Het Pitztal

Alpenflora in het Innerpitztal
Alpenflora in het Innerpitztal

Het dal ontleent z’n naam aan de snelstromende Pitzach. Hoe vreemd het ook klinkt, het Pitztal is een hooggebergtedal met St.Leonard, halverwege het dal, als geschikte uitvalsbasis voor tal van tochten. Als je even uitstapt nabij Jerzens of het wat verderop gelegen Trenkwald dan kun je een paar prachtige watervallen bewonderen.

Het Pitztal heeft circa 8000 bedden en gemiddeld 1,2 miljoen overnachtingen per jaar. De Pitztaler Gletscherbahnen zijn de grootste werkgever van de omgeving. Arzl en Wenns zijn op zowel zomer- als wintertoerisme gericht, terwijl Jerzens en St. Leonhard zich vooral richten op wintertoerisme. Een deel van de bevolking vindt zijn werk in het gebied tussen Imst en Innsbruck.


Wenns
Aan het begin van het Pitztal ligt het dorpje Wenns (962 m). Je zou een kijkje kunnen gaan nemen bij Gasthof Stern, het vroegere Platzhaus. Er bevinden zich prachtige schilderingen uit de renaissance die zowel kerkelijke als wereldse onderwerpen weergeven. In het dorp is de marionettenspeler Josef Tschuggmall geboren. Gedurende zijn leven (1785 – 1845) reisde hij geheel Europa door met zijn ‘mechanisch kunsttheater’. Zijn poppen waren namelijk mechanisch, uniek en ongehoord voor die tijd. De poppen, waaronder een pierrot, een wijndrinker en een koorddanseres, zijn terug te vinden in het stedelijk museum van München.

Jerzens
Een paar kilometer dieper het dal in ligt Jerzens (1107 m) . Het dorp kent een lange en bewogen geschiedenis. Dat heeft alles te maken met de achtergrond van de bevolking die oorspronkelijk, rond het jaar 600, uit Beieren het gebied binnentrok. In de loop van de 13e en 14e eeuw kregen ze gezelschap van landverhuizers uit Zwitserland die vanuit de provincie Wallis over de bergen naar Oostenrijk trokken. Hoewel het de nodige aanpassingen vereiste, de bevolkingsgroepen waren snel aan elkaar gewend en bouwden schouder aan schouder aan de economie. Dat leverde niet alleen de inwoners gewin op, maar ook de heren van Starkenberg die zich er vestigden en in hoofdzaak leefden van de inning van belastingen. Geschriften uit het begin van de 14e eeuw spraken al over belastingplichtige dorpsverbanden, hetgeen rond 1650 leidde tot de zelfstandige belastinggemeente Jerzens. Politiek werd Jerzens pas in 1811 zelfstandig.

Tot na de Tweede Wereldoorlog leefden de inwoners in hoofdzaak van de landbouw, gedurende de wintermaanden was de vervaardiging van zaken die voor het volgende seizoen van belang waren hun belangrijkste bezigheid. Er was uiteindelijk een overschot aan arbeid en veel inwoners van Jerzens vestigden zich elders.

Men ging zich, zoals vele plaatsen in Oostenrijk, toeleggen op het toerisme en in 1964 werd bij het Hochzeigerhaus de eerste skilift in gebruik genomen. Het gebied is thans een geliefd oord voor skiërs en langlaufers en Jerzens groeide weer snel. In het hoogseizoen kan men aan meer dan 2000 toeristen onderdak bieden.

Mittelberg
Aan het einde van het dal, zo’n 35 kilometer landinwaarts, kom je bij Mittelberg (1736 m), uitgangspunt voor prachtige wandelingen en met de Mittelbergferner, de gletsjer die vanaf de Wildspitze, met 3774 meter hoogte de hoogste berg van Tirol, ooit het dorp dreigde weg te vagen. Het gletsjerpuin maakt duidelijk hoe dicht de gletsjer bij het dorp was. Het gebied is een lustoord voor liefhebbers van alpenflora, de vegetatie is divers en op sommige plaatsen zelfs uniek.