Bezienswaardigheden

Topkapi Paleis in Istanbul
Het Topkapi Paleis in Istanbul, gezien vanaf het water ©Radomil

Op deze webpagain is een tocht langs de belangrijkste monumenten beschreven. Deze tocht kan onmogelijk in één dag gemaakt worden, maar het is natuurlijk altijd mogelijk om de stadsrondwandeling naar eigen inzicht te bekorten of ergens af te breken en later weer verder te gaan. Vergeet niet dat op zondag bijna alle winkels dicht zijn, en dat een bezoek aan de moskeeën tijdens de gebedsdiensten (dus kort na de roep van de müezzin, vanaf de minaretten) niet op prijs gesteld wordt. De oude, Europese stad wordt wel `Stambul' genoemd. Het is zinvol om een toeristisch bezoek aan Istanbul hier te beginnen, bij het Sultanahmet Meydani, niet alleen omdat de belangrijkste bezienswaardigheden daar omheen liggen, maar ook omdat hier een kantoor van het Toeristen Informatiebureau gevestigd is. U kunt hier een stadsplattegrond krijgen en een antwoord op tal van vragen betreffende verbindingen, openingstijden etcetera. De adressen van de Toeristen Informatiebureaus in Istanbul luiden als volgt: 1. hoofdbureau: Meşrutiyet Caddesi 57/6-7, Galatasaray; 2. Hilton Oteli Girişi, Harbiye; 3. Karaköy Limanli Yolá‡áu Salonu, Karaköy; 4. Divan Yolu Caddesi 3, Sultanahmet; 5. Atatürk Hava Alani, Yeşilköy.

Sultan Ahmet-plein

Het Sultan Ahmet-plein ligt in het hart van de antieke stad. Het oude Keizerlijk Paleis besloeg het hele oppervlak tussen de renbaan en de kust. Van het paleis is, behalve een stukje mozaïekvloer, niets meer overgebleven; van de hippodroom of paardenrenbaan (uit 203) nog een paar kleine stukjes. Deze tribunes langs de baan konden maximaal 100 000 toeschouwers een zitplaats bieden.
In het midden van de hippodroom staan twee obelisken; de één komt uit Egypte en is 3400 jaar oud. Theodosius haalde hem in 390 naar Constantinopel. Op de marmeren sokkel staat de keizer met zijn familie afgebeeld; de huldiging van een winnaar; de oprichting van de obelisk, die een maand in beslag nam; en de keizer die verslagen vijanden in genade ontvangt. De andere obelisk, die meer naar het zuiden staat, was vroeger van bronzen platen voorzien en werd vermoedelijk ten tijde van de uitbreiding van de renbaan opgericht. Naast deze obelisk staat de zogeheten Slangenzuil, die oorspronkelijk in de Apollo-tempel in Delphi stond, en die uit buitgemaakte wapens samengesteld is. De zuil memoreert de overwinning van 31 Griekse steden op de Perzen in de Slag van Platea (479 v.C.). Eén van de twee slangenkoppen is in het Archeologisch Museum tentoongesteld; de andere is zoek geraakt.

Topkapi Paleis

Loop nu in zuidelijke richting langs de in 1987 roodgeschilderde Aya Sofya, en sla linksaf. Midden op een pleintje staat daar de in Turkse rococo-stijl gebouwde Ahmet III-bron. Daarachter staat de 18e-eeuwse toegangspoort tot de buitenhof van het complex van het Topkapi Sarayi of Topkapi Paleis. De eigenlijke toegang tot het complex is nog een stukje verder, aan de rechterkant (dagelijks geopend van 10.00 - 17.00 uur, dinsdag gesloten). Het paleis is niet zozeer een paleis, zoals wij dat kennen, maar een verzameling gebouwen op een ommuurd terrein. Het was niet alleen de woonplaats van de sultans met hun vrouwen en de rest van de hofhouding, maar de regering had er zijn zetel, de schatkamer was hier ondergebracht, evenals de Nationale Munt. De archieven hadden hier een plaats, evenals de Staatsuniversiteit. Het hele complex heeft een oppervlakte van 700.000 vierkante meters, de muren hebben een totale lengte van 5 km. Het eerste bouwwerk verrees er niet lang na de verovering van de stad op de Byzantijnen. Telkens weer werd er bijgebouwd, gesloopt en weer gebouwd. Dit was eeuwenlang de residentie van de Osmaanse sultans, totdat zij in 1853 naar het dolmuşabahçe-paleis aan de Bosporus verhuisden.

