Een ander schrikbewind

Idi Amin Dada werd geboren in januari 1928 in Koboko in de provincie Arua, deel van het rumoerige noordwesten van het land. Het gezin met een moslimvader en een protestante moeder, was straatarm. Zijn moeder nam de kinderen mee naar het welvarender Buganda, in de hoop er werk te vinden dat een beter leven voor haar en haar kinderen zou betekenen. De emigratie was er een van de duizenden en er kwam dan ook niets van de gouden toekomst terecht. Het gezin leed honger en er was geen geld voor onderwijs.

Idi Amin deed wat elke jongere met geldgebrek deed: hij nam dienst in het leger. Hij vocht voor de Britten, onder andere tegen de Mau-Mau in Kenia. Hij was als militair niet onopgemerkt gebleven en men stuurde hem naar een militaire kaderschool die hij vlekkeloos doorliep. Als tweede zwarte Ugandees bereikte hij in 1958 een officiersrang in het Britse leger. Zijn aard werd al snel duidelijk. Hij deed voor het eerst van zich spreken in 1962. Uganda stond op de drempel van onafhankelijkheid en Amin was opnieuw werkzaam in Kenia. Onder zijn bevel werd een dorp met de grond gelijkgemaakt en platgebrand. Drie van de inwoners werden, zonder enige reden en zonder vorm van proces ‘als afschrikwekkend voorbeeld’ op gruwelijke wijze gemarteld en vermoord. Dat Amin daarvoor nimmer voor de krijgsraad gedaagd werd, dankte hij aan een persoonlijk ingrijpen van Obote, die een belangrijke rol zag weggelegd in zijn leger voor de jonge, ambitieuze officier.

Reeds in 1966 werd Amin tot onderbevelhebber van de Ugandese strijdkrachten benoemd. Na de constitutionele crisis van dat jaar bracht hij het, als dank voor bewezen diensten, tot de rang van generaal-majoor en opperbevelhebber van het Ugandese leger. Behalve voor de gevangenneming van de kabaka en het doen verdwijnen van diens getrouwen, tekende hij ook voor de systematische uitroeiing van mogelijke tegenstanders van Obote, na het verbod op de politieke partijen. De president beloonde hem met een benoeming voor het leven.

Omdat de gruweldaden begaan werden en het schrikbewind werd uitgevoerd in naam van Obote, werd Amin, na zijn machtsovername, als een nationale held en bevrijder gezien. Hij trad naar buiten als een man die het volk nieuwe impulsen kon geven, de economie nieuw leven in kon blazen. Algemeen zag het Ugandese volk hem als een brenger van nieuwe welvaart. Hij beloofde dan ook een snelle terugkeer naar een democratisch bestel. In de toestand waarin het land en de bevolking verkeerde werd hij graag geloofd.

De ware Amin hield zich schuil tot medio 1972 toen hij alle joden en Aziaten het land uitzette, hun bezittingen verbeurd verklaarde en hun bankrekeningen naar de ‘staatskas’ overhevelde. Het volk geloofde nog steeds in hem: ‘de Ugandese welvaart moet ten goede komen aan de Ugandezen. Uganda voor de Ugandezen, Afrika voor de Afrikanen.’ Daarmee gaf hij een teken naar andere Afrikaanse landen. In Uganda ging men simpelweg voorbij aan het feit dat de economie voor het belangrijkste gedeelte juist draaide dankzij de nu verbannen groeperingen.

Niet meer op de vingers gekeken door enige buitenlander ging Amin over tot ‘zuivering’ van het landsbestuur. Binnen een jaar waren alle hoge officieren die hem tijdens de coup terzijde hadden gestaan verdwenen of vermoord. Hetzelfde lot was beschoren aan hoge ambtenaren die nog onder Obote gediend hadden en leden van vroegere kabinetten. De ongelukkigen verdwenen, de gelukkigen werden het land uitgezet, de meesten vonden een gastvrij onthaal in Tanzania. Iedereen die direct of indirect een bedreiging zou kunnen vormen voor de machtspositie van Amin, verdween van het toneel. Zijn schrikbewind kende geen grenzen en zijn vertrouwelingen binnen het leger bezaten blanco volmachten. Ieder die zich ook maar enigszins verdacht gedroeg, ieder die maar een spoor van verdenking op zich laadde, werd opgepakt en gevangengezet, verhoord, gemarteld en in de meeste gevallen op beestachtige wijze vermoord. De staatsveiligheidsdienst had overal oren. Iedereen wantrouwde iedereen en deed de vreemdste dingen om zelf niet opgepakt te worden. Naar schatting kwamen tijdens Amin’s bewind meer dan 300.000 Ugandezen op deze wijze om.

De Afrikaanse staten, verenigd in de OAU (Organisation for African Unity), bleven Amin en diens denkbeelden door dik en dun steunen. In 1975 werd Amin zelfs tot voorzitter van deze organisatie benoemd. De enige die zich openlijk tegen hem durfde verzetten was de president van buurland Tanzania, Julius Nyerere. Hij weigerde dan ook om de vergadering van de OAU in 1975 in Kampala bij te wonen. Hij had zijn oor welwillend te luisteren gelegd bij de vele verbannen leiders en vluchtelingen. Onder hen bevonden zich de vroegere president Milton Obote en de latere president Yoweri Museveni.

Ondanks alles broeiden ook binnen Uganda nog steeds verzetshaarden. Amin ging ervan uit dat de Tanzaniaanse Ugandezen, gesteund door de regering van dat land, de oorzaak van zijn binnenlandse problemen waren. Het was hem bekend dat de gevluchte en verbannen Ugandezen zich in hoofdzaak in het noordwesten van Tanzania bevonden. Teneinde de nationale eenheid te herstellen verklaarde hij in 1978 dan ook dat de noordwestelijke provincies van Tanzania door Uganda geannexeerd waren. Zijn (op belangrijkste posten door hemzelf uitgeholde) leger trok Tanzania binnen teneinde de geannexeerde gebieden daadwerkelijk te bezetten en de rebellen op te pakken. Natuurlijk ging Tanzania daar niet mee akkoord en besloot tot een gewapend conflict met het buurland.

In april 1979 viel een 20.000 man sterke troepenmacht Uganda binnen en het Ugandese leger capituleerde al snel. De troepen bezetten geheel zuidelijk Uganda en Amin werd afgezet en verbannen. Hij zou nooit meer naar Uganda terugkeren en overleed in 2003 op 78-jarige leeftijd in een ziekenhuis in Saudi-Arabië. Pas nadat Milton Obote in 1981 door middel van verkiezingen tot nieuwe president was gekozen trok de Tanzaniaanse legermacht zich terug. Uganda was niet alleen berooid, binnen de landsgrenzen was niemand meer die ook maar enigszins in staat was om de draad naar een bestel dat democratische kenmerken droeg, weer op te pakken.

Gerelateerde onderwerpen

  • De eerste Europeanen

    De toegetakelde gedenkplaat van John Speke
    Het Bunyororijk werd alsmaar kleiner en na de dood van omakuma Kyebambe III in 1835, viel het ten slotte geheel uiteen. Een latere omakuma, Kamurazi, die in 1852...
  • Een tussenfase

    Parlementsgebouw met een bewogen verleden
    Het was duidelijk dat de leider die Uganda nodig had uit het buitenland moest komen. Milton Obote, de door Amin afgezette president had, samen met andere...