Zoogdieren

Jonge luiaard
Jonge luiaard

Zoogdieren laten zich in Suriname niet makkelijk zien. De zoogdierfauna kan grofweg worden onderverdeeld in jachtwild, groot wild en overige.

Het grootste doelwit van een jager is de tapir (bofru), die 250 kg kan wegen. Het vlees van een tapir is nogal taai, maar een binnenlandbewoner kan niet al te kieskeurig zijn. Overigens laat het grootste landzoogdier van Suriname zich maar zelden zien. De tapir is in grote delen van Zuid-Amerika praktisch uitgeroeid. Veel voorkomend zijn wilde zwijnen, zoals de pingo en de pakira. Pingo’s zijn goede waakhonden. Voor hun grote tanden, waarmee ze dreigend kunnen klapperen, slaat iedere belager op de vlucht. De pakira is een kleiner bosvarken en te herkennen aan de wit getekende halsband in de stekelige vacht. Ook het Surinaams konijn, de aguti of konkoni, vormt een geliefde prooi. Aguti’s zijn knaagdieren van ca. 40 cm. Ze leven in groepen, wat het jagen vergemakkelijkt. De drie hertensoorten, het savannehert en het groot en klein boshert, worden behalve door de mens ook door katachtig groot wild opgejaagd. De dieren grazen op de savannen of op open plekken in het bos en zijn hierdoor voor belagers makkelijk waar te nemen. De herten vallen onder bescherming van de jachtwet. In bepaalde seizoenen mag er niet op gejaagd worden.

Apen

In Suriname komen acht soorten apen voor. De brulaap of babun zult u waarschijnlijk niet zien maar wel horen. Een groep brulapen kan u in het bos slapeloze nachten bezorgen. Om hun territorium kenbaar te maken, kunnen ze een geluid als van een misthoorn aanheffen, dat een paar kilometer verderop nog hoorbaar is.

Om kapucijnapen (keskesi’s) te zien hoeft u niet het Surinaamse oerwoud in te trekken. De beestjes worden niet zelden als huisdier gehouden. Ze kunnen echter in gevangenschap nogal agressief worden en bij gebrek aan soortgenoten een huisgenoot bijten. De grijze kapucijnaap (bergi keskesi) is nogal zeldzaam en laat zich gelukkig minder makkelijk vangen. Ook de witkopaap of wanaku is moeilijk te benaderen. Wanaku’s leven in savannebossen en in het binnenland. Bij het geringste onraad slaan ze met grote snelheid op de vlucht. Na een succesvolle jacht wordt de fraaie pluimstaart van het zeldzame dier wel als stoffer gebruikt. De mannetjes hebben een witte kop. Vrouwtjes zijn getekend met treurige traanstrepen over hun donkere gezicht.

Helaas voor de zwarte spinaap of kwata schijnt zijn vlees bijzonder lekker te zijn. Een probleem voor de jager is dat de doodgeschoten slingeraap zich dikwijls met zijn grijpstaart en lange dunne ledematen in de top van de boom blijft vastklampen. De wollige zwarte beesten leven in groepen van zes tot dertig dieren. Ongewenste bezoekers worden met takken en uitwerpselen bekogeld. Als jachttrofee kan – net als bij de wanaku – de zwarte pluimstaart van de baardaap (bisa) tot een soort plumeau dienen. Zoals de naam doet vermoeden, heeft het dier een van oor tot oor verzorgde baard. Baardapen slaken langgerekte piepjes op hun trektocht door de bossen. Tijdens het lopen wordt behendig met de plumeau gebalanceerd. Doodskopaapjes (monkimonki) en zijdeaapjes (saguwenke) zijn zo klein, dat ze de dure kogel nauwelijks waard zijn. Beide soorten komen dan ook in heel Suriname voor.

Katachtigen

Groot wild zult u waarschijnlijk alleen in de dierentuin tegenkomen. De Paramaribo Zoo in de Cultuurtuin heeft een aardige verzameling katachtige roofdieren. De boskatten wilden in het verleden nog wel eens uit hun kooi van destijds niet verstevigd kippengaas uitbreken, waardoor de collectie uitgedund raakte.