Door de Orta Kapi betreedt u de tweede hof van Topkapi Sarayi. Meteen links ligt de harem, met daarachter de stallen. De Valide was de moeder van de sultan; zij zwaaide de scepter over de harem. Het apart ommuurde complex bestaat uit lange, smalle gangen, met aan weerszijden kamertjes. Slechts een deel van de haremvertrekken is te bezichtigen, en dan nog uitsluitend met georganiseerde rondleidingen. Beroemd is de zaal van Murat III, die met 10e-eeuwse tegels en fonteinen versierd is.
Schuin links ziet u de divan, de ruimte waar de ministers vergaderden. Daarnaast zijn de wapenkamers. Divers oorlogstuig en -gereedschap is daar in chronologische volgorde tentoongesteld. De gebouwen (die met de vele schoorsteentjes) aan de rechterkant zijn de voormalige keukens. Ooit werkten hier wel duizend mensen. Nu is er een uitgebreide porseleinverzameling ondergebracht. `Slechts' 2500 van de in totaal 12 000 stukken Japans en Chinees porselein kunt u er zien... Tegenover de keukens, in een aparte ruimte, is een verzameling porselein uit Istanbul en uit Europa, kristal, glas en zilver tentoongesteld.
Recht voor u is de volgende poort, die toegang geeft tot de derde hof, die vroeger alleen met speciale permissie te betreden was. Recht tegenover de poort staat het troonpaviljoen met het typische overhangende dak, dat op antieke zuilen rust. Hier werden de buitenlandse ambassadeurs ontvangen. Daarachter bevindt zich de 18e-eeuwse, Turks barokke bibliotheek van Ahmet III. Geheel links staat de Aglar Camii, die bij de eveneens hier gevestigde Universiteit van de Sultan hoorde. In de noordwesthoek zijn, in wat vroeger waarschijnlijk de troonzaal was, heilige relikwieën tentoongesteld, zoals zwaarden, de boog en mantel van Mohammed. Een aparte uitstalkast bevat een paar haren uit zijn baard, een brief, het zegel van de profeet en een voetafdruk. Verder is er ondermeer een van de alleroudste, met de handgeschreven Korans te zien, alsmede de sleutels tot de Kaaba in Mekka. In aangrenzende vertrekken is een schitterende collectie klokken en horloges te zien.
Helemaal rechts (zuidzijde) zijn de kostuumkamers van de sultan. Het paleis telt nog zo'n 2500 kostuums, waarvan de oudste uit de 15e eeuw dateren. Daarnaast zijn de schatkamers, die op hun beurt weer aan de vertrekken grenzen waar de collectie miniaturen tentoongesteld is. Het is natuurlijk een kwestie van smaak, maar de wereldberoemde juwelen die u hier kunt bekijken, zijn deels nogal protserig - ook al zitten er schitterende stukken tussen. Links van die zalen is de poort naar de vierde hof, met (van rechts naar links) het Mecidiye Paviljoen, de Lale Kulesi of Tulpentoren, het Sofa Paviljoen, het 17e-eeuwse, mooi betegelde houten Revan Paviljoen, het Baghdad Paviljoen met een mooi gedecoreerd interieur en een marmeren terras, dat een schitterend uitzicht over oud-Istanbul, Galata en de Bosporus heeft, en de Sünnet Odasi of Besnijdenis-vertrekken. In de omringende tuinen werden - vooral in de 18e eeuw - veel tulpen gekweekt. Als u, weer terug bij de uitgang van het Topkapi Sarayi, tussen de bussen en auto's door de buitenhof schuin oversteekt, dan ziet u een klein straatje, dat naar beneden loopt. Na enkele tientallen meters ziet u aan uw rechterhand het kaartjesloket voor het uit drie secties bestaande Archeologisch Museum (open: dag. van 9.30 - 17.00 u., beh. ma. Sommige delen van het museum sluiten tussen de middag). Een bezoek aan dit museum loont zeer de moeite.nDe sectie meteen links is het Museum van de beschavingen van het Antieke Nabije Oosten, dat een collectie oude kunstvoorwerpen bevat, die deels van buiten Turkije komen. Bijzonder mooi zijn de tegeltableaus, afkomstig van de muren van Babylon. Er zijn verder vooral heel bijzondere beelden en beeldjes te zien, afkomstig uit de Egyptische, Akkadische, Sumerische, Hittitische, Urarteïsche, Aramese, Assyrische en pre-islamitische Arabische culturen.

Aan dezelfde kant van dit terrein, dat nog bij de buitenhof van het Topkapi Sarayi hoort, staat de mooie Çinili Köşk of Betegelde Kiosk. Hij biedt plaats aan het Keramiek Museum. Dit paviljoen is het oudste nog bestaande paleis van Topkapi Sarayi (1472) en werd gebruikt om naar polowedstrijden te kijken. U kunt hier een verzameling keramiek bekijken, waaronder erg fraaie Iznik-tegels. Recht tegenover de Çinili Köşk, op het vroegere polo-terrein, staat het eigenlijke Archeologisch Museum, dat een bijzonder rijke verzameling Grieks/Romeins/Byzantijnse kunst bezit. De voorwerpen, sarcofagen en beelden zijn over 20 zalen verdeeld, die niet altijd allemaal open zijn. Een aparte vermelding verdienen de sarcofaag van Alexander de Grote en die van de Wenende Vrouwen.

