Economie

Ten tijde van de militaire dictatuur in de jaren tachtig waren pinaren en hosselen sleutelwoorden als het ging om de Surinaamse economie. Het eerste begrip betekent armoede lijden. Het tweede betekent overleven. Hosselen dekt een scala aan activiteiten waarmee veel Surinamers, vooral in het grijze en zwarte circuit, hun brood proberen te verdienen. Voor de srefidensi, de onafhankelijkheid van Nederland in 1975, kan het economisch leven in Suriname het beste als gemoedelijk worden omschreven. Ondanks het ontbreken van een eigen industrie bij gebrek aan een binnenlandse afzetmarkt (bijna alle goederen worden geïmporteerd), heerste er een sfeer van ‘no span’: maak je niet druk. Kasverschillen in het Surinaamse huishoudboekje werden altijd door Nederland aangevuld. Lanti (de overheid) en de kerkelijke instanties zorgden voor de noodzakelijke voorzieningen als onderwijs en gezondheidszorg.

Nu de ontwikkelingsrelatie tussen Nederland en Suriname wordt afgebouwd richt Suriname zich vooral op de eigen natuurlijke hulpbronnen olie, hout, goud en bauxiet. Daarnaast knoopt de Surinaamse regering, die vanwege een drugsveroordeling van president Bouterse met Nederland op gespannen voet staat, banden aan met veelal niet westerse landen.

Onderwerpen

  • Grondstoffen

    Bauxietverwerking in Paranam
    BauxietSinds jarenlang is de opbrengst uit de bauxietsector een spil van de economie. In tegenstelling tot de vele ambtenaren mogen werknemers van het...