Hoima

Ook Hoima is een centrum in de reisroutes naar de westelijke nationale parken en wildreservaten. Vanuit Kampala rijdt u er, afhankelijk van de weersgesteldheid, in een paar uur via een minder goede weg naartoe via Kiboga. Hoima is de hoofdstad van het Bunyorovolk en ligt tussen twee heuvels op een hoogvlakte. De stad is omgeven door eucalyptusbomen, ooit geplant om malaria te weren. Hoima is een alleraardigst plaatsje waarin de adem van het koloniale verleden nog duidelijk voelbaar is. Het heeft een levendig centrum waar zich de meeste activiteiten concentreren, zowel de economische als de religieuze.

Als u de stad verlaat in de richting van Masindi passeert u na enkele kilometers de Mparo graftombes. Het zijn de begraafplaatsen van vroegere omakuma’s (koningen) van de Bunyoro, waaronder de in 1923 overleden (en misschien wel de meest bekende): Kabalega. Hij bevocht de Britse overheersers totdat hij in 1894 gevangengenomen werd. Ook zijn zoon, omakuma Tito Wimyi, ligt er begraven. De tombes doen sterk denken aan de graftombes op de Kasubi heuvel in Kampala. Het gebouw is echter veel kleiner. De Mparotombes worden slechts ‘bewaakt’ door een oude vrouw, wier toestemming u nodig heeft om er wat rond te kijken. Vergeet niet uw schoenen uit te trekken alvorens u het complex binnengaat. Binnen vindt u onder andere tal van persoonlijke bezittingen van Kabalega. Er wordt een kleine bijdrage van u verwacht voor uw bezoek aan de graven. Een plaquette buiten het gebouw geeft de plaats aan waar Kabalega in 1877 Emin Pasha, de Duitse ontdekkingsreiziger die lange tijd in Oost-Afrika doorbracht, ontmoette.

In de richting van Lake Albert rijdend komt u na ongeveer 3 kilometer bij de restanten van het Katasiha fort. Het werd in 1894 gebouwd door de Britse generaal Colville, speciaal om de jacht op en het verdrijven van omakuma Kabalega te optimaliseren.

Emin Pasha, kleurrijkste der ontdekkingsreizigers

Een van de kleurrijkste figuren uit de rijen van de ontdekkingsreizigers en bestrijders van slavenhandelaren was ongetwijfeld Emin Pasha. Als Duitser zat hij verkeerd in z’n vel, als bestrijder van het onrecht soms eveneens. Zijn naam was Eduard Karl Oskar Theodor Schnitzer en hij werd in 1840 in Pruisen geboren. Hij studeerde af als arts, maar werd onweerstaanbaar aangetrokken door het avontuur. Het ontbrak hem niet aan fantasie en hij mocht graag wegdromen naar zuidelijke landen.

Op zekere dag besloot hij z’n dromen waar te maken en vertrok naar Afrika, zogenaamd als arts die, in navolging van Livingstone, genezing en evangelie zou gaan brengen bij de wilden in donker Afrika. Hij was inmiddels getrouwd met een vrouw van Turkse komaf en had de luisterrijke geschiedenis van welvarende Turken uitgebreid bestudeerd. Het was dan ook niet verwonderlijk dat hij zich vaak voorstelde als Turk met de naam Mehmed Emin Pasha, daarmee te kennen gevend dat hij een hoge functie had in de Turkse samenleving. Pasha was de titel voor een provinciehoofd in Turkije.

Ook deed hij zich voor als Egyptenaar en hij overwoog zich eveneens tot Brit of Belg te laten naturaliseren. Hij liet zijn vrouw in Duitsland achter en vertrok naar Egypte. Behalve fantasie beschikte Emin Pasha ook over een aangeboren charme en ieder die hem ontmoette was dadelijk onder de indruk van zijn persoonlijkheid. Op weg naar Egypte ontmoette hij een jonge Ethiopische vrouw die zijn minnares werd en hem een dochter schonk.