Haghia Eirene

Terug in dezelfde richting waar u vandaan kwam, staat geheel rechts, niet ver van de poort, de Haghia Eirene of Sint Irene (open: dag. van 9.30 - 17.00 u., beh. wo.). Vanwege de goede akoestiek worden er regelmatig concerten geven. In juni, tijdens het Cultureel Festival is de kerk voor bezoekers gesloten. Een gang loopt schuin omlaag naar de eigenlijke gebedsruimte, die uit drie schepen samengesteld is. Twee koepels overspannen het brede hoofdschip. Boven de zijschepen zijn galerijen aangebracht. De Haghia Eirene is een van de weinige kerken waar het originele atrium behouden gebleven is. Het is goed zichtbaar hoe dit type kerken de Turken later inspireerde tot de bouw van hun koepelmoskeeën. Vroeger hoorde er ook een klooster bij de basiliek.

Loop nu weer terug in de richting van de hippodroom, maar sla meteen buiten de poort rechtsaf, een straatje met houten huizen in. Nog maar een paar jaar geleden waren deze huizen donkerbruin, de kleur van ongeverfd en verweerd hout. De Turkse Automobielclub heeft ze gerestaureerd; nu zit er een hotel en restaurant in.

Haghia Sophia 

De eerste zijstraat links brengt u vanzelf bij de ingang van de Aya Sofya of Haghia Sophia (= wijsheid), het belangrijkste nog bestaande Byzantijnse bouwwerk (open: dagelijks van 9.30 - 17.00 u.; maandag gesloten). De basiliek is 916 jaar lang kerk geweest, 477 jaar lang moskee en is, dankzij Atatürk, sinds 1935 een museum. Het huidige gebouw was de derde kerk op die plek en verrees tijdens de heerschappij van keizer Justinianus. Voor het ontwerp trok hij de beroemde architect Anthemios uit Trallos (Aydin) en de wiskundige Isidoros uit Milete aan. De bouw duurde niet meer dan een kleine zes jaar; op 27 december 537 kon de ongeduldige Justinianus met paard en wagen naar binnen rijden en roepen: `Ik heb je te pakken, Sam!'. (Dat sloeg op Salomons tempel in Jeruzalem, die kleiner was dan de Aya Sofya.) Het was het eerste gebouw met koepel van dat formaat (zo'n 32 m in diameter, hoogste punt 55,6 m boven de grond) en dat zou vele eeuwen lang zo blijven. De kerk was evenwel onder een ongelukkig gesternte geboren, want de ene aardbeving na de andere trof het bouwwerk en deed zelfs de koepel deels instorten. Toen de Osmanen Istanbul innamen, was de basiliek sterk vervallen. Zij maakten er onmiddellijk een moskee van en verrichtten de noodzakelijkste reparaties. In de loop der eeuwen zijn steeds verbouwingen uitgevoerd, die noodzakelijk waren omdat de muren de zijwaartse druk van de koepel niet konden weerstaan. Zo zijn er enorme steunberen aan toegevoegd, en bovendien verscheidene bijgebouwen, die het geheel wat rommelig maken.
De afstand van keizerlijke deur tot apsis bedraagt 79,3 m, het middenschip is 32,27 m breed. Het hele gebouw is ongeveer 100 bij 70 m groot. Vier zware pijlers dragen gaan over in evenzovele bogen. Die schragen op hun beurt vier pendentieven, die de rechthoek van het grondvlak in de ronde, grote koepel doen overgaan. De halfkoepels in de oost- en westzijde rusten op pijlers. Aan drie zijden zijn galerijen aangebracht; ze zijn vanuit de narthex te bereiken. De binnenmuren zijn met marmer bekleed. Vroeger was de ingang bij het atrium aan de westzijde, maar nu gaat u door de poort aan de zuidzijde van het gebouw, dat een hoofdschip en twee zijschepen heeft. Eerst komt u in de vestibule (narthex). Boven de deur is een tympanum aangebracht waarop Maria, Jezus, Justinianus (die hen zijn kerk aanbiedt) en Constantijn (die hetzelfde met zijn stad doet) in mozaïekvorm afgebeeld staan. Naar rechts geven negen deuren toegang tot de eigenlijke kerk; de drie middelste komen op het middenschip uit. Boven de centrale of keizerlijke deur is een mozaïek aangebracht, dat Jezus op zijn troon verbeeldt, met Maria en Gabriël aan zijn zijden.
Het mozaïek boven de hoofdapsis stelt Maria met Jezus voor; op de bogen aan weerszijden zijn nog Gabriël en een vage Michael zichtbaar. In mozaïek uitgevoerde keizerlijke portretten zijn zichtbaar vanaf de galerijen. Ooit was vrijwel de hele basiliek met mozaïeken versierd, maar de iconoclasten en de vele restauraties hebben hun sporen nagelaten. De Osmanen hebben de mozaïeken niet verwijderd; wel zijn ze op een gegeven moment overgepleisterd. De meeste mozaïeken dateren uit de 9e en latere eeuwen. De keizers werden gekroond in de omphalos, een porfieren cirkel in de vloer bij de zuidoostelijke hoofdpijler.
In de zijbeuk in het noordwesten, bij de laatste deur naar de narthex, staat de wenende of zwetende zuil. Deze zuil staat (wellicht via een cistern) met het grondwater in verbinding en voelt daardoor klammig aan (of vettig, van alle toeristen). Wie zijn vinger door de koperen huls in de zuil steekt, mag een wens doen. De grote, ronde borden met Arabische teksten zijn het werk van 16e-eeuwse kalligrafen. Ook mihrab (gebedsnis) en minbar (spreekgestoelte) zijn door de islamieten aangebracht, net als de sultansloge en het podium voor het koor.

