Het Spaanse Hoogland

In het begin van de Middeleeuwen werden in het noorden van Spanje de Moren voor het eerst op grote schaal door de katholieke koningen teruggedrongen. De krijgszuchtige volksaard uit de tijd van deze reconquista, de herovering, laat zich moeiteloos terugvinden in het stugge, afwerende karakter van de meseta, het Centrale Hoogland. Dit Spaanse hartland zinkt ‘s zomers weg in de hitte van de dag; ‘s winters krimpt het ineen in koude vriesnachten.

Met als thuishaven naamloze gehuchten trekken tractoren er moeizaam eindeloze voren in de roodbruine aarde. Als het graan of de zonnebloemen zijn binnengehaald, zoeken schaapherders met hun kuddes de campos, de velden, af naar iets eetbaars. Hun aanwezigheid wordt al van verre aangekondigd door dichte stofwolken waaruit een klagelijk geblaat opklinkt.

In dezelfde eenzaamheid demonstreerde de Kerk van Rome haar macht door de bouw van Spanje’s grootste kathedralen als die van Burgos en Salamanca. Als deze laatste stad in de achteruitkijkspiegel verschijnt, ligt vóór u het in zichzelf gekeerde Las Hurdes, de streek waar de Spaans-Mexicaanse filmregisseur Luis Buñuel in de jaren dertig van de vorige eeuw zijn beroemde, maatschappijkritische film ‘Tierra sin pan’ (Land zonder brood) opnam. Dat brood was er ook in werkelijkheid niet - de filmcrew leed destijds evenveel honger als de plaatselijke bevolking. Toen de Spaanse Burgeroorlog in 1936 uitbrak, vluchtte Buñuel naar Mexico.

Het hart van het Spaanse Hoogland en daarmee van Spanje klopt in Madrid. Van Madrid moet je leren houden. Op windstille zomerdagen zie je al van verre de smog boven de stad hangen. Maar eenmaal op de autovrije Plaza Mayor en slenterend over het Rastro, de befaamde Madrileense vlooienmarkt, wil je nooit meer weg.