Onder het communisme

Na de oorlog werd Eduard Beneš wederom president van de Tsjechoslowaakse Republiek. Een van zijn eerste daden was het verdrijven van de 3 miljoen Sudeten-Duitsers uit het land. In 1946 werden de eerste algemene verkiezingen gehouden. De communisten kregen 38% van de stemmen en werden daardoor de grootste partij. Klement Gottwald werd minister-president van een coalitieregering. Hij werd gesteund door Stalin. De communisten streefden naar volledige machtsovername. Er ontstond een regeringscrisis waarna 12 niet-communistische ministers aftraden. President Beneš werd door Gottwald geïntimideerd. Hij werd gedwongen Gottwald een blanco volmacht te geven om een regering samen te mogen stellen. Niet lang daarna trad Beneš af en liet Gottwald zich tot president kiezen. Een van de twee overgebleven niet-communistische kabinetsleden was de minister van Buitenlandse Zaken Jan Masaryk, de zoon van Tomáæ. Op 10 maart 1948 viel hij uit een raam. Hij overleefde deze val niet. Volgens de officiële versie had hij zelfmoord gepleegd, tegenstanders van het regime zeiden dat hij uit het raam gegooid was. Onder invloed van Stalin vonden zuiveringen binnen de partij plaats.

Tussen 1945 en 1948 werden particuliere bezittingen door de staat geconfisqueerd. Niet alleen productiemiddelen maar ook eigen-dommen en spaargelden van burgers werden in beslag genomen.

Na de dood van Gottwald in 1953 kregen achtereenvolgens Zapotocky en in 1957 Antonín Novotny de macht in handen. Onder hun leiding veranderde niet veel. In de jaren zestig ontstond verzet tegen het bewind van Novotny. Hij hield elke vorm van hervormingen tegen en werd hierdoor steeds impopulairder. Op 5 januari 1968 werd hij gedwongen het partijleiderschap over te dragen aan de secretaris van de Slowaakse communistische partij Alexander Dubcek. Eind maart werd Novotny als president opgevolgd door de populaire oorlogsheld Ludvík Svoboda (= vrijheid). Er was een grote mate van persvrijheid en openheid en er leek een socialistische democratie te ontstaan. De Praagse Lente was een feit.

In juli dreigde Brezjnev met ingrijpen als de genomen maatregelen niet zouden worden teruggedraaid. Het volk van Tsjechoslowakije stond echter pal achter de leiders van de republiek. Na diverse waarschuwingen trokken de legers van het Warschaupact op 21 augustus 1968 Tsjechoslowakije binnen. De leiders werden afgevoerd naar Moskou en hervormingsgezinden werden uit de partij gezet. Hevige protesten volgden. Op 16 januari 1969 vond de dramatische protestdaad van de filosofiestudent Jan Palach plaats, hij stak zichzelf op het Praagse Wenceslasplein in brand.

De Tsjechoslowaken oogstten veel bewondering in de wereld door hun geweldloze verzet. De Russen werden daardoor gedwongen de gearresteerde leiders naar hun land te laten terugkeren. In april 1969 werd Dubcek gedwongen af te treden. Hij werd opgevolgd door Gustav Husák, een gewetenloze carrièrejager die alle hervormingen terugdraaide. Het grootste deel van de bevolking liet niet veel van zich horen uit angst voor represaillemaatregelen.

Aan het einde van de jaren zeventig lieten vooral kunstenaars en intellectuelen steeds vaker protesten horen. Uit die gelederen werd Charta 77 geboren. Ondertekenaars van dit manifest drongen aan op naleving van het akkoord van Helsinki, dat mede door Tsjechoslowakije was ondertekend. In dit akkoord worden de elementaire rechten van de mens gewaarborgd. In 1979 werden zes van de oprichters van Charta 77, onder wie de dissidente schrijver Václav Havel, gearresteerd.

Halverwege de jaren tachtig kwam Gorbatsjov in de Sovjetunie aan de macht. Met hem deden de ‘glasnost’ en ‘perestroika’ hun intrede. Hij werd bij een bezoek aan Praag door de bevolking toegejuicht. De Tsjecho-slowaakse leiders voelden zich in de hoek gedreven toen de roep om concrete veranderingen sterker werd. Men wilde herstel van de vooroorlogse parlementaire democratie.

Op 16 januari 1989, 20 jaar na de zelfmoordactie van Jan Palach legde Havel bloemen bij het Palachmonument op het Wenceslas-plein. Havel werd door de politie gearresteerd. Door deze daad groeiden de protesten tegen het communistische bewind.