Yerebatan Sarayi

De toegang tot de Yerebatan Sarayi of Grote Cistern (ook wel: Basiliek-cistern) bevindt zich schuin tegenover de Aya Sofya, aan de linkerzijde van de Yerebatan Caddesi, de straat die recht op de hippodroom uitkomt. De cisternen zijn dagelijks geopend tussen 9.00 en 17.00 uur. Ze zijn in 532 in opdracht van Justinianus gebouwd en voorzagen het paleis en de andere gebouwen op de `eerste heuvel' van water. Later betrokken de bewoners van het Topkapi Sarayi het water voor zichzelf en hun tuinen uit deze reservoirs, maar vreemd genoeg wist op een gegeven moment niemand meer waar ze precies lagen. In 1543 zijn ze herontdekt. De ondergrondse ruimte is 140 m lang en 70 m breed; twaalf rijen van 28 zuilen met byzantijns-korinthische kapitelen schragen het plafond. In 1987 is het hele zaakje grondig schoongemaakt en gerestaureerd. Er zijn vlonders gebouwd en verlichting aangebracht, zodat het nu mogelijk is om tot achterin te komen. Om twee zuilen met Medusa-koppen goed te kunnen bekijken, is het waterpeil verlaagd.

Het Ibrahim Paşa Museum

Het Ibrahim Paşa Museum of Museum voor Turkse en Islamitische Kunst (open: dagelijjks ma. van 10.00 -17.00 u.; maandag gesloten) staat aan de westzijde van het Sultanahmet Meydani (Hippodroom). Het museum is ondergebracht in een 16e-eeuws paleis, dat toebehoorde aan de gelijknamige grootvizier, die in 1536 in ongenade viel en in zijn slaap om zeep geholpen werd. Het gebouw heeft drie vleugels rond een binnenplaats. Nu is er een zeer rijke verzameling tapijten (waarvan sommige meer dan 500 jaar oud zijn) ondergebracht. Zeer de moeite waard zijn ook de manuscripten en hun houten opbergdozen, de stenen of aardewerken objecten, keramiek en het glaswerk. In de etnografische afdeling zijn ondermeer kostuums en gebruiksvoorwerpen te zien en diverse - ook nomadische - interieurs.

Blauwe Moskee

Vlakbij staat de Sultan Ahmet (I) Camii of Blauwe Moskee, een der hoogtepunten in de Turkse architectuur. Deze moskee is tussen 1609 en 1626 in klassieke stijl gebouwd en is de enige met zes minaretten. De architect, Mehmet Aga, was een leerling van Sinan. De grote voorhof met fontein en zuilengalerijen geeft toegang tot de hoofdpoort, maar om de gelovigen niet in de weg te lopen, moeten toeristen de moskee door een zijdeur binnengaan. De Sultan Ahmet Camii wordt `Blauwe Moskee' genoemd vanwege de 20 000 blauwe Iznik-tegels, die de centrale gebedsruimte sieren. Deze ruimte wordt bekroond door een koepel van 43 m hoogte en 23 m doorsnee, die op vier enorme, haast lompe pijlers rust. Een waterval van halfkoepels helpt het enorme gewicht van de grote koepel in banen te leiden. 260 vensters - met gebrandschilderde ramen - maken het gebouw bijzonder licht en geven de constructie een luchtig karakter. De minbar is van bewerkt marmer gemaakt. Ook de sultansloge is fraai versierd. In de mihrab is een stukje zwarte meteorietsteen verwerkt, afkomstig van de Kaaba. Tot de omringende külliye behoorde een markt (nu Mozaïek-museum), de hamams, de gaarkeukens, het ziekenhuis, de medreses en een kervansaray.'s Zomers wordt bij de Blauwe Moskee, na zonsondergang, in verschillende talen een Geluid- en lichtshow gegeven. In een apart deel van de Blauwe Moskee is een tapijtenmuseum ondergebracht (open: dag. beh. ma., van 9.00 - 17.00 u.).

