Boeroes

Boeroejongetje en marronmeisje
Boeroejongetje en marronmeisje

Ten westen van het centrum van Paramaribo zijn nog enkele buurten met Hollands klinkende namen als Tammenga, Van Dijk, Stolkbuiten en Engelbuiten, vernoemd naar hun vroegere bezitters. De Hollandse eigenaren van deze stukken land aan de rand van de stad waren nakomelingen van Groningse en Gelderse boeren die halverwege de negentiende eeuw de kolonisatie van Suriname een nieuw leven wilden inblazen. Het gouvernement vreesde dat met de naderende afschaffing van de slavernij de kolonie door gebrek aan arbeidskrachten ten onder zou gaan. Nederland meende het probleem op te lossen door 400 landbouwers naar de volksplanting te sturen. De Surinaamse plantage-eigenaren zagen de nieuwkomers echter als een regelrechte bedreiging van have en goed en wezen ze een zompig stuk land toe in het district Saramacca.

Hollandse boeren

De Hollandse boeren in Suriname doopten hun stuk land Groningen, naar hun geboortestreek, en begonnen vol goede moed het drassige land te bewerken. Maar slechte huisvesting, het onbekende klimaat en gebrek aan drinkwater hadden dood en verderf tot gevolg. Binnen vijf jaar overleed meer dan de helft van de neokolonisten aan tropische ziekten als malaria en gele koorts. Slechts 56 overlevenden durfden de terugreis naar het moederland aan. De 167 achterblijvers kregen beter land toegewezen even buiten Paramaribo. Door hard werken en het leiden van een sober bestaan wisten de boeroes landbouwbedrijven op te richten waar zij vee hielden, en groenten en fruit verbouwden voor de handel met de stadsbewoners. Er was nauwelijks een mogelijkheid om de eigen identiteit te behouden, de groep was te klein om het cultureel erfgoed in stand te houden. Bovendien was het voor de overlevingskansen noodzakelijk om zich zo goed mogelijk aan de Surinaamse samenleving aan te passen.

Klompen

In Suriname zijn verschillende pogingen ondernomen om oud-Hollandse boerenverenigingen in het leven te roepen. De enige tastbare herinnering aan Nederland bleef voor nakomelingen van boerenimmigranten het onlosmakelijk paar klompen aan de voeten van boeren. Met de uitbreiding van Paramaribo na de Tweede Wereldoorlog in westelijke richting kwam de grond van de boeroes in trek. Veel nazaten van Hollandse boeren verkochten hun land met grote winsten en verhuisden als redelijk welvarende burgers van de rand van de stad naar het centrum.

Gerelateerde onderwerpen

  • Chinezen

    Chinese markt in Paramaribo
    Chinezen zijn niet meer weg te denken uit de Surinaamse samenleving, al was het alleen maar vanwege de winkel van omu snesi (oom Chinees) op praktisch elke...
  • Creolen

    Kotomisi, creoolse vrouwen in klederdracht
    In het centrum van Paramaribo staat aan de Dr. Sophie Redmondstraat het standbeeld van Kwakoe. Het beeld stelt een vrijgevochten slaaf voor. Trots toont hij zijn...
  • Hindostanen

    Traditionele Hindostaanse danser
    Na de afschaffing van de slavernij in Suriname in 1863 ontstond al snel een tekort aan arbeidskrachten op de plantages. Om dit tekort op te vangen, werden er...
  • Inheemsen

    Sjamanistisch ritueel onder inheemsen
    De inheemsen in Suriname werden voorheen indianen genoemd. Christoffel Columbus meende immers in Indië te zijn beland en noemde de bevolking die hij in de Nieuwe...
  • Javanen

    Djaran Kepang, Javaanse paardendans
    Multatuli schreef al dat Javanen tevreden zijn met een bordje rijst. Deze levenshouding moeten de Hollandse planters in Suriname aantrekkelijk hebben gevonden....
  • Joden

    Ruïne van de synagoge bij Jodensavanna
    De invloed van de joden op de Surinaamse gemeenschap is nog maar van geringe betekenis. Het aantal joden dat bij een van de twee joodse gemeenten staat...
  • Marrons

    Marronvrouwen in Jawjaw
    Marron is een benaming voor slaven die van de Surinaamse plantages wegliepen. De term is afgeleid van het Spaanse címarron, een benaming voor ontsnapt vee....