Umbrië

Todi in Umbrie
Todi in Umbrie, ©Livioandronico2013

Het ‘groene hart van Italië’, Umbrië, grenst nergens aan zee. Het heeft 814.000 inwoners – 96 per km2 – en een oppervlakte van 8.456 km2 Het bestaat voor 53% uit bergland, 41% is heuvelland en slechts 6% laagland. Als gevolg van de geologische en klimatologische omstandigheden, maar vooral door de verstandige en zorgvuldige bewerking door de mens is er een uiterst aantrekkelijk en gevarieerd landschap ontstaan. Het is een lappendeken van alle tinten groen; stadjes en dorpen kleuren de heuveltoppen grijsbruin; de tijd lijkt daar sinds de middeleeuwen vrijwel te hebben stilgestaan. De Tiber (Tevere) is de grootste rivier; met de zijrivieren de Nera, Sordo, Corno en Velino zorgt zij voor de afwatering. Kloofdalen, watervallen en bergmeren geven het gebied een bijzonder karakter. Uitgebreide beschrijvingen vindt u op de webpagina Bezienswaardigheden Umbrië

Geschiedenis en kunst

Uit de prehistorie zijn belangwekkende vondsten te zien in het Archeologisch Museum van Perugia, zoals de ‘Venus van Trasimeno’ en het graf van Poggio Aquilino.

Omstreeks 1000 v.C. immigreerden de Umbriërs. Hun gebied werd spoedig onder druk van de Sabijnen, Etrusken en Galliërs verkleind, tot zij door de Etrusken werden ingelijfd. Op 7 bronzen platen daterend van de 3e eeuw v.C., de Tavole Eugubine (tafels van Gubbio) worden ceremoniën beschreven, half in het Etruskisch en half in het Latijn. Ze worden in Gubbio in het Palazzo dei Consoli, bewaard. In Perugia zijn ondergrondse grafkamers, de Volumni, gevonden; de Porta Augusta is niet Romeins, maar Etruskisch. In het museum van Orvieto, het Etruskische Volsinii, zijn vondsten uit die tijd te zien.

Na de slag bij Sentino (295 v.C.) werd Umbrië bij Rome gevoegd, hetgeen een periode van verval inluidde. Aan de Via Flaminia, van Rome, door Umbrië naar de Adriatische Zee, bouwden de Romeinen versterkingen.

Uit de Romeinse tijd zijn talrijke resten van aquaducten, tempels, amfitheaters, badhuizen en villa’s overgebleven, o.a. de villa van Plinius de Jongere. Het christendom vond hier een vruchtbare voedingsbodem. Al in de 6e eeuw werden kerken en kloosters gebouwd, die centra van cultuur werden. Oudchristelijke gebouwen zijn de Sant’Angelo in Perugia (6e eeuw), de abdij van San Pietro in Valle bij Ferentillo (8e eeuw) en de Sant’Eufemia in Spello (10e eeuw). Mer informatie over kunst en geschiedenis in Umbrië vindt u in de beschrijvingen van de bezienswaardigheden van Umbrië

Franciscus van Assisi – 1182-1226

Franciscus werd geboren als zoon van de welvarende koopman Pietro Bernardone en diens Franse vrouw Pica. Hij heette eigenlijk Giovanni, maar kreeg de bijnaam Francesco (Fransmannetje). De jongen kreeg een goede opvoeding, hield van feesten en was bestemd om zijn vader op te volgen in de handel. Ook vocht hij als soldaat tegen Perugia, maar de slag werd verloren en hij werd gevangen genomen. Na een jaar wist zijn vader hem vrij te kopen. Toen Franciscus, die in de gevangenis veel had nagedacht over zijn toekomst, eens het kerkje San Damiano bezocht, hoorde hij een stem uit het kruisbeeld zeggen: ‘mijn woning stort in, ga heen en herstel haar’. Hij toog aan het werk en maakte zich, met hulp van bisschop Guido, los van zijn ouders. Op dramatische wijze gaf hij bezit en geld op en werd kluizenaar op een klein stukje grond ‘porziuncula’ bij de kapel Santa Maria degli Angeli. Als bezitloze ‘minderbroeder’ trok hij de wereld in om te prediken; ook kreeg hij de eerste volgelingen. Men noemde hem ‘il poverello’ (arm mannetje). Met moeite kreeg Franciscus van paus Innocentius III erkenning. In 1212 meldde zich de eerste vrouw, de adellijke Chiara (Clara) aan, die toen de orde der clarissen oprichtte.

In 1224 ontving Franciscus in La Verna, in de Apennijnen, de ‘stigmata’, dezelfde wonden op zijn lichaam als Christus aan het kruis.

Op 4 oktober 1226 stierf hij; er steeg een zwerm leeuweriken juichend omhoog en de klokken van de Santo Stefano begonnen spontaan te luiden. Dierendag is op 4 oktober, omdat Franciscus net zoveel van dieren hield als van mensen. Zijn ‘prediking tot de vogels’ is door het fresco van Giotto in de San Francescobasiliek van Assisi onsterfelijk geworden…

Umbrië had veel te lijden onder de strijd tussen de Byzantijnen en de ‘barbaarse’ invallers. In 552 werd Umbrië weer Byzantijns, na de nederlaag van de Goten. Na nieuwe invasies werd het gebied echter door de Longobarden ingelijfd. Dezen stichtten het hertogdom Spoleto (571). Door donaties van Pepijn de Korte en Karel de Grote werd Umbrië bezit van de kerk van Rome.