Mozaïek Museum

Aan de Torun Sokak 22, vlak achter de Blauwe Moskee, staat het Mozaïek Museum (open: dagelijks van 9.00 - 17.30 u.; dinsdag gesloten). Dit is de voormalige markt, die gebouwd was op en boven mozaïeken uit de 4e, 5e en 6e eeuw. Ze maakten deel uit van de vloeren van Byzantijnse paleizen die hier stonden. Te zien zijn, onder andere, mythologische en jachtscenes.

Divan Yolu weg

De brede weg, die in westelijke richting naar de Topkapi-poort loopt, heet eerst Divan Yolu. Ongeveer tegenover de Blauwe Moskee is de Pudding Shop gevestigd, ooit trefpunt voor reizigers op de Hippie-trail naar Kathmandu, nu een gewoon toeristenrestaurant. Onderweg naar de Overdekte Bazar passeert u meerdere kleine begraafplaatsen, half verscholen achter hekken en groen. Op deze plaatsen mag nooit meer gebouwd worden. Gezien de grondplaatsen moeten het nu uiterst kostbare laatste rustplaatsen zijn... Aan de Divan Yolu staan nog de tombes van Mehmet II, de Köprülü-bibliotheek en de tombes van Köprülü Mehmet Paşa en diens zoon. Het eerbiedwaardige badhuis Çemberlitas Hamami (1580), nog steeds aan de rechterkant van de straat, gaat half schuil achter een rij winkeltjes. Een stukje verder staat de wat onooglijke, met roestige ijzeren banden bijeengehouden Verbrande Zuil, die Constantijn de Grote liet oprichten toen Byzantium in 330 de rol van hoofdstad van het Romeinse Rijk overnam. Duizend jaar geleden stond zijn beeld er nog op, midden op het grote forum.

Kapali Carşisi of Overdekte Bazar

Sla nu rechtsaf en loop via de wat hoger gelegen hof van de grote, vroeg-barokke Nuruosmaniye Camii (1755) naar een van de poorten van de Kapali Carşisi of Overdekte Bazar (zondags gesloten). Het geheel is in 1461 onder Fatih begonnen als eenvoudige bedesten, een kleine bazar, en werd in de loop der jaren steeds verder uitgebreid. Een aardbeving met een grote brand verwoestte in 1894 de hele bazar, maar in de vier jaar daarop weer hersteld. Er zijn nog han's (herbergen) en kervansarays, die nu vaak als opslagplaatsen worden gebruikt. Nog steeds lopen hier mannen kromgebogen onder enorme lasten, als menselijke ezels. Ze worden `hamal' genoemd en zijn vaak immigranten, voor wie elke baan er één is.
De bazar is wel erg toeristisch geworden, maar toch (en ondanks opdringerige kereltjes, die je mee willen slepen naar een winkel - waar ze commissieloon krijgen) een bezoek waard. De koopwaar in de bijna 4000 winkels bestaat vooral uit tapijten, lederwaren, juwelen en souvenirs, maar ook uit stoffen, boeken et cetera.

De Divan Yolu heet nu Yeniçeriler Caddesi. In de buurt aan de linkerzijde van de straat zijn tal van hotels en goedkope textielwinkels gevestigd. Bij het Universiteitsgebouw staat een Aya Sofya in het klein, de Beyazit Camii, waar deze buurt naar genoemd is. Aan de overkant, langs de stoep, liggen brokstukken uit de Byzantijnse tijd: het zijn resten van het grote forum van Theodosius.
Aan de andere kant van de Fethibey Caddesi, die rechts afgaat van de Ordu Caddesi (zoals de hoofdstraat nu heet), staat - verscholen achter winkeltjes, die meebetalen aan het onderhoud - de weelderig versierde, barokke Laleli Camii uit 1763, het hart van de gelijknamige wijk.

