Richting Noord

Het visserstrand van Braamspunt
Het visserstrand van Braamspunt

Braamspunt en Pomona

Een Surinaams dagje uit in de sfeer van zon, zee en strand kan leiden naar Braamspunt. Dit driehoekig stukje zandstrand ligt op de noordwestelijke punt van het district Commewijne en wordt omgeven door de Atlantische Oceaan en de Surinamerivier. Hier geen strandtenten en ligbedden, maar veel aangespoeld materiaal en rommelige hutten van (illegale) Guyanese vissers. Bij laag water kunt u tussen het sprokkelhout door een aardige strandwandeling maken. Denkt u wel aan een hoofddeksel, want tegen de pierende (felle) zon biedt Braamspunt nergens bescherming.

Ooit was Braamspunt een steunfort voor het verderop gelegen Fort Nieuw Amsterdam. Vanaf het strategische stuk strand werden indringers en zeerovers waargenomen en indien nodig aangevallen. De huidige naam van de landtong is een verbastering van het Engelse Byam’s Point, genoemd naar kolonel William Byam, die rond 1650 diende onder Francis Willoughby, de eerste kolonisator van Suriname. Bij de Zeeuwse opvolgers van Willoughby lag de naam Braamspunt makkelijker in de mond. In plaats van militair geschut staat er nu regelmatig een hijskraan op Braamspunt. Er is in de stad immers een constante vraag naar zand voor de ophoging van wegen en erven. Maar door natuurlijke afzetting spoelt het afgegraven zand gelukkig weer aan. Het strand wordt bewoond door garnalenvissers die er hun sarasara (kleine garnalen) op rieten matten laten drogen. In de avonduren beginnen de muskieten en mampira (piepkleine muggen) uit het omringende mangrovebos te steken. De enige remedie tegen de jeuk is een fikse borrel; vandaar het grote aantal lege flessen op het strand.

Pomona

Tien minuten varen vanaf Braamspunt ligt aan de monding van de Jonkermanskreek het Surinaamse vissersdorp Pomona. De overwegend Javaanse bevolking houdt zich bezig met de fuik- en lijnvisserij. In de droge tijd worden er voornamelijk garnalen gevangen. Om de garnalen te conserveren worden de beestjes gekookt en gedroogd. Garnalen van miniformaat met een lange houdbaarheidsdatum zijn het resultaat. Tijdens de rest van het jaar wordt vis gevangen. De vangst wordt gezouten en in de zon gedroogd of gebarbakot (gerookt).

Bereikbaarheid: Met een zogeheten tentboot zijn Braamspunt en Pomona vanaf Leonsberg, een wijk in Paramaribo-Noord, binnen een uur varen bereikbaar. Over de prijs moet onderhandeld worden. Verscheidene touroperators organiseren dagtochten naar Braamspunt, eventueel gecombineerd met een bezoek aan Fort Nieuw Amsterdam en een of meer plantages aan de Commewijnerivier. Ook is het mogelijk dolfijnen te bekijken in de monding van de Surinamerivier. Het gaat hier om de Guianadolfijn, in Suriname profosu genoemd. Sommige bootsmannen weten niet alleen feilloos dolfijnen te traceren (op Hindostaanse muziek!) maar ook hoe ze diervriendelijk te benaderen. De stichting Green Heritage Fund Suriname doet aan onderzoek en daarmee aan behoud van de Surinaamse dolfijnenpopulatie. Voor informatie: www.greenfund.sr.org.

Fort Nieuw Amsterdam

Niet ver van Paramaribo, op de plaats waar de Surinamerivier en de Commewijnerivier samenvloeien, ligt Fort Nieuw Amsterdam. Na een restauratie aan het eind van de jaren zestig van de vorige eeuw werd het 18e-eeuwse fort ingericht als openluchtmuseum en kreeg Suriname er een toeristische attractie bij. Wandelend door het gras zult u zich misschien afvragen waar het museum en de daarbij behorende collectie zich bevinden. Het museum ligt verspreid over de uitgestrekte grasmat binnen de vijfhoekige wallen van het verdedigingswerk. Het uitstapje is zeker de moeite waard, al was het alleen maar voor de landelijke omgeving van het Commewijnedistrict of voor het uitzicht over de rivieren en de oceaan vanaf een van de bastions van het fort.

