Geschiedenis

Istanbul in1876
Panorama van Constantinopel-Istanbul uit 1876

Al in de 13e eeuw v.C. was er, op de plaats van het huidige Aziatische deel van Istanbul, een Myceense nederzetting. In de 7e eeuw v.C. vestigde een groep Atheners en Megariërs zich op de andere oever. Aan die kant is het land (met een betrekkelijk steile heuvel of akropolis) aan drie zijden door water omgeven, zodat in geval van nood slechts een relatief korte landzijde verdedigd hoefde te worden, terwijl het verkeer over de zeestraat niet ongemerkt passeren kon.

De inkomsten uit visserij en handel zorgden er wel voor dat het de bewoners voor de wind ging. In 512 v.C. werd de stad ingenomen door de Perzische veldheer Darius, die op zijn beurt in 478 door de Spartaanse generaal Pausanius verdreven werd. In 334 zette de bevolking de poorten wijdopen om Alexander de Grote te verwelkomen. In 179 veroverden de gecombineerde legers van Rhodos, Pergamon en Bithynië Byzantium. 46 jaar later liet de laatste heerser van Pergamon stad en land na zijn dood in Romeinse handen overgaan en begon een lange periode van rust en welvaart. Maar aan het einde van de 2e eeuw wedde Byzantium bij de strijd tussen twee rivaliserende Romeinse keizers op het verkeerde paard en werd geheel in de as gelegd. De winnende keizer, Septimius Severus, liet de stad pas na enkele jaren weer herbouwen, maar dan een stuk groter dan voorheen. In 324 verwierf keizer Constantijn de macht over het Romeinse Rijk, dat hij ingrijpend reorganiseerde. Daarbij nam hij het besluit om de hoofdstad van Rome naar Byzantium te verplaatsen. Wederom werd de stad sterk vergroot en voorzien van de bouwwerken, een hoofdstad waardig. In die tijd begon men ook van Constantinopel te spreken.

Daarna volgden eeuwen met elkaar in min of meer hoog tempo opvolgende keizers, bijna negentig in getal. Een belangrijke gebeurtenis was het in 380 door Theodosius I uitgevaardigde Edict, dat het Christendom tot staatsgodsdienst verklaarde. Korte tijd later verbood zijn opvolger alle heidense riten. De tempels werden gesloopt en een groot aantal kerken verrees, waaronder de tweede versie van de Haghia Sophia. Nogmaals werden de muren verplaatst, teneinde meer ruimte in de stad te creëren; de stadsmuren die toen gebouwd zijn, staan er (althans aan de landzijde) nu nog. Onder het bewind van Justinianus brak in 532 de grote Nike-opstand uit, die hem bijna de troon kostte. Op het nippertje wist zijn generaal Belisarius de rebellie te onderdrukken, waarbij 50.000 opstandelingen in de Hippodroom samengedreven en vermoord werden. Tijdens de gevechten gingen alle gebouwen op de vroegere akropolis in vlammen op, waaronder de Haghia Sophia. De stad werd weer herbouwd, nog schitterender dan voorheen; de nieuwe Haghia Sophia was degene die we nu nog kunnen zien. De bevolking van Constantinopel bestond toen nog steeds vrijwel uitsluitend uit Grieken.

In 730 ontstond een religieuze tweespalt, toen keizer Leo III de vernietiging van alle fresco's, iconen en mozaïeken beval, omdat die maar tot afgoderij zouden leiden. Daardoor is er nauwelijks nog een fresco of mozaïek van voor die tijd overgebleven. Pas in 843 werd de ban op religieuze afbeeldingen weer opgeheven. In 1204 werd de stad door de (Latijnse) deelnemers aan de Vierde Kruisvaart veroverd en verwoest. Pas 57 jaar later werd Constantinopel van de zo gehate Latijnse bezetters verlost. De uitstraling van Constantinopels culturele en wetenschappelijke centrumfunctie was zá¢á groot, dat de Europese Renaissance haar ontstaan er voor een groot deel aan te danken had. Het was echter de laatste opleving onder christelijke heersers, want op 29 mei 1453 namen de Turken onder Mehmet de Veroveraar Constantinopel in.

Drie dagen plunderden soldaten de stad; daarna werd orde op zaken gesteld. De Haghia Sophia werd meteen tot moskee getransformeerd en de herbouw van de stad werd voortvarend ter hand genomen. Constantinopel werd de (nieuwe), schitterende hoofdstad van het Osmaanse Rijk, dat tot 1923 stand zou houden. Gedurende die periode zag de stad, die nu Istanbul heette, dertig sultans komen en gaan, waarvan de meesten wel een paar monumenten hebben achtergelaten. Hoewel Istanbul ook wel eens woelige tijden doormaakte, was de situatie in die zin veel stabieler, dat de heersers altijd (Osmaanse) Turken waren en geen vreemde mogendheid de stad ooit werkelijk bedreigde - tot aan het einde van de eerste wereldoorlog Franse en Britse troepen Istanbul bezetten. Eind 1923 werd de republiek uitgeroepen en Ankara de hoofdstad van het land.

De Turkse architectuur heeft in de loop der jaren een grote vlucht genomen; van primitieve, nomadische moskee tot de geniale bouwwerken van de architect Sinan en de decadente paleizen langs de Bosporus. Uit vrijwel elke periode zijn wel enige meesterwerken behouden gebleven: stille getuigen van bewogen tijden. In vijf eeuwen tijd hebben diverse grote branden grote verwoestingen aangericht aan - met name - het grotendeels houten huizenbestand; deze traditionele huizen zijn dan ook schaars geworden.

