De grote negen (alfabetisch)

Zwarte of puntlip neushoorn
Zwarte of puntlip neushoorn

Buffel

De Afrikaanse buffel wordt tot de gevaarlijkste diersoorten gerekend. Hij heeft een onberekenbaar karakter en dient dus gemeden te worden. Het dier kan een leeuw doden. Opmerkelijk zijn de hoorns die tot 1,5 meter lang kunnen worden, ze staan laag gebogen over de kop. Een buffel heeft ongeveer 40 liter water per dag nodig en leeft daarom altijd in de buurt van water. In bosrijke gebieden leven kudden tot 50 exemplaren, op grasvlakten kan dit aantal gemakkelijk groter zijn dan 1500.

Te vinden in: vrijwel alle parken en reservaten.

Giraffe

Iedereen kent de giraffe, de bijna 6 meter hoge uitkijkpost in savanneland en meer bosrijke gebieden. Er zijn verschillende soorten, waarvan er twee in Tanzania voorkomen die beide worden aangeduid als ‘gewone giraffe’: de Maasai- en de Rothschildgiraffe. De Maasaigiraffe zult u het meest aantreffen, de Rothschildgiraffe komt voor in de meest westelijk gelegen parken en reservaten.

De Maasaigiraffe heeft een geelachtige ondergrond waarop donkere, onregelmatige bijna getande vlekken. Ze hebben doorgaans 2 hoorns, hoewel er exemplaren zijn die drie hoorns hebben.

De Rothschildgiraffe heeft een lichtere ondergrondkleur, waardoor de vlekken die veel regelmatiger van vorm en groter zijn, donkerder lijken. Deze giraffe is zwaarder van bouw en draagt drie tot vijf hoorns. Hoe westelijker men komt des te donkerder wordt de giraffe. Opmerkelijk is verder de grotere pluim aan het einde van de staart.

De giraffe leeft van bladeren, vruchten, bloemen en boomschors, maar heeft een duidelijke voorkeur voor de doornige acacia. Een dravende giraffe is een elegante verschijning, vooral veroorzaakt door de manier waarop hij hardloopt, beide voorpoten tegelijkertijd naar voren, beide achterpoten tegelijkertijd naar voren. Ze hebben slechts 7 nekwervels, waardoor ze hun lange nek slechts met moeite kunnen buigen. Als ze moeten drinken spreiden ze de voorpoten en verkleinen zo de afstand tot de grond. De draagtijd van de giraffe is ongeveer 10 maanden, waarna ze een jong werpen van ongeveer 1,75 meter, de lengte van een volwassen mens.

Giraffen zijn niet schuw, ze laten zich, mits met enige omzichtigheid gepaard gaand, gemakkelijk tot op enkele meters benaderen. Ze leven in groepen die in grootte variëren van 10 tot 25 dieren. De rangorde binnen de groep wordt bepaald door elkaar met de nekken te slaan. Hun enige natuurlijke vijand is de leeuw, die soms een jong rooft, volwassen dieren worden over het algemeen met rust gelaten.

Te vinden in: vrijwel alle parken en reservaten.

Jachtluipaard (cheetah)

Het opvallendst aan het jachtluipaard is de kop. Het is net alsof er een te kleine (katten)kop op een te groot lijf is geplaatst. Hij is ook goed herkenbaar aan de vele donkere vlekken op een wit tot roodbruine ondergrond. Het is een van de snelste dieren van de savannen (snelheid tot 110 kilometer per uur) en is overdag of in heldere nachten actief. Zijn voornaamste vijanden zijn de leeuw, het luipaard en de gevlekte hyena. Ongeveer de helft van de jonge jachtluipaarden valt ten prooi aan een van deze dieren. Hij voedt zich o.a. met jonge antilopen, hoendersoorten en jonge struisvogels.

Onder andere te vinden in: Serengeti N.P. en Ruaha N.P.

Leeuw

Koning der dieren. Ze kunnen tot 2 meter lang worden en wel 200 kilo wegen. Ze bereiken dan nog steeds een snelheid van 75 à 80 kilometer per uur. Verwacht niet ze actief aan te treffen, de leeuw is weliswaar het populairste safaridier maar het minst spectaculair. Hij slaapt 16 tot 20 uur per etmaal. Over het algemeen jagen de vrouwtjes, de mannetjes voeden zich het eerst, daarna de vrouwtjes en de jongen als laatste. In gebieden waar weinig prooidieren voorkomen sterft een groot aantal welpen van de honger. Leeuwen hebben weinig natuurlijke vijanden, maar worden soms aangevallen door groepen jakhalzen of hyena’s. De jonge leeuwen willen nog wel eens ten prooi vallen aan o.a. hyena’s en pythons of luipaarden en aan volwassen leeuwen die tot een andere groep behoren. De leeuw voedt zich met o.a. antilopen en ander kleiner wild, maar heeft ook geen probleem met een giraffe of zelfs een nijlpaard. Het kenmerkende verschil tussen mannetjes en vrouwtjes wordt gevormd door de donkergekleurde manen bij de mannetjes. Ze beginnen te groeien als de leeuw ongeveer 1,5 jaar oud is en zijn volgroeid na ongeveer 5 jaar. Sommige leeuwen klimmen in bomen, maar dat is betrekkelijk zeldzaam (Lake Manyara N.P.).

