Staatsinrichting en Economie

Staatsinrichting

Sinds 1 januari 1993 is Slowakije een zelfstandige parlementaire republiek met een president als staatshoofd. Vanaf die tijd heeft het land ook een nieuwe grondwet. De functie van president is voornamelijk ceremonieel. Hij of zij wordt rechtstreeks gekozen voor een termijn van 5 jaar. De uitvoerende macht ligt bij de premier en zijn regering. De wetgevende macht berust bij de Nationale Raad, een parlement met één kamer. De leden van de Raad worden rechtstreeks gekozen, voor een periode van 4 jaar. De premier draagt het kabinet voor. De kiesgerechtigde leeftijd is 18 jaar.

Economie

Tot de Fluwelen Revolutie van november 1989 bepaalde de communistische regering de economische orde in het toenmalige Tsjechoslowakije, dat eens een van de rijkste landen van Europa was. Er werd gestreefd naar een langdurige economische groei, een stijging van de levensstandaard en afschaffing van de sociale klassen. Voor dit doel werd na de Tweede Wereldoorlog steeds meer particulier bezit geconfisqueerd en werden inkomens genivelleerd. Niet alleen bedrijven werden genationaliseerd. Huizen- en grondbezitters moesten hun eigendommen inleveren en van spaargelden mocht maar een klein gedeelte gehouden worden. Prijzen van onder meer openbaar vervoer werden bevroren. Ook andere goederen werden gesubsidieerd.

De economische planning was strak gecentraliseerd. De meeste investeringen werden gedaan in de zware en chemische industrie. Er ontstonden wanverhoudingen tussen het aanbod van goederen en de vraag. Wat men vroeg ontbrak en er was een overschot aan onverkoopbare producten van inferieure kwaliteit. Er was geen werkloosheid maar wel personele overbezetting.

De grote omwenteling begon op 17 november 1989. Niet alleen op politiek gebied waren vele veranderingen merkbaar, ook de economie onderging een gedaantewisseling. Er kwam steeds meer ruimte voor particulier initiatief. De weg naar privatisering werd ingeslagen. Van een centraal geleide economie werd overgegaan naar een vrijemarkteconomie. Dit had grote gevolgen voor de werkgelegenheid en het prijspeil. Tot de omwenteling was er geen werkloosheid (wel personele overbezetting) en werden prijzen door subsidies laag gehouden. Een gevolg van de hervormingen is een toenemende werkloosheid en een snelstijgend prijspeil. De lonen zijn echter niet evenredig omhooggegaan, waardoor het voor steeds meer mensen steeds moeilijker wordt de eindjes aan elkaar te knopen.

In Slowakije zijn veel mensen werkzaam in de agrarische sector. De belangrijkste gewassen die verbouwd worden zijn graan, aardappelen, suikerbieten en oliehoudende gewassen. De meeste veehouders houden varkens en kippen, maar er zijn ook boeren die koeien en schapen houden.

Het land heeft te lijden onder een erfenis van de zware industrie. Tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog werden in Slowakije wapenfabrieken gebouwd. Ten tijde van de Fluwelen Revolutie werkte 10% van de beroepsbevolking in de wapenindustrie. Twee jaar later werd de wapenexport stilgelegd, met als gevolg een enorme werkloosheid in die bedrijfstak.

De communisten bouwden veel fabrieken waar halffabrikaten voor de zware industrie werden gemaakt. Ook werd in Bratislava een enorm petrochemisch complex gebouwd. Ondanks dat het land een aantal bloeiende bedrijfstakken heeft (fabricage van onder meer schoenen, glas, machines en papier) is een economische ommezwaai noodzakelijk. In sommige gebieden is zo’n 25 % van de beroepsbevolking werkloos. Door het beleid van de regering van Meciar bleven buitenlandse inversteerders weg. Na zijn aftreden slaagde de nieuwe regering-Dzurinda erin investeerders aan te trekken, mede door gunstige belastingmaatregelen en de lage lonen. Een van de snelst groeiende sectoren is de automobielindustrie. Veelbelovend lijkt ook het agro-toerisme.