Stalin zag hierin een vorm van verzet en tegenwerking. In 1929 besloot hij de zelfstandige boeren, de zgn. koelakken, te dwingen hun land af te staan en samen te gaan werken in grote collectieve boerderijen. In een socialistische staat paste immers geen privébezit van de grond. De boeren verzetten zich tegen deze collectivisatiepolitiek door bijvoorbeeld hun vee niet in te leveren, maar af te slachten. Als straf werden zij gedeporteerd naar onherbergzame streken in Siberië. Bij deze hardhandig uitgevoerde operatie vielen zeker drie miljoen doden. Een gevolg was ook massale sterfte door de nog steeds bestaande voedseltekorten in het begin van de jaren dertig. Deze ‘Holodomor’ woedde vooral in de rijke landbouwgebieden van Oekraïne en kostte aan zeker 8 miljoen mensen het leven. Ondanks alles ging de productie aanzienlijk omhoog, al was de vooruitgang niet zo groot als Stalin had verordonneerd. Naast deze economische plannen werd in de vijfjarenplannen ook een begin gemaakt met sociale verbeteringen: alfabetisering voor de massa's en universitaire scholing voor specialisten, de arbeidstijd werd verkort, de medische zorg werd gratis en voor iedereen bereikbaar.

Zuiveringen

Stalins achterdocht over tegenwerking en sabotage bleef groot. Ook de aanwezigheid in de top van land en partij van de vroegere kameraden van Lenin voelde hij als een bedreiging voor zijn machtspositie. Toen in december 1934 de tweede man in de partijhiërarchie, Sergej Kirov, werd vermoord, greep Stalin die gelegenheid aan om grootscheeps schoonmaak te houden onder de oude getrouwen uit de tijd van de revolutie. In grote showprocessen bekenden zij hun misdaden, waarna ze werden terechtgesteld. De vervolgingen kostten in de tweede helft van de jaren dertig weer aan honderdduizenden het leven, terwijl nog eens miljoenen naar strafkampen in Siberië werden gestuurd. Zelfs de legertop ontkwam niet aan een grootscheepse zuivering, en dat terwijl de oorlog met het in militaire macht toegenomen Nazi-Duitsland dreigde. Stalin trachtte dan ook een goede verstandhouding met het Westen op te bouwen, maar de westerse democratieën verafschuwden het communisme en waren liever Hitler ter wille, o.a. door Duitse uitbreiding naar Oost-Europa toe te staan.

De Grote Vaderlandse Oorlog

De westerse onwil om samen te werken met de Sovjet-Unie en zijn eigen militaire en economische zwakte brachten Stalin ertoe contact te zoeken met Berlijn. Zo bereikte hij een akkoord met Hitler dat al onmiddellijk in 1939 bij de verdeling van Polen zijn vruchten afwierp. In de eerste jaren van WO II was er zeker sprake van redelijke samenwerking en levering van wapens en grondstoffen, waar vooral Stalin zich nauwgezet aan hield. Toch viel de Duitse Wehrmacht in juni 1941 de Sovjet-Unie binnen, tot grote verrassing van Stalin. In de eerste maanden van die oorlog werd het Rode Leger ver teruggeslagen en begin december stonden de Duitsers voor de poorten van Moskou en Leningrad. Met massale inzet en hulp van de natuur (winterkou en afstanden) werd de Duitse opmars in 1942 afgeremd. Aan het einde van dat jaar werd de Duitse voorhoede bij Stalingrad ingesloten en in januari 1943 tot overgave gedwongen. De definitieve beslissing viel in juni 1943 in de weken durende slag bij Koersk, waar de laatste Duitse aanval werd afgeslagen. Daarmee was afloop van de oorlog bekend. Medio 1944 stond het Rode Leger aan de vooroorlogse grenzen, terwijl de Duitse legers ook in het westen onder druk waren gekomen na de invasie van westelijke troepen in Frankrijk. In april 1945 arriveerde het Rode Leger in Berlijn.