Onder andere te vinden in: Ngorongoro N.P. en Selous W.R.

Luipaard (panter)

De kleur kan variëren van geel tot donkerbruin, maar ze worden altijd gesierd door vele donkere vlekken. Het komt zelfs voor dat ze helemaal zwart zijn. De luipaarden zijn echte zwervers, ze zijn niet gemakkelijk te vinden, omdat ze zich zowel in bossen als op vlakten ophouden, vooropgesteld dat er bomen in de omgeving zijn. Het zijn goede klimmers die graag op de onderste takken van een boom liggen. Ook hun prooi nemen ze vaak mee de boom in. Ze leven van kleine dieren en vallen zelf ten prooi aan leeuwen, jakhalzen en hyena’s. Het zijn uitstekende zwemmers en dat is de reden dat er ook nog wel eens een tussen de kaken van een krokodil terechtkomt.

Onder andere te vinden in: Serengeti N.P. en Mikumi N.P.

Neushoorn

In Afrika kent men twee soorten neushoorns, de zwarte of puntlipneushoorn en de witte of breedlipneushoorn. Het begrip zwart of wit wekt verwachtingen die nooit bewaarheid zullen worden. Al beweren sommigen dat de witte neushoorn lichter van kleur is dan de zwarte neushoorn, er is geen enkel bewijs voor. Beide dieren zijn grijs en ze worden lichter naarmate ze langer in een omgeving met een lichtkleurige grondsoort verblijven. De benaming witte neushoorn heeft dan ook niets met de kleur van het dier te maken maar alles met zijn bek. Zuid-Afrikanen noemden hem wijdbekneushoorn. Wit komt dan ook van het Nederlandse woord wijd. Als een witte neushoorn zijn bek opendoet weet u waarom.
De witte neushoorn voedt zich voornamelijk met gras, waarvan hij per dag vele tientallen kilo’s verorbert. De zwarte neushoorn geeft de voorkeur aan bladeren, vruchten en jonge twijgen.
Het verschil tussen zwart en wit is evengoed eenvoudig te ontdekken, al hoeft u zich daar in Tanzania weinig zorgen over te maken, daar komt alleen de zwarte neushoorn voor. In de eerste plaats is er het verschil in de lippen waarvan de onderscheiden vorm uit de naam blijkt. Dan kunt u aan de soort voedsel dat hij eet zien met welke soort u te maken heeft, een grazende neushoorn is per definitie een witte. Aan de hoorns kunt u het verschil eveneens zien, de voorste hoorn van de witte neushoorn kan meer dan 1,5 meter lang worden, die van de zwarte neushoorn wordt zelden langer dan 80 centimeter. Bij beide is de tweede hoorn ongeveer 50 centimeter lang en bij de zwarte neushoorn is soms een derde hoorn zichtbaar. En dan het figuur: de witte neushoorn is aanmerkelijk forser uitgevallen dan zijn zwarte soortgenoot. Een volwassen zwarte neushoorn wordt maximaal ‘slechts’ 2500 kilogram zwaar, een kleine jongen in vergelijking tot de witte neushoorn die meer dan 4500 kilogram kan wegen. De zwarte neushoorn is ook een stuk kleiner: gemiddeld worden ze 1,75 meter hoog en ruim 3 meter lang, de witte neushoorn heeft een gemiddelde hoogte van ongeveer 2 meter en wordt 3,5 meter lang. Het is een slecht idee om de maten te controleren, beide types zijn nogal agressief en vallen, ook als ze niet rechtstreeks bedreigd worden, aan. Ze kunnen een behoorlijke snelheid ontwikkelen en leggen daarbij nogal wat gewicht in de schaal.
Er is intensief jacht gemaakt op de neushoorn. De Afrikanen zijn ervan overtuigd dat een tot poeder gemalen hoorn potentieverhogend werkt. Daar is echter geen enkel bewijs voor en bovendien zijn er tegenwoordig simpeler methoden. Beide soorten zijn met uitsterven bedreigd en voor de witte neushoorn had zich die ramp bijna voltrokken. Dankzij goede afspraken tussen de verschillende regeringen wordt er nu intensief jacht op de stropers gemaakt waartoe op sommige plaatsen de daar levende neushoorns dag en nacht worden bewaakt.
De neushoorn heeft, behalve de mens dan, geen natuurlijke vijanden al kan een jong dier, dat bij de geboorte al 30 tot 40 kilogram weegt, weleens aangevallen worden door een leeuw of een groep hyena’s. De moeder verdedigt haar kalf doorgaans met succes. Een volwassen exemplaar heeft het weleens aan de stok met een olifant, maar dat heeft met het uitzetten of de verdediging van een territorium te maken en leidt nooit tot slachtoffers.
Het gehoor van een neushoorn is buitengewoon goed ontwikkeld, gevaar wordt al waargenomen als het nog verder dan een kilometer verwijderd is, hetgeen een compensatie is voor zijn slechte gezichtsvermogen.