Sehzade Camii

Volg nu de Fethibey Caddesi, ga aan het eind even links en dan meteen weer rechts, dan ziet u vanzelf het gebouwencomplex met de Sehzade Camii uit 1548, een vroege creatie van meesterarchitect Sinan, die momenteel gerestaureerd wordt.
Het gebouw heeft gemetselde decoraties in de gevels en de minaretten. Bij deze moskee rust de hoofdkoepel op vier pijlers en is omringd door halfkoepels. Het interieur is erg ruim door het ontbreken van zuilen en galerijen.
Op het terrein van de moskee staan - een beetje door elkaar - meerdere, met tegels versierde tombes of türbesi. De tombe van Sehzade Mehmet is de belangrijkste en - vooral aan de binnenzijde - verreweg de mooiste. De achthoekige tombe van Ibrahim Paşa ligt er recht tegenover en is eveneens erg mooi versierd.Œ Verlaat nu de hoofdpoort, en volg rechtsaf de grote straat, tot waar die de Atatürk Bulvari kruist. Als u nu weer rechtsaf slaat, dan ziet u wat verderop het Bozdogan Aquaduct of Valens Aquaduct. Dit aquaduct was ooit 1 km lang en maximaal 20 m hoog. Het maakte deel uit van de waterleiding, die in 375 onder keizer Valens aangelegd werd. Nu raast het verkeer er onderdoor.

Süleymaniye Camii

Loop een stukje langs de Atatürk Bulvari en vervolgens in oostelijke richting naar de Süleymaniye Camii (1577). De Süleymaniye, de grootste moskee van Turkije, is door Sinan ontworpen, en alleen diens Selimiye Camii in Edirne overtreft deze in schoonheid. De centrale gebedsruimte wordt door een koepel van 53 m hoogte en 26,5 m doorsnee overspannen. Die rust op pijlers, maar wordt aan oost- en westzijde door halfkoepels gedragen. De decoraties in het bijzonder harmonieuze interieur zijn opmerkelijk rustig en eenvoudig gehouden. Alleen de gekalligrafeerde koranteksten en de gebrandschilderde ramen trekken de aandacht, evenals de Iznik-tegels van de mihrab. Die is verder van marmer gemaakt, net als de minbar. Links van de mihrab is de sultansloge, zoals gebruikelijk. De balkons bij de ingang en aan de zijmuren zijn speciaal voor vrouwen bestemd. De geschilderde arabesken aan de binnenzijde van de koepel zijn 19e-eeuws. Het terras aan de noordkant van de Süleymaniye heeft een mooi uitzicht over de Gouden Hoorn. In de ommuurde tuin, achter de moskee, liggen de twee achthoekinge tombes van sultan Süleyman en zijn invloedrijke vrouw Roxelana (Haseki Hürrem). De grootste is van de sultan; deze tombe heeft een dubbele koepel, waarvan de binnenste door zuilen wordt gedragen. Met name Roxelana's tombe is mooi versierd; helaas is het binnen een beetje te donker voor de mooie Iznik-tegels. In een kleine tombe, een beetje in een hoek, ligt niemand minder dan de grote architect Sinan begraven. Hij werd 99 jaar oud en was gedurende slechts vijftig jaren van zijn leven de schepper van meer dan 400 bouwwerken.
De vele bijgebouwen vormden samen de külliye: het bij belangrijke moskeeën gebruikelijke complex van medreses, badhuizen en sociale instellingen.

Rüstem Paşa Camii

De naar de grootvizier van Süleyman genoemde Rüstem Paşa Camii is een kleine moskee uit 1561 met maar één minaret, die ten noordoosten van de Süleymaniye Camii staat: dicht bij het water van de Gouden Hoorn en de Galata-brug. Ook dit gebouw is door Sinan ontworpen. De moskee staat op een verhoogd terras, waardoor hij boven de omringende gebouwen uittorent. De voorhof is hier als verlengstuk van het portaal bij de ingang gebouwd, en wordt beschermd door een ver overhangend dak. Onder het terras zaten winkels, waarvan de huur aan de moskee ten goede kwam.
Vier zuilen en evenzovele, in de hoeken geplaatste halfkoepels ondersteunen de centrale koepel. Aan de noord- en de zuidzijde zijn galerijen aangebracht. Bij het aankleden van het gebouw is bepaald niet op de schitterende Iznik-tegels bezuinigd.

