Kust van het Licht

Voor wie Spanje niet meer is dan zon, zee en strand, flamenco, wijn en stierengevechten, die krijgt in Andalusië op zijn minst voor de helft gelijk. Langs de Costa del Sol (Zonnekust) zijn de stranden even uitgestrekt als drukbevolkt, en het eten is er alles behalve Spaans; de sangria, de bekende rode Spaanse wijnpunch, is er verworden tot een waterig aftreksel van wat de Spanjaarden zelf thuis drinken.

Het is een hele toer om hier in het hoogseizoen op de bonnefooi nog een betaalbaar hotel of vrije kampeerplaats te vinden. Toeristencentra als Estepona, Fuengirola en Marbella werpen langs de kustwegen hun schaduwen ver vooruit in de vorm van een bijna eindeloze aaneenschakeling van hotels, campings, restaurants en disco's.

Marbella dat vanwege corruptieschandalen en het contigent Russen en Bulgaren dat er de afgelopen jaren is neergestreken wel ‘Chicago aan Zee’ wordt genoemd, slaagt er meer en meer in dat negatieve imago van zich af te schudden. Niet in de laatste plaats dankzij de jarenlange strijd van justitie tegen de corrupte bestuurselite rond voormalig burgemeester, zakenman en voorzitter van Atlético Madrid, Jesús Gil. Onder zijn bewind zijn er in Mabella o.a. illegaal complete woonwijken uit de grond gestampt. De badplaats wint inmiddels weer aan populariteit, niet in de laatstre plaats bij de Spanjaarden zelf.

De Costa de la Luz (Kust van het Licht) die zich vanaf Gibraltar verder langs de Spaanse Middellandse Zee naar het westen uitstrekt, is het spiegelbeeld van de ‘Zonnekust’. U vindt er dezelfde eindeloze stranden, maar ze zijn rustiger en over het algemeen schoner. Zeker, het uitgaansleven is er minder flamboyant en wordt door sommigen als provinciaal bestempeld.

Daar staat tegenover dat de vissersdorpen en badplaatsen veel meer hun oorspronkelijke karakter hebben behouden. In de tapasbars en dorpscafés krijg je nog de originele gazpacho voorgeschoteld, de traditionele koude groentesoep die stijf staat van de knoflook.

Andalusië kent ook tradities die niet de tong maar oog en oor strelen. Daarvan is de flamenco de bekendste. In de volkswijken van Sevilla en Córdoba klinkt hij tijdens lokale volksfeesten weemoedig en hartverscheurend; in de clubs waar de Spaanse middenklasse en de toeristen komen is de existentiële melancholie van de flamenco onderworpen aan de strenge, zielloze regie van de commercie.