Libanezen

Meer nog dan de Chinezen zijn de paar honderd Libanezen die zich in de loop der jaren in Suriname hebben gevestigd opgegaan in de samenleving. De Surinaamse Libanezen kwamen vrijwillig en zijn nooit als contractant op een van de plantages tewerkgesteld. Hun identiteit als groep is inmiddels grotendeels verloren gegaan, maar hun aanwezigheid in Suriname is nog af te lezen aan de gevels van een aantal (stoffen)winkels in de binnenstad: Beirouth Bazaar, Moussi Issa en Brohim. De Libanezen in Suriname zijn altijd sterk vertegenwoordigd geweest in de textielhandel. De band met Libanon is vervaagd. Scholing en opleiding onder de jongeren heeft tot verwesterlijking geleid. Veel jongeren spreken geen Arabisch meer en zijn naast de traditionele textielhandel nu ook elders werkzaam.

Geschiedenis

De aanwezigheid van Libanezen in Suriname is op zich niet verwonderlijk. Emigratie vanuit Libanon is een bekend verschijnsel. Opvallend is dat de meeste emigranten in hun geboorteland een ambachtelijk beroep hadden en in het nieuwe land hun heil zochten in de handel. De eerste immigrant in Suriname is waarschijnlijk de heer Karkabé geweest, die een bekende handelszaak, Au Bon Marché, aan de Watermolenstraat te Paramaribo had. Vanaf 1890 tot ver in de twintigste eeuw kwamen er regelmatig kleine groepjes Libanezen naar Suriname, aanvankelijk vanuit het Franse buurland, maar later rechtstreeks vanuit het Midden-Oosten.

Omdat het bedrijfsleven in Suriname al verdeeld was onder de verschillende bevolkingsgroepen begonnen de meeste Libanezen als marskramer in de districten en in de stad, waar zij te voet of met een ossenkar garen en band aan de man brachten. Van marskramer werden zij marktkooplui, met vaste standplaatsen. Uiteindelijk groeiden deze dagkraampjes uit tot een reeks stoffenwinkels in Paramaribo. Door een sterke groepsband beheersten de Libanezen met een eigen import- en distributieorganisatie binnen korte tijd de textielbranche. Verkoopfilialen werden opgezet die door familieleden en aangetrokken landgenoten uit Libanon werden bemand.

De sterke familieband en groepsbinding onder Libanezen in Suriname is lang de grondslag voor hun succes geweest. Momenteel is ongeveer eenderde van de textielmarkt een Libanese aangelegenheid. De eerste generatie Libanese immigranten trouwde niet buiten de eigen groep. Huwbare kandidaten liet men uit het moederland overkomen, hetgeen de sociale band onder de Libanezen versterkte. Door aansluiting bij de rooms-katholieke kerk kwamen de Arabieren in contact met andere bevolkingsgroepen en is het onderling huwen afgenomen. Tegenwoordig is het merendeel van de jongeren niet meer van zuiver Libanees bloed.

Gerelateerde onderwerpen

  • Boeroes

    Boeroejongetje en marronmeisje
    Ten westen van het centrum van Paramaribo zijn nog enkele buurten met Hollands klinkende namen als Tammenga, Van Dijk, Stolkbuiten en Engelbuiten, vernoemd naar...
  • Chinezen

    Chinese markt in Paramaribo
    Chinezen zijn niet meer weg te denken uit de Surinaamse samenleving, al was het alleen maar vanwege de winkel van omu snesi (oom Chinees) op praktisch elke...
  • Creolen

    Kotomisi, creoolse vrouwen in klederdracht
    In het centrum van Paramaribo staat aan de Dr. Sophie Redmondstraat het standbeeld van Kwakoe. Het beeld stelt een vrijgevochten slaaf voor. Trots toont hij zijn...
  • Hindostanen

    Traditionele Hindostaanse danser
    Na de afschaffing van de slavernij in Suriname in 1863 ontstond al snel een tekort aan arbeidskrachten op de plantages. Om dit tekort op te vangen, werden er...
  • Inheemsen

    Sjamanistisch ritueel onder inheemsen
    De inheemsen in Suriname werden voorheen indianen genoemd. Christoffel Columbus meende immers in Indië te zijn beland en noemde de bevolking die hij in de Nieuwe...
  • Javanen

    Djaran Kepang, Javaanse paardendans
    Multatuli schreef al dat Javanen tevreden zijn met een bordje rijst. Deze levenshouding moeten de Hollandse planters in Suriname aantrekkelijk hebben gevonden....
  • Joden

    Ruïne van de synagoge bij Jodensavanna
    De invloed van de joden op de Surinaamse gemeenschap is nog maar van geringe betekenis. Het aantal joden dat bij een van de twee joodse gemeenten staat...
  • Marrons

    Marronvrouwen in Jawjaw
    Marron is een benaming voor slaven die van de Surinaamse plantages wegliepen. De term is afgeleid van het Spaanse címarron, een benaming voor ontsnapt vee....