Oude historische bronnen

Mahavamsa tempel in Sri Lanka
Mahavamsa tempel in Sri Lanka, ©B Balaji

De geschreven, zuiver historische bronnen, beginnen met de Mahavamsa, een manuscript in de met het Sanskriet verwante taal Pali. Het vertelt met veel bijzonderheden de geschiedenis van het eiland vanaf de vijfde eeuw v.Chr. tot het jaar 400 n.Chr. Het werd omstreeks 400 geschreven door de boeddhistische monnik Mahanama op palmbladeren, het materiaal waaruit vroeger boeken en parasols werden gemaakt. In 1836 verscheen de eerste in het Engels vertaalde versie. Twee andere manuscripten (Dipavamsa en Culavamsa) verhalen de gebeurtenissen op het eiland tot 1815, het jaar waarin de laatste Singalese koning door de Engelsen werd onttroond. Voor verdere aanvullingen zorgden de inscripties die door de oudheidkundigen bij opgravingen werden gevonden. Uit al deze gegevens ontplooit zich een geschiedenis van 2300 jaar, een tijd, waarin kunsten en godsdienst konden bloeien, maar waarin ook bloedige oorlogen werden gevoerd.

De komst van Vijaya

In de edelsteenmijnen van Ratnapura zijn sporen gevonden van prehistorische bewoners en van hun primitieve stenen werktuigen. Op andere plaatsen ontdekte men skeletten uit de jonge steentijd. In de vroegste tijden trokken groepen Dravida's uit Zuid-India over de Adamsbrug naar Sri Lanka, waar ze zich vermengden met de oerbewoners, het nomadenvolk van de Vedda's. Deze zijn enigszins verwant aan volken uit de jungle van Zuid-India en de aboriginals, de oospronkelijke bewoners van Australië. De kroniek Mahavamsa vertelt dat in 543 v.Chr. de Indiase prins Vijaya met 700 mensen uit het noordwesten van India naar Sri Lanka kwam, het eiland in bezit nam en er de eerste Singalese dynastie stichtte. Volgens de legende stamde hij af van de leeuw. Hij wordt beschouwd als de stamvader van de 180 Singalese koningen van Sri Lanka. Vijaya trof bij zijn komst op het eiland primitieve stammen aan in de bergen en bossen. Hij vestigde zich bij het huidige Puttalam aan de westkust en bracht de godsdienst en de kunst van de hindoes uit India over. Vijaya was zeer ondernemend en had een grote kennis van de landbouw. Spoedig kwam er welvaart op het eiland en breidde de bevolking zich uit. In 380 v.Chr. werd Anuradhapura de hoofdstad van het Singalese koninkrijk en bleef dat, op enkele onderbrekingen na, tot in het midden van de 9de eeuw. De eerste Europeaan die de hoofdstad bezocht, was waarschijnlijk de vlootaanvoerder van Alexander de Grote. Overigens staan de precieze jaartallen tot aan de komst van de Portugezen in 1505 niet met zekerheid vast.

Gerelateerde onderwerpen