Bazars en markten van de oude stad Istanbul

Aan de landzijde van de Rüstem Paşa bevinden zich de bazars en markten van de oude stad. Van alles is er te koop, en nog steeds is de onderverdeling in gildes zichtbaar. Deze gezellige, drukke buurt (niet op zondag!) loopt in zuidwestelijke richting helemaal tot aan de grote Kapali Carsisi of Overdekte Bazar. Loop nu via de Hasircilar Caddesi naar de Misr Carşisi of Egyptische Bazar. Deze L-vormige bazar is in 1663 gebouwd en hoewel het aandeel van de kruiden- en specerijenhandelaren terugloopt, is het nog steeds een bijzonder kleur- en geurrijk geheel. Inkomsten uit deze bazar helpen mee aan het onderhoud van de Yeni Camii, die aan de overkant van de Hamidiye Caddesi staat. Deze moskee kijkt uit over het drukke verkeer van het naar Beyoglu, aan de overkant, en over het water van de Bosporus, waar altijd wel wat veerboten aankomen of juist vertrekken. Op de trappen aan de kant van het water zijn altijd zwermen duiven te vinden; handelaren verkopen zakjes voer. Eigenlijk is dit de Valide Sultan Camii, genoemd naar Safiye, de moeder van sultan Mehmet III. Als gevolg van een langdurige bouwstop duurde het 75 jaar voor de moskee in 1664 helemaal klaar was. Het gebouw is in een mengeling van 16e- en 17e-eeuwse bouwstijlen uitgevoerd en staat op een verhoging. De grote koepel steunt op vier pijlers en is door halfkoepels omgeven; ook de steunberen zijn met koepeltjes versierd. Aan drie zijden geven trappen toegang tot de binnenhof, waar een fontein staat. Tegels decoreren het interieur. Mihrab en minbar zijn in marmer uitgevoerd en bijzonder kunstig bewerkt.

Galatabrug

Aan de zuidkant van de Yeni Camii bevindt zich nog de bloemenmarkt. Aan de noordkant gaan voetgangersbruggen naar de overkant van de straat, naar de tot op de draad versleten Galatabrug, die in 1912 door een Duitse firma is gebouwd. Het is een drijvende brug, wat goed te voelen is als je er overheen loopt. Ze heeft twee verdiepingen: boven rijdt het verkeer (sinds 1987 in één richting); beneden kun je lopen en zijn winkeltjes en (relatief dure) visrestaurantjes gevestigd. Vroeger werd de brug elke nacht geopend, om het scheepvaartverkeer van en naar de Gouden Hoorn door te laten. Dit verkeer is nu veel minder geworden, in tegenstelling tot het autoverkeer. In is 1988 begonnen met de bouw van een parallele brug, zodat de auto's en bussen straks weer twee kanten op kunnen rijden.
Als u verder langs het water loopt, dan komt u langs allerlei stalletjes, waar goedkoop en eenvoudig maar lekker eten verkrijgbaar is. In een roeiboot, die soms hevig op en neer deint, worden visjes gebakken. Een stukje verder is de aanlegplaats van de veerboten, die naar de overzijde en naar aanlegplaatsen langs de Bosporus gaan. Kaartjes zijn bij de loketten te koop.

Nog wat verder buigt de straat naar rechts af. Aan uw linkerhand ziet u het centrale Sirkeci-spoorwegstation. Als u verder in zuidelijke richt doorloopt, dan komt u langs de straat waar het hoofdpostkantoor is (Yeni Postane Caddesi). Volg de weg omhoog en sla bij de Iraanse ambassade linksaf (gewapende bewakers!), dan komt u via de Yerebatan Caddesi weer bij de Aya Sofya uit.

Het westen van Stambul (Istanbul)

U kunt vanaf het Valens-aquaduct, inplaats van `af te zakken' naar de Süleymaniye Camii, ook in westelijke richting de hoofdverkeersader Macar Kardeşler/Fevzi Paşa Caddesi volgen, naar de Fatih Camii. De huidige moskee is rond 1770 voltooid, en verving de veel oudere sultansmoskee uit 1470, die bij een aardbeving instortte. Alleen de binnenhof en het portaal van de hoofdingang zijn nog origineel. In marmer uitgehakte korancitaten sieren de westzijde van de hof. Bijzonder is, dat de fontein – die, zoals gebruikelijk, midden op de hof staat - omringd is door cypressen. Interessanter dan het interieur zijn de tombes van Mehmet de Veroveraar en zijn vrouw Gülbahar, die achter de moskee staan. De Fatih-moskee is omringd door een grote külliye.

Fethiye Camii 

Niet zo heel ver van de Fatih Camii staat de Fethiye Camii of Kerk van Theotokos Pamakaristos. Volg daarvoor de Darüşşafaka Caddesi, die vanaf de Fatih-moskee naar het noorden loopt. Na de eerste grote kruising heet de straat Mayasizade Caddesi en iets verderop Fethiye Caddesi. De Theotokos Pamakaristos staat aan een zijstraat van deze verkeersader, de Fethiyekapisi Sokak. Van 1456 tot 1568 is de kerk tijd de zetel van het patriarchaat van de Grieks Orthodoxe Kerk geweest, maar in 1573 werd - door Murat III - ook deze kerk tot moskee getransformeerd. Het gebouw staat op een terras met uitzicht over de Gouden Hoorn en bestaat uit twee delen: de eigenlijke kerk, die aan Maria gewijd was, en de aan de zuidzijde vast gebouwde kapel, opgedragen aan haar zoon. De muren zijn deels uit steen en deels uit baksteen opgetrokken. De voormalige kapel (uit 1310) had een kruisvormige plattegrond, met vier zuilen en een koepel. De narthex een hoogte van twee verdiepingen gekregen. Het hoofdgebouw stamt uit de 12e eeuw, maar is later nogal ingrijpend verbouwd. Tijdens een restauratie kreeg de kapel haar zuilen terug, de mooie mozaïeken werden schoongemaakt en gerepareerd. Deze ruimte werd als museum opengesteld voor het publiek (open: dag., beh. wo., van 9.30 - 16.30 u.). De vroegere kerk is weer als moskee in gebruik.

