Osmaanse tijd

Grote delen van Servië werden in de loop van de veertiende eeuw ingelijfd bij het Osmaanse rijk. Veel Serviërs uit het zuiden vluchtten naar het Noorden en kwamen terecht in de Habsburgse provincie Vojvodina. Alles ten zuiden van de Donau, inclusief Belgrado, werd Osmaans grondgebied.

Hoewel de Osmanen zeker niet mild waren, kunnen we ook niet spreken van een strenge dictatoriale onderdrukking. Zeker in de beginperiode van de Osmaanse overheersing was er duidelijk vooruitgang merkbaar in het functioneren van de staat. Zeker in vergelijking met het chaotische beleid van daarvoor, waarbij strijdende clans elkaar uit het centrum van de macht probeerden te stoten. Religie was geen conflictpotentieel voor de Osmanen: Christenen en joden werden geaccepteerd als volkeren van “Het Boek” en mochten hun geloof uiten – zij het wel onder toezicht van de overheid. Het enige wat telde was dat alle ongelovigen belasting betaalden, iets waar de moslims van werden vrijgesteld. Zo kwam het dat veel Slaven zich lieten bekeren tot de Islam, uit pragmatische overweging. Deze bekeerde moslims ontwikkelden als vanzelf een sterkere band met de overheersers en vestigden zich in de steden – waar het Osmaanse bestuur of haar vertegenwoordiging zetelde.

Wie overbleven waren de keuterboertjes en lijfeigenen, die op het platteland woonden en hun christelijke achtergrond behielden.

Anders dan de Habsburgers deden in hun eigen Centraal-Europese rijk, stimuleerden de Osmanen geen culturele ontwikkeling bij de onderworpen volkeren. Economische en politieke integratie ging vóór culturele integratie, waardoor grote delen van de Osmaanse bevolking nauwelijks iets meekregen van wat er in Istanbul gebeurde of een flauw benul hadden hoe de Sultan heette. Dit heeft er mogelijk toe bijgedragen dat veel Serviërs hun eigen taal en identiteit hebben behouden in de vroegmoderne tijd. Propaganda of Osmaanse Kulturpolitik bereikte hen immers niet. Waar de Serviërs het meest van merkten, was het Turkse gebruik om jonge jongetjes uit gezinnen weg te rukken en ver van huis op te leiden tot gehoorzame Osmaanse militairen. Als middeleeuwse kindsoldaten werden deze zogenaamde Janitsaren later ingezet om wreed toe te slaan wanneer hun oorspronkelijke families ongehoorzaam waren.

Het machtscentrum in de regio, dat aanvankelijk in Zuid-Servië en Kosovo lag, verschoven de Osmanen weer naar Belgrado. Op de plek waar ooit Singidunum had gestaan bouwden zij een nieuw fort en noemden het Kalemegdan. Vanaf de schier onneembare vesting hadden zij uitstekend zicht op de twee rivieren en konden zij de vijand, de Habsburgers aan de overkant van de rivieren, in de gaten houden.

In die tijd groeide Belgrado opnieuw uit tot een soort van stad. Wie nu in de Belgradose wijk Dorwol loopt, zal nog iets proeven van wat ooit de Turkse wijk was. Die ene eenzame moskee herinnert aan de tijd dat het stadsbeeld van Belgrado bezaait was met vele minaretten die vijf keer per dag het gebed aankondigden. Het Studentenplein (Studentski Trg), aan het begin van het Kalemegdan, functioneerde in de vroegmoderne tijd als een Turkse markt (Pazar), waar joodse, Arabische, Perzische, Slavische en Hongaarse handelaars vanuit het hele rijk hun waar verkochten.

In de zeventiende en achttiende eeuw geraakte het Osmaanse rijk heel geleidelijk in verval. De bestuursstructuren in het reusachtige rijk bleken gevoelig voor corruptie. Het centrale gezag vanuit Istanbul verzwakte, waardoor plaatselijke beys en dahis (lagere adel in het Osmaanse rijk) meer ruimte kregen om het volk uit te buiten en zichzelf te verrijken. Belastingen die bedoeld waren voor Istanbul werden in eigen zakken gestoken en de meer verafgelegen legereenheden begonnen te muiten. De willekeur van de voor-Osmaanse clantraditie vermengde met de Osmaanse corruptie en maakte vooral de arme bevolking tot slachtoffer.

Na eeuwen van verval kreeg het Osmaanse rijk in de negentiende eeuw de naam de “zieke man van Europa” te zijn. Niets functioneerde naar behoren. Het Habsburgse, Russische en Pruisische rijk keken met argwaan naar de zieltogende buurman in het Zuidoosten. Externe oorlogen, maar ook interne conflicten en intriges maakten het Osmaanse rijk tot een eenvoudige prooi.

Eind negentiende eeuw stond in Istanbul een kleine elite op die besloot het land in te richten naar West-Europees model. Die beweging, de Tanzimat, was geïnspireerd door de Franse revolutie en het Duitse nationalisme. Ironisch genoeg sloeg datzelfde idealisme ook tegelijkertijd aan bij de vele Slavi-sche volkeren in het rijk, die besloten zelf naar de wapens te grijpen en voor hun recht op te komen.

Gerelateerde onderwerpen