De koningen van Polonnaruwa

Marco Polo bezocht Sri Lanka in 1294
Marco Polo bezocht Sri Lanka in 1294

Door de voortdurende aanvallen van de Tamils moest men de hoofdstad Anuradhapura geleidelijk gaan verlaten. In 846 werd Polonnaruwa, 80 km ten zuidoosten van Anuradhapura, de nieuwe residentie. Maar ook deze stad moest door de koningen nu en dan worden prijsgegeven vanwege langdurige broedertwisten en hevige gevechten met binnenvallende Chola's en Tamils uit India. In die gevallen verhuisden de koningen naar een veiliger plaats in het zuiden van het eiland. Toch werd ook Anuradhapura in rustiger perioden soms weer betrokken door het hof.

In 1001 werd koning Mahinda v gevangengenomen en het hele eiland bij het Zuid-Indiase koninkrijk ingelijfd. In 1070 herkreeg het echter door herovering zijn zelfstandigheid. De nieuwe koning, Vijaya Bahu 1, verliet voorgoed de oude en geplaagde hoofdstad Anuradhapura. Bahu i de Grote (1153-1186) gaf het rijk zijn oude grenzen terug, bevorderde de Singalese letterkunde en liet in het hele land rijstvelden aanleggen, evenals stuwdammen en waterbassins voor bevloeiing. Hij maakte van Polonnaruwa een prachtige stad met weelderige paleizen en heiligdommen, omgeven door drie concentrische muren. Om zijn verdiensten voor het geloof wordt hij als een heilige vereerd. Zijn opvolger, Nissanka Malla (1187— 1196), was een gunsteling van Parakrama Bahu en van oorsprong een Tamil. In zijn grootheidswaanzin voerde hij het rijk financieel naar de ondergang door de gebouwen van de hoofdstad te voorzien vaij een ongelooflijke weelde. Twintig jaar na zijn dood vielen de Tamils de hoofdstad binnen en richtten er grote verwoestingen aan. In 1284 stelde Sri Lanka zich onder de bescherming van Khublai Khan, bekend om het gulle onthaal dat deze de Venetiaanse reiziger Marco Polo bereidde. Marco Polo bezocht in 1294 ook Sri Lanka, vijftig jaar later gevolgd door de Marokkaanse historicus Ibn Batuta die een beschrijving gaf van het Tamil-koninkrijk in het noorden en van het Singalese koninkrijk in het zuiden. In de 14de en 15de eeuw waren delen van Sri Lanka in handen van veroveraars uit Zuid-India, Birma, China, Egypte en Maleisië.

Gerelateerde onderwerpen