Kariye Camii

Een monument dat u zeker niet mag missen is de Kariye Camii of het Chora (= kerk buiten de muren) Klooster-museum, dat dichtbij de Edirnepoort in de Byzantijnse stadsmuur staat, aan een zijstraat van de Fevzi Paşa Caddesi (open: dag. beh. di., van 9.00 - 16.30 u.). De Byzantijnse kerk is jarenlang als moskee gebruikt, maar nu geheel gerestaureerd en behoort tot de gaafste Byzantijnse monumenten. Daarbij gaat het niet zozeer om het gebouw zelf als om de bijzonder levendige, 14e-eeuwse mozaïeken en fresco's.
De kerk stamt uit de 11e eeuw, maar onderging 200 jaar later een ingrijpende verbouwing, waarbij de buiten-narthex en de zuidelijke kapel werden aangebouwd. Meteen bij de toegang tot de buitennarthex, zijn mozaïeken aangebracht met (vanaf de noordzijde) taferelen van Jezus' geboorte en uit zijn jeugd en zijn latere leven. De deur naar de eigenlijke narthex wordt bekroond met een mozaïek waarop Christus Pantokrator afgebeeld staat. Boven de buitendeur is Maria met de engelen uitgebeeld. In de binnennarthex ziet u scenes uit haar leven, eveneens aan de noordzijde beginnend. De twee koepels in deze ruimte tonen respectievelijk Maria met Jezus, waaronder ook nog de 16 koningen van het Huis van David afgebeeld staan, en nogmaals Christus Pantokrator met daaronder bijbelse figuren van Adam en Eva tot en met Jakob met zijn twaalf zoons. Boven de deur naar de hoofdruimte ziet u Theodoros Metochites, die opdracht gaf tot de bouw van de kerk en die vervolgens aan Christus overgeeft. Het schip is ook met diverse mozaïeken verlucht, maar in de zijkapel zijn fresco's aangebracht, die - ondermeer - verhalen van de wederopstanding en het laatste oordeel.

Byzantijnse stadsmuren

Sinds de bouw, in de 5e eeuw, zijn de Byzantijnse stadsmuren slechts twee maal onvoldoende gebleken om de stad te beschermen: in de 13 eeuw, ten tijde van de vierde Kruistocht, en toen Constantinopel ophield een christelijke stad te zijn - in 1453, toen de Osmanen het Byzantijnse Rijk definitief vernietigden. Tot in de vorige eeuw zijn de muren goed onderhouden, totdat de kanonnen te zwaar werden. Sommige stukken muur zijn nu verdwenen of erg vervallen, maar het merendeel staat nog steeds overeind - van de Zee van Marmara, waar Yedikule of het Kasteel met de Zeven Torens staat, tot aan de Gouden Hoorn.

Eyüp

Verder naar het noorden ligt het vroegere plaatsje Eyüp, nu helemaal aan Istanbul vastgegroeid. Eyüp is niemand anders dan Job, vriend en vaandeldrager van de profeet Mohammed. Hij kwam hier tegen het einde van de 7e eeuw om het leven tijdens een aanval op Constantinopel. Zijn graftombe en de aan hem gewijde, zeer heilige, moskee staan aan het einde van de Eyüp Sultan Bulvari, niet ver van het Sekiz Mayis Parki, dat weer aan de Gouden Hoorn grenst. Het huidige gebouw dateert uit 1800, nadat een voorganger een aardbeving niet doorstond. Het is in barokstijl opgetrokken en gedecoreerd met tegels, marmer en gekalligrafeerde koranteksten.
Op een heuvel, even ten noorden van de Sultan Eyüp Camii, is nog altijd café Pierre Loti gevestigd. Het is genoemd naar het pseudoniem van een romantische Franse officier/schrijver van rond de eeuwwisseling, die hier graag zat om over de Gouden Hoorn uit te kijken.

De hele oever van de 8 km lange Gouden Hoorn stond nog niet zo lang geleden vol werven, bedrijfjes en fabrieken, die het water volkomen vergiftigden. Nu zijn ze haast allemaal (vierduizend!) gesloopt en zijn er parken voor in de plaats gekomen, die onder de Atatürk-brug doorlopen, tot vlak bij de Galata-brug.