De Koude Oorlog

De Sovjet-Unie had verreweg het grootste aandeel geleverd aan de uiteindelijke overwinning in WO II, maar kon er vanwege de ontzagwekkende verwoestingen en de gigantische verliezen aan mensenlevens niet veel profijt van trekken. Voor de hoognodige wederopbouw ontbraken hen de middelen en van de vroegere bondgenoten Groot-Brittannië en de VS kon Stalin niets meer verwachten nadat de verhoudingen al snel zwaar waren verstoord. Stalin weigerde om in de door het Rode Leger bezette gebieden in Oost-Europa de vooroorlogse regimes in hun macht te herstellen omdat zij in meerderheid samen met de Duitsers tegen hem hadden gevochten. Dat werd door de westelijke geallieerden ondemocratisch geacht en zij weigerden de zwaar getroffen Sovjet-Unie elke economische hulp. Stalin besloot daarna om Oost-Europa geheel in de invloedssfeer van de Sovjet-Unie te trekken.

Zo ontstond de Koude Oorlog, die de wereld een halve eeuw lang met een onoverbrugbare tegenstelling opzadelde. Al liepen de spanningen tussen Oost en West vaak hoog op en stortten beide kampen zich in een gigantische wapenwedloop, tot gebruik van al die wapens in een regelrechte militaire confrontatie is het nooit gekomen. De Sovjet-Unie werd door die spanning jarenlang gedwongen veel van zijn nationale reserves in de opbouw van dat grote wapenarsenaal te steken. Daardoor kwam de opbouw van een consumptiemaatschappij in het gedrang. In Stalins laatste jaren was ook de hernieuwde angst voor een buitenlandse vijand het motief voor een nieuwe golf van vervolgingen en onderdrukking.

Vooruitgang en stagnatie

Na Stalins dood in maart 1953 ontstond er enige ontspanning, zowel binnenlands als in de internationale politiek. Zijn eerste opvolger Chroesjtsjov kon al snel pronken met een aanzienlijke stijging van het levenspeil en grote successen op het gebied van de ruimtevaart. De nadruk bleef echter liggen op ontwikkeling van de zware industrie. Slecht functionerende centrale vijfjarenplannen zorgden uiteindelijk voor een economische stagnatie. In de jaren zeventig en tachtig zagen de bejaarde leiders geen kans om met hun zeer behoudende denkbeelden daarin iets te veranderen. De consumptieve productie raakte verder achterop bij het westen waar de massaconsumptie juist een hoge vlucht nam. Uiteindelijk overheerste desillusie, zowel bij het ambtenarenapparaat, waar inventiviteit verdacht kon zijn, als bij de gewone bevolking, waar men het geloof in de Sovjet-vooruitgang had verloren.

Instorting van de Sovjet-Unie

Vanaf 1985 trachtte de nieuwe jongere leider Gorbatsjov de Sovjet-maatschappij uit het slop te halen met openheid en herstructurering. Hoewel de economie op zich geen grote problemen kende bleek juist dat bij de overgrote meerderheid van de bevolking het geloof in de ideologie met haar ouderwetse leuzen was verdwenen. Het tij was ondanks de lofwaardige pogingen van Gorbatsjov niet meer te keren. De oude garde van de partij probeerde nog via een staatsgreep in augustus 1991 de vroegere orde te herstellen maar bereikte juist het tegenovergestelde. De daverende mislukking van die poging resulteerde in december van dat jaar in de roemloze opheffing van de Sovjet-Unie. Rusland raakte de gebieden die het in eeuwen van expansiedrift had veroverd kwijt aan nieuwe onafhankelijke republieken.

Na het communisme

De overgang naar een nieuwe orde verliep onder de eerste president van Rusland, Boris Jeltsin, met horten en stoten. Alle staatsbedrijven kwamen in privé-handen of werden gesloten, de roebel raakte in een vrije val en werd ettelijke malen gedevalueerd, waardoor ouderen en werklozen spaargeld en zekerheid zagen verdwijnen. Vooral op landbouwgebied ontstond grote stagnatie, aangezien de grote staatsboerderijen maar moeizaam boeren. Daartegenover stond de gigantische verrijking van slimme jongens die staatsbedrijven opkochten en miljarden verdienden met de verkoop van delfstoffen zoals vooral olie en gas. Misdaad, corruptie en onveiligheid in de steden stegen explosief. 