Onder andere te vinden in: Ngorongoro N.P.

Nijlpaard

Wist u dat een nijlpaard bij de geboorte rose was? Dat gaat betrekkelijk snel over in een grijze kleur, die in het water tot bijna zwart verkleurt. Hoewel het dier een belangrijk gedeelte van zijn leven in het water doorbrengt, kan het zeer goed op het land verblijven en het is bovendien nog een goede klimmer ook, die zonder problemen een helling van formaat neemt. Zijn voedsel bestaat uit grassen, maar hij pakt alles wat groen en mals is en de boeren proberen dan ook met man en macht het nijlpaard van hun akkers te houden. Per dag eet het nijlpaard toch al gauw zo’n 50 kilogram groen. De nijlpaarden variëren in lengte van 3 tot 4 meter, ze hebben opvallend korte poten en worden ongeveer 1,5 meter hoog. Het gewicht kan oplopen tot ruim 3000 kilogram. In het water liggen ze vaak aan de oppervlakte. Op afstand ziet de rug van het dier eruit als een glad geslepen stukje rots. Als dat plotseling verdwenen is, gaat het om een nijlpaard die dieper is gaan liggen, vaak alleen met de ogen boven water. Ze kunnen ongeveer een kwartier helemaal onder water blijven. In de omgeving van een ‘hippopoel’ kan het behoorlijk stinken en de rivier waarin veel nijlpaarden voorkomen kan op sommige plaatsen behoorlijk vervuild zijn. Dat heeft alles te maken met de uitwerpselen van de nijlpaarden. Door razendsnel zijn staart rond te draaien verpulvert hij dit en verspreidt het door het water. Op het land doet hij dat niet, met zijn uitwerpselen bakent het nijlpaard een territorium af. Een volwassen nijlpaard heeft geen gevaar te duchten, een jong moet oppassen voor leeuwen, hyena’s en krokodillen. Mensen kunnen beter uit de buurt van een nijlpaard blijven, ze gedragen zich als een bulldozer.

Te vinden in: alle parken en reservaten waar voldoende water is.

