Oorlog en Interbellum: Het eerste Joegoslavië (1918-1941)

Hoewel Servië een klein land was op het moment dat de Eerste Wereldoorlog uitbrak, konden ze nog relatief lang standhouden tegenover de Oostenrijks-Hongaarse legers. Voorheen was de agressie altijd uit het zuiden gekomen, van de Turken. Ditmaal vochten de Serviërs tegen een macht die van het Noorden kwam. Vechtend aan het noordelijke front, werd Servië in 1914 onaangenaam verrast door de Bulgaarse medestanders van Oostenrijk-Hongarije in het Zuidoosten. Zo werd Servië gedwongen aan verschillende fronten slag te leveren en moest het aan het einde van 1914 en het begin van 1915 dan toch capituleren.

Veel belangrijke politici en legerleiders vertrokken daarop naar Griekenland waar tijdens de Eerste Wereldoorlog een provisorische Servische regering in ballingschap werd gevormd. Met de vrede van Trianon in 1920, gevolgd op de vrede van Versailles, besloten de geallieerden om de Centrale mogendheden zwaar te straffen. Dit betekende dat de “foute” omliggende landen Oostenrijk, Hongarije, Bulgarije en het Osmaanse rijk in grote stukken werden verknipt ten bate aan een nieuw Balkanland: Joegoslavië.

In het nieuwe Joegoslavië, dat als ondertitel “Koninkrijk van Serven, Kroaten en Slovenen” kreeg, werden alle Zuidslavische volkeren (behalve de Bulgaren) bijeengebracht onder de Servische Karadordevic-dynastie. Het Zuidslavische eenheidsideaal, dat al door Mihajlo Obrenovic was gepropageerd en zelfs in de Habsburgse gebieden van Kroatië en Slovenië met enthousiasme was onthaald, was werkelijkheid geworden.

Hoewel er zeker draagvlak was voor dit land, dat de geschiedenis in is gegaan als het “eerste Joegoslavië”, was de politieke ontwikkeling ervan toch vooral een aaneenschakeling van conflicten. Deze liepen niet alleen over nationale lijnen. Zo speelde de tegenstelling stad-platteland een grote rol. Niettemin werd het grote conflictpunt toch de keuze voor een federale of een centralistische staat. Aan de ene kant stonden de Serviërs die liever een geïntegreerd, centralistisch land wilden opbouwen. Een soort Groot-Servië in de structuur zoals ze die kenden van voor de Eerste Wereldoorlog. Aan de andere kant stonden de Kroaten, die angst hadden voor de Servische overmacht en liever vanuit hun eigen hoofdstad Zagreb de regio bestuurden.

Het grote probleem was dat de Serviërs hun manier van regeren hadden geleerd van de Osmaanse sultan en de Kroaten van de Habsburgse keizer. Een democratisch en modern bestuur was beide volkeren sowieso vreemd.

Nadat in 1928 een Kroatische politicus tijdens een discussie in het parlement door het hoofd werd geschoten, besloot de Servische koning Aleksandar Karadordevic een eind te maken aan de ruzie: Hij centraliseerde het land, schafte de facto de democratie af en veranderde de naam van “Koninkrijk van Serven, Kroaten en Slovenen” in “Koninkrijk Joegoslavië”. Vanaf 1929 hadden de Kroaten, of welke andere decentralistische oppositie, niets meer in te brengen.

De koning deed niettemin zijn best toch nog iets van het land te maken. Als Joegoslaaf verdeelde hij het land en liet de districtsgrenzen bewust niet samenvallen met etnische lijnen. Het mocht niet baten. In 1934 werd Aleksandar Karadordevic vermoord in Marseille door een samenzwering van Macedonische revolutionairen en Kroatische fascisten.

Na zijn dood werden de honneurs waargenomen door Aleksandars neef Pavle, die als regent regeerde. Pavle Karadordevic was geliefd; hij liet de touwtjes weer vieren en gaf meer ruimte aan decentralisatie. Politieke gevangenen liet hij los en hij stond open voor nieuwe, moderne geluiden. Deze vrijheid werd gretig gebruikt om nieuwe organisaties en partijen op te richten. De onder Aleksandar Karadordevic streng verboden communistische partij kreeg iets meer ruimte onder Pavle. Veel mensen stapten over naar die partij, geleid door de mysterieuze Josip Broz Tito. Gestaag bereidden zij zich voor op een revolutie in Joegoslavië. In het Kroatische deel werd de Ustaša gesticht, een op Nazisme en Italiaans fascisme georiënteerde groepering die ijverde voor een Kroatische onafhankelijke staat, waar geen plaats zou zijn voor Serviërs, joden, zigeuners en andere niet-Kroaten.

De wat slappe koning Pavle liet zich inspireren en gaf de Kroaten een autonome status binnen de federatie in 1939. Dit Sporazum (“De Afspraak”) tussen de Kroatische leider Vladko Mawek en koning Pavle zorgde voor veel onenigheid in de Servische en Moslimgebieden van Joegoslavië, die met lede ogen toezagen hoe een deel van Joegoslavië werd afgeknipt. Inmiddels wilden zij immers ook hun autonomie. Goedschiks of kwaadschiks.

Vanwege de Anschluss van Oostenrijk aan Hitler-Duitsland lagen opnieuw gevaren op de loer voor het wankele Joegoslavië. In het Noorden vormde zich een niet te vermijden vijand met expansieve aspiraties. Pavle probeerde een reeks onderhandelingen op te starten met de nazi’s, maar werd nauwelijks serieus genomen. In 1941 vielen de Duitse bommen op Belgrado en spoedig erna werd het land ook aangevallen door Bulgarije, Italië, Roemenië en Hongarije – allemaal bondgenoten van Hitler-Duitsland. Het eerste Joegoslavië viel in vele stukjes uiteen.

Gerelateerde onderwerpen