Op politiek gebied waren er grote woelingen op weg naar een min of meer democratisch stelsel met meerdere partijen, die ook wel eens tot schietpartijen rond het parlement leidden. Kortom, Rusland maakte een heftige overgang mee van een strikt geleide planeconomie naar het vrije ongebonden kapitalisme. Tegelijk werden oude zaken hersteld: land werd aan de kerk teruggegeven, vele kerken werden herbouwd en in het wapen van Rusland verscheen weer de dubbelkoppige adelaar, die de tsaren aan Byzantium hadden ontleend.

Poetin als nieuwe tsaar

Een langdurig probleem werd de oorlog in Tsjetsjenië, een republiek in de Kaukasus die onafhankelijkheid wenste en daar met allerlei bloedige aanslagen in Moskou en de Kaukasische regio voor streed. Een theater, de Moskouse metro, een ziekenhuis en een lagere school waren doelwit van de terroristen, die toch hun doel niet bereikten. In de woelige jaren negentig met de weinig krachtdadige leiding van Jeltsin moest Rusland ontdekken wat democratie inhoudt. Na 1999 werd langzaamaan de orde hersteld door een strakkere hand van de door Jeltsin zelf naar voren geschoven Poetin.

Deze oude KGB-er legde de kibbelende maar ineffectieve partijen in de Doema aan banden en voerde een vergaande centralisatie van de macht door. Hij bracht leger, politie, rechtspraak en de provinciale gouverneurs onder zijn controle. De politieke oppositie werd soms met harde hand monddood gemaakt, waarbij het machtsapparaat zich bediende van mishandeling, opsluiting, verdwijning of regelrechte moord op figuren die onwelgevallige informatie verspreidden. Kranten werd het leven zuur gemaakt, trucs uit de oude doos zoals vervalste foto’s en verzonnen verhalen moesten de populariteit van critici inperken. Tegelijk hielpen de stijgende prijzen van olie en gas daarbij om de economische kracht te vergroten. Rusland, dat toch al een lange geschiedenis van autoritaire regimes kent, werd wel minder democratisch, maar met Poetin heeft het weer het aanzien en de mentaliteit van een grote mogendheid terug gekregen. Zijn aanvankelijk onmetelijke populariteit kreeg echter een knauw bij gebleken fraude bij de verkiezingen van december 2011. De generatie jongeren die onder hem hun positie en betrekkelijke rijkdom verwierven is nu, geholpen door de moderne media, in verzet gekomen tegen de ouderwetse machtspraktijken.

Misschien wel onder die druk of door een overmatige neiging om het oude Sovjet-rijk in een andere vorm te herstellen is de buitenlandse politiek van Rusland onder Poetin toch op zijn minst als agressief te betitelen. Het ‘veroveren’ van de Krim op Oekraïne onder de dekmantel van een volksstemming en het steunen van Russisch-gezinde rebellen in het oosten van Oekraïne zijn de duidelijke tekenen van een harde machtspolitiek, die in West-Europa slechts met woorden kan worden tegengegaan.

Andere onderwerpen

  • Bevolking

    Russen op een markt
    Een krimpende bevolkingDe bevolking van Rusland is bijna 143 miljoen, maar vertoont op dit moment het unieke verschijnsel dat het aantal inwoners omlaag gaat. De...
  • De Russische staat

    De beruchtste machthebber van alle, Stalin
    Sinds de Russische revolutie is het (Moskouse) Kremlin het centrum van de macht in Rusland. In de middeleeuwen was het dat ook al, want met de opkomst van Moskou...
  • Natuur, flora en fauna

    Ecologische problemenIn de Sovjettijd behoorde 6 % van het totale grondgebied tot natuurreservaten en nationale parken. Met het verdwijnen van de Sovjet-Unie is...