Tijdens zijn rondreis door Egypte met vrouw en kind ontmoette hij generaal Gordon, een Britse ijzervreter, die ter plaatse voor rust en kalmte zorgde. Die zag wel wat in de innemende Egyptenaar en vroeg hem, mede gelet op zijn ervaring, het gouverneurschap van de provincie Equatoria in Zuid-Soedan, toen nog Egyptisch bezit, op zich te nemen. Emin Pasha liet zich gemakkelijk overhalen en stortte zich met overgave in het luxe leven dat bij zijn functie hoorde.

Hij wist de generaal ervan te overtuigen dat zijn leven dagelijks gevaar liep en de generaal op zijn beurt rapporteerde Londen over de ontberingen die zijn afgezant moest doorstaan. Toen de generaal tijdens de slag om Khartoem in 1885 om het leven kwam, besefte Londen onmiddellijk dat Pasha in groot gevaar moest zijn en organiseerde een reddingsoperatie. Dankzij de vrijgevigheid van een aantal welgestelde Britten kon een expeditie worden uitgestuurd om Emin Pasha te redden. De expeditie zou onder leiding staan van de zeer ervaren Stanley.

Helaas wist men niet waar precies gezocht moest worden, maar Stanley had voor hetere vuren gestaan en vond hem uiteindelijk in een weelderig paleis, te midden van haremvrouwen en slaven. Zijn bedrog kwam toen al snel uit en hij moest vluchten om het vege lijf te redden, vergezeld door Stanley die gezien werd als een vriend die gekomen was om hem te redden uit de klauwen van de wilden.

Het was nu Stanley’s beurt om het heft in handen te nemen en samen bereikten ze in december 1989 de Afrikaanse oostkust, waar Stanley in Bagamoyo (Tanzania) afscheid nam van Emin Pasha die, Duits als hij was, met open armen door het koloniale bewind werd ontvangen. Hem werd het Liku House als verblijfplaats aangeboden. De Duitsers hingen aan zijn lippen bij het horen van zijn verhalen en waren diep onder de indruk van zijn inspanningen om de wereld van slavernij te bevrijden.

Helaas was het verhaal zó overtuigend dat mensen uit het circuit van de illegale slavenhandel besloten dat Emin Pasha uit de weg geruimd moest worden. Tijdens een banket, ter ere van hem aangeboden door de koloniale machthebbers, belandde hij, door nimmer opgehelderde oorzaak vanaf het balkon op straat. In zorgwekkende toestand werd hij naar het ziekenhuis gebracht waar hij zes weken verbleef voordat alle botten weer hersteld waren van de opgelopen schade.

Zijn roem was tot diep in Duitsland doorgedrongen en het was in opdracht van de keizer persoonlijk dat hij afreisde naar westelijker streken om de illegale slavenhandel aldaar een halt toe te roepen én om te onderhandelen met opstandelingen die de Duitsers probeerden een voet dwars te zetten. Om die reden maakte hij diverse rondreizen die hem ook in R.D. Congo en Uganda brachten. Een plaquette nabij de Mparo graftombes in Hoima onderstreept het belang dat de volkeren gaven aan hun vriendschap met Emin Pasha.

Overal werd hij met veel egards ontvangen, maar het reizen was hem, gemakzuchtig als hij in feite was, te vermoeiend. Hij sloeg daarom zijn tenten op in de omgeving van Kisingani (R.D. Congo) en hervatte zijn luxe leven. De slavenhandelaren waren hem echter niet vergeten, het was duidelijk dat ze in hem een échte bedreiging zagen en in 1892 werd hij door de Arabieren, terwijl hij bezig was zijn uitgebreide collectie bloemen, planten en vlinders te catalogiseren, om het leven gebracht. Hij werd gevonden door zijn slaven, die natuurlijk te boek stonden als bedienden. Zijn keel was van oor tot oor opengesneden.

Bestemmingen in de omgeving van Hoima

  • Moyo

    Waterrijk gebied
    Noordelijker kan het bijna niet. Moyo was indertijd een belangrijke plaats en nog steeds is er een organisatie (evenals in het 25 kilometer zuidelijker gelegen...
  • Murchison Falls nationaal park

    De waterval Murchison Falls van boven af bekeken.
    Het grootste nationale park van Uganda, ook bekend als Kabalega Falls n.p., heeft een bewogen geschiedenis achter de rug. Een groot gedeelte van het park was tot...