Olifant

De olifant met de lange snuit… wie kent hem niet? Een Afrikaanse olifant onderscheidt zich van zijn Aziatische verwant door zijn oren. Een Afrikaanse olifant heeft geweldige flappers die vooral gebruikt worden om zijn temperatuur te reguleren. Ze worden ook als waarschuwingssignaal gebruikt. Breng een olifant in gevaar en hij zal, vaak onder trompetgeschal, zwaaien met zijn oren. Tijd om te vertrekken, een agressieve olifant moet u uit de weg gaan. De dieren zijn over het algemeen zeer vriendelijk en gemakkelijk te benaderen. Hun lichtgrijze kleur toont donkerder. Om te voorkomen dat parasieten zich in hun huid nestelen bedekken ze die vaak met een laag aarde, modder of zand, vandaar dat u in Tanzania soms een rode olifant ontmoet. Een groep olifanten bestaat uit vrouwtjes met hun jongen tot ongeveer 12 jaar en staat onder leiding van het oudste vrouwtje. Zij beschermt alle jongen in de kudde die uit enkele tientallen exemplaren kan bestaan. Het gewicht van een vrouwtje kan oplopen tot wel 3000 kilogram, die van het meestal alleen opererende ‘mannetje’ tot het dubbele! De slurf heeft een lengte van ongeveer 1,7 meter, de slagtanden kunnen bijna 2 meter worden en zijn dan 25 tot 30 kilogram zwaar. De draagtijd van een olifant bedraagt ongeveer 22 tot 24 maanden. Gedurende deze tijd leeft de aanstaande moeder alleen of samen met enkele andere vrouwtjes. Enkele dagen na de geboorte van het kalf (ongeveer 130 kilo zwaar en een meter hoog) keert ze naar de kudde terug. Een jong groeit tot ongeveer zijn 23ste levensjaar, maar is geslachtsrijp op ongeveer 12-jarige leeftijd. Olifanten worden gemiddeld 60 à 70 jaar oud, maar er zijn genoeg voorbeelden te geven van dieren die ouder werden dan 100 jaar. In Tanzania leven twee soorten olifanten, de savanne-olifant en de bosolifant. Beide mijden de zon op het heetst van de dag. De bosolifant kan ongeveer 3 meter hoog worden, de savanne-olifant haalt 4 meter.
De hoeveelheid olifanten nam tot voor enkele jaren dramatisch af. De jacht op de olifant om het ivoor was de voornaamste reden, stropers schoten duizenden exemplaren af. De Tanzaniaanse regering heeft een tijdlang de jacht op olifanten door stropers oogluikend toe. De belangrijkste reden was dat ze een bedreiging zouden vormen voor de vegetatie in hun omgeving. Men noemde het 'regulatie'. In mei 2015 kwamen echter heel andere feiten aan het licht. In de vijf jaren ervoor zou de populatie met 60% zou zijn afgenomen als gevolg van de grote belangstelling voor ivoor vanuit China. De Environmental Investigation Agency (EIA), wereldwijde waakhond over het milieu, zegt over sterke aanwijzingen te beschikken dat er nauwe banden bestaan tussen hooggeplaatste Tanzaniaanse ambtenaren en Chinese criminelen. Er zijn ook bewijzen dat er olifanten werden gedood door kogels uit geweren die in gebruik zijn bij het Tanzaniaanse leger.
Olifanten leven van plantaardig voedsel, waarvan een volwassen olifant per dag wel zo’n 250 kilogram lust: bladeren, takken, vruchten en schors. De schors van de apenbroodboom schijnt een bijzondere lekkernij te zijn. Aan baobabs kunt u zien of er olifanten in de buurt zijn. De stam is tot op grote hoogte van schors ontdaan. Gelukkig kan deze boom er tegen, in tegenstelling tot andere soorten die in gebieden waar olifanten leven verdwijnen.

Te vinden in: vrijwel alle parken en reservaten.

Zebra

Het is lange tijd een twistpunt geweest: heeft een zebra zwarte strepen op een witte ondergrond of omgekeerd. Het eerste lijkt het geval te zijn, op te maken uit het feit dat de strepen niet op de buik doorlopen. In Tanzania komt u alleen de gewone zebra tegen en wel in grote aantallen. Zebra’s leven in groepjes, welke gedurende de trek uit kan groeien tot grote kudden van duizenden stuks, vaak te midden van gnoes en andere antilopesoorten. Ze beschermen elkaar en waarschuwen elkaar tegen naderend onheil. Ze vullen elkaar daarin op natuurlijke wijze aan. Vrijwel elk roofdier vormt een bedreiging voor de zebra. Om zich te verdedigen heeft een zebra een geducht gebit dat enigszins op dat van een paard lijkt en ze trappen letterlijk van zich af. De zebra wordt ongeveer 1,5 meter hoog en leeft in hoofdzaak van gras. Hij kan niet buiten water en in tijden van droogte kan een zebra met zijn hoeven een kuil graven om te proberen water te bemachtigen. Na een draagtijd van ongeveer een jaar wordt één jong geboren.

Te vinden in: vrijwel alle parken en reservaten.

Gerelateerde onderwerpen

  • Andere safaridieren (alfabetisch)

    wrattenzwijn
    BaviaanKenmerkend voor de baviaan zijn het hoge voorhoofd en de vooruitstaande wenkbrauwen. De volwassen mannetjes kunnen meer dan 1 meter hoog worden. Bavianen...
  • Antilopen (alfabetisch)

    Gnoe
    BosbokHoewel hij veel voorkomt is de bosbok moeilijk te vinden. Dat heeft te maken met zijn leefgebied, bebossing of hoog grasland en waterrijke gebieden. Het...
  • Roofdieren

    Jagen in groepsverband
    Sommige roofdieren leven in groepen, andere geven er de voorkeur aan met z’n tweeën of alleen te zijn. Sommige roofdieren jagen in groepsverband, andere trekken...
  • Vogels (alfabetisch)

    Vreemde vogels (schoenbekooievaar)
    BerghaanDe berghaan wordt ook wel goochelaar genoemd. Het is een schitterende vogel met een zwart en wit, bruin en grijs verenkleed en een prachtige rode kop en...