Geschiedenis

De verdediging van de rijkdommen van Suriname heeft de bestuurders altijd voor een probleem gesteld. In een periode dat Europese mogendheden zich bezighielden met piraterij en landje veroveren was het zaak de kolonie zo goed mogelijk te verdedigen. Rond 1630 werden de eerste plantages dan ook gevestigd aan de bovenloop van de Surinamerivier; ver van de oceaan en daardoor moeilijk bereikbaar voor zeeschepen. Ter beveiliging van deze plantages werd aan de benedenloop van de rivier Fort Zeelandia aangelegd en ontstond daar het dorp Paramaribo.

Toen het lage kustgebied ten noorden van Fort Zeelandia door inpoldering geschikt werd voor landbouw, verloor het verdedigingsbolwerk zijn functie als beschermer van de kolonie. De vroegere toegangspoort van de volksplanting werd nu omringd door plantages en schoot haar doel voorbij. Een dichter bij zee gelegen fort werd een dringende noodzaak. In 1734 werd door gouverneur Jacob de Chousses de eerste steen gelegd voor een nieuw fort op het strategische punt waar de Commewijne- en Surinamerivier samenkomen. Het werk vorderde echter traag. De klei ter plaatse bleek te zilt voor de aanmaak van bakstenen. Bovendien moest het brandhout voor de steenbakkersoven van te ver worden aangevoerd. Uiteindelijk werden de stenen voor de kruithuizen, de regenbak en de sluis uit Holland geïmporteerd, waardoor het fort pas in 1747 opgeleverd werd.

De moeizame bouw van het fort op de moerassige grond mocht dan wel een staaltje van Nederlandse volharding zijn, maar werd niet door iedereen gewaardeerd. Gouverneur Mauricius (1742-1751) schreef: , ‘In ’t geheel zie ik die fortresse aan met oogen van verdriet, als een lastig houkind, zonder dat het nut ooit geproportioneerd zal weezen na de kosten.’ Mauricius kreeg gelijk. Fort Nieuw Amsterdam werd ondersteund door de omringende versterkte vestingen Leyden, Purmerend en Braamspunt, maar dit mocht niet voorkomen dat de Engelse admiraal Seymour in 1799 het fort zonder slag of stoot in handen kreeg. De tweede nederlaag op de Engelsen volgde op 30 april 1804.

Door het verval van de plantages verloor Nieuw Amsterdam uiteindelijk zijn betekenis als fort. In 1907 werd het verdedigingsbolwerk opgeheven. Het kreeg een nieuwe bestemming als bestuurscentrum van het district Commewijne en jaren later als openluchtmuseum Nieuw Amsterdam. Voor toegang tot het openluchtmuseum moet u een klein bedragje betalen. U mag dan vrij in het parkachtige complex rondlopen. Het robuuste kruithuis is soms ingericht als kunstexpositieruimte. De in 1982 gesloten strafgevangenis maakt onderdeel uit van het eigenlijke museum dat in prenten en voorwerpen een beknopt overzicht toont van de ontdekking van Suriname en de periode van slavernij. De kale muren van de voormalige cellen zijn hier en daar versierd met blonde pin-ups en populaire voetballers uit vergane tijden. Bij het trefpunt van de Commewijne- en de Surinamerivier is het uitzicht schitterend.

Openluchtmuseum Fort Nieuw Amsterdam, Wilhelminastraat, Nieuw Amsterdam, tel.: 0322227, www.fortnieuwamsterdam.com. Het museum is per veerbootje vanaf de steiger te Leonsberg bereikbaar, fietsen mogen mee op de boot. Sportievelingen kunnen na een bezoek aan Nieuw Amsterdam een fietstocht door het district Commewijne maken. Met de auto rijdt u over de brug over de Surinamerivier, bij de politiepost in het plaatsje Meerzorg volgt u de wegwijzer. 

Bestemmingen in de omgeving van Richting Noord

  • De Afobakaweg

    Overblijfselen van de synagoge te Jodensavanna
    Na de fabrieken te Paranam zo'n 40 kilometer ten zuiden van Paramaribo loopt een 67 kilometer lange weg rechtstreeks naar de stuwdam te Afobaka. De weg wordt...
  • Pad van Wanica

    Voorraadkamer in traditionele marronwoning
    Om het Hindostaanse volksdeel in Suriname tegemoet te komen, is het Pad van Wanica officieel omgedoopt tot Indira Ghandiweg, maar die naam wil niet ingeburgerd...