De kans om een katachtig roofdier (tigri) in Suriname in het echt tegen te komen is klein. Eén exemplaar zwerft rond in een enorm groot jachtgebied van wel 6000 ha. De naam van de jaguar (penitigri) betekent in een indiaanse taal: ‘hij die in één sprong doodt’. Het roofdier jaagt op alles wat beweegt, waaronder zoogdieren, vogels, vissen, kaaimannen en slangen. Ondanks talloze sterke verhalen worden mensen zeer sporadisch aangevallen. De pels van de jaguar is geelachtig met zwarte rozetten. In Suriname komt ook een zwarte soort voor, waarbij de rozetten nauwelijks te zien zijn. De geelbruine poema (reditigri) heeft geen vlekken. De middelgrote kat kan ongeveer 1,5 m lang worden en komt zowel in Noord- als Zuid-Amerika voor.

De kleinere ocelot (tigrikati) wordt hevig vervolgd om zijn vacht. De variabele tinten van de pels zijn geschikt voor een fraaie winterjas. Gelukkig is winterkleding in Suriname overbodig, waardoor het dier nog vrij algemeen voorkomt. Het uiterlijk van de boomkat of margay (pikin tigrikati) heeft ook dit dier niet veel geluk gebracht. In grote delen van Zuid-Amerika is de kleine boskat vrijwel uitgeroeid door jacht om zijn vacht. In Suriname zijn alle katachtige roofdieren bij de jachtwet beschermd. De jagoearoendi (blakatigrikati) lijkt op een ordinaire huiskat, maar heeft een staart van een halve meter. Deze zwarte kat komt voor in de buurt van rivieren en kreken.

Naast jachtwild, apen en roofdieren bestaan er in Suriname insecteneters, zoals de reuzenmiereneter en boommiereneter. Met hun lange kleverige tong werken de beesten met gemak de inhoud van een termietennest naar binnen. De aira leeft behalve van insecten van vruchten, eieren, zaden en vogels. Het grote marterachtige dier is langbehaard en zwartbruin van kleur. Ook een krabetende wasbeer (krabdagu) heeft een gevarieerd menu, waaronder krabben. De wasbeer lijkt op een kleine hond, maar is als huisdier niet erg favoriet. Het beest verspreidt een typische geur, die zowel belagers als potentiële bezitters op een afstand houdt.

Luiaards danken hun naam aan hun trage manier van voortbewegen. Ze hebben een dikke vacht en lange klauwen waarmee ze ondersteboven aan een boomtak hangen. Vleermuizen (fremusu) zijn de enige zoogdieren in Suriname die kunnen vliegen. Ze hebben vlijmscherpe tandjes die venijnig kunnen bijten. Alleen de bloedzuigende vleermuis, toepasselijk vampier genoemd, bijt mensen. De wond is klein, maar de vampier kan hondsdolheid overbrengen.

Zeekoe en otter

De zeekoe (seku) is te log om op land te leven. Het enorme dier leeft in rivieren en kreken en voedt zich met waterplanten. In het verleden werd de zeekoe gebruikt om het stadskanaal in Nieuw-Nickerie, een westelijk grensstadje tussen Suriname en Guyana, open te grazen. Het toenemend gemotoriseerd waterverkeer eist zijn tol onder de zeekoeien: bij aanvaringen met boten lopen de dieren ernstige schade op.

De reuzenotter of watradagu (waterhond) kan twee meter lang worden. Otters leven in zoet water in groepen tot wel twintig dieren. Hun geluid lijkt op het blaffen van een hond, of met een beetje fantasie op het briesen van een paard.

Gerelateerde onderwerpen

  • Slangen en kaaimannen

    Brilkaaiman
    De aanwezigheid van slangen en kaaimannen in Suriname is voor sommigen een reden om thuis te blijven. Deze reptielen komen vrij algemeen voor en niet alleen in...
  • Vissen

    Sportvissen, red-tail catfish
    De Surinaamse wateren zijn rijk aan vis. Het aantal zoet- en brakwatervissen wordt geschat tussen de 300 en 350 soorten. Niet alle vissoorten worden gegeten....
  • Vogels

    Blauwgele ara
    KustvogelsHet grote aantal insecten in Suriname vormt een rijke voedingsbron voor de ruim 650 vogelsoorten die er eveneens voorkomen. Een aantal vogels, zoals de...