De Republiek Sri Lanka(1972)

Foto van eerste uitvoerende president van Sri Lanka, Junius Richard Jayawardana (1906-1996)
Foto van eerste uitvoerende president van Sri Lanka, Junius Richard Jayawardana (1906-1996), © Anuradha Dullewe Wijeyeratne

In 1970 werd de partij van Senanayake bij de verkiezingen verslagen; hij trad af minister-president en partijleider. Mevrouw Bandaranaike keerde terug als Premier. Zij had met haar partij een nieuwe coalitie gevormd met de trotskistische Lanka Sama Samaya Party (LSSP) en de Communist Party, gezamenlijk het United Front genaamd. Deze combinatiepartij won de verkiezingen. In 1971 werd de zondag weer ingevoerd als rustdag, maar de poya-dagen bleven bestaan. In datzelfde jaar werden opstanden door het leger en de politie neergeslagen. Op 22 mei 1972 werd Ceylon uitgeroepen tot de onafhankelijke parlementaire republiek Sri Lanka.

Toch wordt tot op heden de oude naam Ceylon nog steeds gebruikt, bijvoorbeeld in namen van overheidsinstellingen. In 1975 moest de LSSP zich terugtrekken 'omdat deze partij een regering binnen de regering vormde'. In 1977 hief mevrouw Bandaranaike de zes jaar bestaande noodtoestand op en liet een aantal politieke gevangenen vrij. Maar ook de communisten traden uit de regering en vormden één front met andere linkse groeperingen. Het aantal grieven tegen de regering-Bandaranaike was groot: corruptie, vriendjespolitiek, vele hoge posten voor familieleden, grote werkloosheid en hoge prijzen. En verder was men zeer verbolgen over het feit dat het parlement regelmatig naar huis werd gestuurd, de persvrijheid werd ingeperkt en de mensenrechten op ruime schaal werden geschonden. De linkse regering- Bandaranaike had plantages en bedrijven genationaliseerd, land verdeeld onder de boeren, progressieve belastingen ingevoerd, consumentencoöperaties opgericht en de invoer van buitenlandse goederen verboden.

Een nieuwe koers

De verkiezingen van juli 1977 brachten de SLFP van Bandaranaike een verpletterende nederlaag toe, evenals het linkse front van de LSSP en de Communist Party. De UNP van Junius Richard Jayewardene behaalde meer dan twee derde van de parlementszetels. In 1978 kwam een nieuwe, liberaal getinte grondwet tot stand. Hierin werd veel macht gedecentraliseerd. Het Tamil mocht voortaan ook onderwezen worden op Singalese scholen. In de economie voltrok zich een radicale ommezwaai. De deuren werden wijd opengezet voor kapitalistische landen. Buitenlandse investeringen werden aangemoedigd door aantrekkelijke belastingvoorwaarden en het scheppen van een vrije handelszone. Voorts werd de prijscontrole opgeheven. De productie steeg en de export nam toe, maar ondanks buitenlandse hulp stegen de prijzen van levensmiddelen veel te snel. De lonen bleven echter laag en de werkloosheid, vooral onder jongeren, groot. Veel mensen waren zeer arm, leefden in krotwoningen en hadden gebrek aan goed voedsel en drinkwater.

Gerelateerde onderwerpen