Economie

Het economische Praag
Het economische Praag, ©Morn

Tot de Fluwelen Revolutie van november 1989 bepaalde de communistische regering de economische orde in het toenmalige Tsjechoslowakije, dat eens een van de rijkste landen van Europa was. Er werd gestreefd naar een langdurige economische groei, een stijging van de levensstandaard en de afschaffing van de sociale klassen. Voor dit doel werd na de Tweede Wereldoorlog steeds meer particulier bezit geconfisqueerd en werden inkomens genivelleerd. Niet alleen bedrijven werden genationaliseerd. Huizen- en grondbezitters moesten hun eigendommen inleveren en van spaargelden mocht maar een klein gedeelte gehouden worden. Prijzen van onder meer openbaar vervoer werden bevroren. Ook andere goederen werden gesubsidieerd. De economische planning was strak gecentraliseerd. De meeste investeringen werden gedaan in de zware en chemische industrie. Er ontstonden wanverhoudingen tussen het aanbod van goederen en de vraag. Wat men vroeg ontbrak en er was een overschot aan onverkoopbare producten van inferieure kwaliteit. Er was geen werkloosheid maar wel personele overbezetting. Persoonlijke rechten en vrijheden werden voor het grootste deel van de bevolking ingeperkt. Er ontstonden op dat gebied grote verschillen tussen het volk en de machthebbers. Politici en legerleiding kregen steeds meer voorrechten. Zij kregen bijvoorbeeld eerder toestemming tot het maken van buitenlandse reizen, hadden toegang tot schaarse artikelen en hadden daar ook het geld voor. De grote omwenteling begon op 17 november 1989. Niet alleen op politiek gebied waren vele veranderingen merkbaar, ook de economie onderging een gedaantewisseling. Er kwam steeds meer ruimte voor particulier initiatief. De weg naar privatisering werd ingeslagen. Van een centraal geleide economie werd overgegaan naar een vrijemarkteconomie. Dit had grote gevolgen voor de werkgelegenheid en het prijspeil. Tot de omwenteling werden prijzen door subsidies laag gehouden. Een gevolg van de hervormingen was een toenemende werkloosheid en een snelstijgend prijspeil. De lonen zijn echter niet evenredig omhooggegaan, waardoor het voor veel mensen steeds moeilijker wordt de eindjes aan elkaar te knopen. Na de splitsing ging de grootscheepse privatisering van staatsbedrijven door. Ook is veel van het onroerend goed en de landerijen die in of na 1948 door de communisten waren geconfisqueerd, teruggegeven aan de toenmalige eigenaars of hun nakomelingen. Veel is echter zodanig verwaarloosd, dat er een fortuin nodig is om het op te knappen, of in het geval van landerijen, er een winst-makend bedrijf van te kunnen maken. De laatste jaren is Tsjechië erin geslaagd een aantal buitenlandse investeerders naar zich toe te trekken. Ook is het toerisme opgebloeid. Een toenemend aantal buitenlandse bezoekers ontdekt de culturele rijkdommen van het land en de mooie natuur. Het prijspeil ligt voor westerse begrippen nog steeds laag. De inflatie is lager dan een aantal jaren geleden en het aantal werklozen lijkt niet of nauwelijks meer te stijgen.

Andere onderwerpen

  • Bouwkunst

    Jugendstil in Praag, Tsjechië
    ‘De waardigheid van een koninkrijk groeit met de architectonische schoonheid van zijn steden.’ Premyslide koning Otakar II (tweede helft van de dertiende eeuw)...