In de 11e eeuw kregen de meeste steden een grote autonomie als ‘comune’, stadstaat. De welvaart steeg, maar veel onrust ontstond nog door de strijd tussen de Welfen (pausgezinden) en Ghibellijnen (keizer-gezinden). In de 12e en 13e eeuw werden veel Romaanse kerken gesticht, zoals de dom van Spoleto en die van Assisi. Door de comunes was Umbrië staatkundig verbrokkeld, maar een zekere eenheid ontstond door religieuze stromingen. Reeds in de 6e eeuw fungeerden de benedictijner kloosters als cultuurcentra en in de 13e eeuw werd Umbrië het middelpunt van de prediking van Franciscus van Assisi en Clara. De gotische basiliek San Francesco in Assisi, aanvang bouw 1228, geeft een prachtig overzicht van de schilderkunst van de 13e en 14e eeuw. De dom van Orvieto is een van de mooiste van Italië.

Behalve door de kloosters werd de cultuur ook bevorderd door de universiteit van Perugia (uit 1308) en door de Schildersschool van Umbrië, met grote kunstenaars als Perugino en Pinturicchio. De bekendste leerling van Perugino was Rafaël.

Burgerlijke gotische gebouwen zijn het Palazzo dei Priori van Perugia, het Palazzo dei Consoli van Gubbio en de Palazzi del Popolo van Orvieto, Todi en Città di Castello.

Er zijn niet veel gebouwen uit de renaissance; een prachtig gebouw uit die tijd is het Oratorio San Bernardino in Perugia.

Er werkten ook Toscaanse kunstenaars in Umbrië, zoals B. Gozzoli (Montefalco), Filippo Lippi (Spoleto) en Luca Signorelli (Todi).

Traditionele ambachten

De keramiek van Deruta, Perugia, Gubbio, Gualdo Tadino, Orvieto en Città di Castello gaat op een eeuwenoude traditie terug, ten minste tot de Etrusken.

Textiel wordt sinds de 12e eeuw gemaakt, vooral in Perugia. Beroemd zijn de tafelkleden, met oude motieven bewerkt. Kant en borduurwerk wordt gemaakt in Assisi en bij het Trasimeense Meer, op de eilandjes en in Panicale.

Meubels en houtsnijwerk komt vooral van Città di Castello, Todi en Orvieto.

Smeedijzer en wapens komen uit Perugia, Orvieto, Gubbio en om het Trasimeense Meer.

Musea van ambacht en volkskunst
• Bij Città di Castello, in het dorp Garavelle, worden in een boerderij oude ambachten gedemonstreerd. Er is een smederij, een timmerwerkplaats, weverij, leerbewerking en wijn- en olijfolieproductie op traditionele wijze.
Torgiano bij Bettona heeft een interessante collectie boeken, voorwerpen, keramiek en werktuigen, die te maken hebben met de wijnmakerij, in het Museo del Vino.
• San Feliciano aan het Trasimeense Meer heeft een visserijmuseum, waar de diverse vismethoden getoond worden.
• In Deruta is het Umbrische Keramiekmuseum, in het Palazzo Comunale.

Evenementen

Historisch-religieuze feesten:
• Op 15 mei vindt de Corsa dei Ceri plaats in Gubbio; hiermee wordt behalve de patroonheilige ook een historisch feit herdacht, nl. de overwinning van Gubbio in 1151 op omringende steden.
• Op de laatste zondag van mei wordt, ook in Gubbio, de Palio della Balestra gehouden, een kruisboogwedstrijd op de Piazza della Signoria.
• Op 21 en 22 mei is het feest van Santa Rita in Cascia.
• Bekend is ook de Calendamaggio van Assisi op 30 april en 1 mei.

Het grootste bloemenfeest ‘infiorato’ vindt jaarlijks met Pinksteren plaats in Spello. Verdere voorjaarsfeesten, met een traditie, die soms tot de voorchristelijke tijd teruggaat, zijn de Cantamaggio van Terni, de Corsa dell’Anello (ring-race) en de nachtelijke historische processie in de eerste week van mei in Narni, het Palombella-feest (duiven) met Pinksteren en het Corpus Domini-feest, beide in Orvieto.

In de herfst, op de tweede zondag van september, is de Giostra della Quintana in Foligno, de Torneo delle Giostre in Narni, en met Allerzielen (2 nov.) een feest in Perugia, waarbij amandelkoek wordt gegeten.

Bekende moderne evenementen zijn:
• het Festival dei Due Mondi, in juni en juli in Spoleto, met opera, toneel, muziek en ballet, van hoog artistiek gehalte.
• In juli heeft in Perugia het Umbria Jazzfestival plaats.

Meer specifieke informatie over Umbrië vindt u onder de link Bezienswaardigheden Umbrië.