Apartheid

Stichting African National Congress (ANC)

African National Congress, gesticht in 1912, verzette zich tegen onderdrukking van inheemse volken/zwarten in Union of South Africa. Zeven jaar later werd de eerste campagne tegen de ingevoerde paswetten georganiseerd; tien jaar later volgden experimenten met mijnwerkersstakingen. Op deze manier ontwikkelde African National Congress zich tot (Marxistische) massabeweging.

Group Areas Act (Groepsgebiedenwet)

Op 4 juni 1948 werd Daniel Malan namens de National Party premier van de Unie. Zijn regering voerde de Group Areas Act (Groepsgebiedenwet) in. Deze wet bepaalde welke gebieden en wijken werden toegekend aan welke raciale groep. Dit betekende dat stadscentra/dorpscentra en welvarende (buiten)wijken werden toegekend aan blanken, terwijl minder welvarende wijken Indisch gebied werden. Inwoners met een zwarte huid dienden zich in ‘plattelandssatellieten’ van steden te vestigen. Op dit gebied verrezen krottenwijken die het formaat van steden hadden. Het gevolg van deze wet is nog steeds dagelijkse werkelijkheid. Op satellietkaarten zijn deze ‘townships’ zichtbaar; deze kunnen een grotere oppervlakte beslaan dan de stad/het dorp zelf. Iedereen die in een ‘verkeerde’ wijk woonde, diende te verhuizen.

Immorality Act (Ontuchtswet), Prohibition of Mixed Marriages Act

In deze periode werden ook de Immorality Act (Ontuchtswet, verbod op seksuele relaties tussen blanken en niet-blanken) en de Prohibition of Mixed Marriages Act (Wet op Verbod van Gemengde Huwelijken) ingevoerd.

Suppression of Communism Act (Wet op Onderdrukking van Communisme), Pass Laws

Trachtend de invloed van het communisme te minimaliseren en communistische ideologieën te beperken, werd de Suppression of Communism Act (Wet op Onderdrukking van Communisme) ingevoerd. In de praktijk gaf deze wet de autoriteiten carte blanche om verzetsbewegingen en hun leden aan te pakken omdat deze werden beïnvloed door dit gedachtegoed. De Pass Laws (Passenwetten, 1952) verplichtten elke zwarte inwoner tot het dragen van een identiteitsboekje bij het verlaten van ‘zwart woongebied’. Deze persoon diende toestemming van de autoriteiten te hebben voor het reizen naar of wandelen door gebied dat niet voor hem bestemd was. Een blanke mocht elke zwarte inwoner vragen om zijn pas te tonen en in bedrijven mochten zwarten geen hogere post bekleden dan de laagste post voor een blanke.

Reservations of Separate Amenities Act (Wet op Afzonderlijke Gerieven)

Wetmakers werkten overuren: in 1953 volgde de Reservations of Separate Amenities Act (Wet op Afzonderlijke Gerieven). Deze wet bepaalde welke openbare gebouwen, faciliteiten en diensten beschikbaar waren voor welke raciale groep. Hierdoor werden (onder andere) stranden, toiletten, zitbanken, ziekenhuizen en scholen verdeeld en voorzien van een waarschuwingsbord.

Presentatie Freedom Charter

Gedurende het premierschap van Johannes Strijdom presenteerden African National Congress en haar bondgenoten (onder andere South African Congress of Democrats) hun Freedom Charter (Vrijheidsmanifest). In dit document definieerden zij hun doelstellingen voor een Zuid-Afrika dat niet op ras was gebaseerd.

Sharpeville Massacre (Bloedbad van Sharpeville)

Op 21 maart 1961 werden zwarte Unie-inwoners door Pan Africanist Congress (PAC, ‘Afrika voor Afrikanen’ tegenhanger van Marxistisch African National Congress) opgeroepen te demonstreren tegen Apartheidlegislatie en het harde segregatiebeleid van premier Verwoerd. De protestbijeenkomst in Sharpeville begon vreedzaam, maar de sfeer veranderde door het toenemende aantal demonstranten (uiteindelijk twintigduizend). Nerveuze politiemannen openden het vuur, waardoor 69 demonstranten om het leven kwamen. Sharpeville Massacre (Bloedbad van Sharpeville) deed het land schudden op haar grondvesten.

Gevolg van 'Sharpeville'

Gevolgen van 'Sharpeville': verbod op zowel Pan Africanist Congress als African National Congress, demonstraties en onrust in alle delen van het land, het afkondigen van de noodtoestand en de opsluiting van meer dan tienduizend prominente leden van deze organisaties. De internationale gemeenschap reageerde geschokt, wat de isolering van de Unie tot gevolg had.

Poqo/Azanian People's Liberation Army en Umkhonto we Sizwe (reactie op 'Sharpeville')

Als reactie op ‘Sharpeville’ werden twee militaire organisaties gesticht: Poqo/Azanian People’s Liberation Army (APLA, van Pan Africanist Congress) en Umkhonto we Sizwe (van African National Congress met daarin South African Communist Party). APLA’s doelen waren blanke burgers die ‘in hun ziel getroffen moesten worden’. Umkhonto we Sizwe (MK, ‘Speer van de Natie’) organiseerde sabotageactiviteiten en bomaanslagen (op vooral overheidsfaciliteiten en burgerdoelen). Bekende leden van Umkhonto we Sizwe waren Nelson Mandela (medestichter), Chris Hani, Thabo Mbeki, Walter Sisulu, Joe Slovo en Jacob Zuma.

Labeling APLA en MK door Unieregering

De Unieregering labelde beide groepen als ‘terroristische organisatie’ en werden verboden. Dit verbod opende een nationale jacht op leden en hun families, faciliteiten, sympathisanten en financiers van Umkhonto we Sizwe en APLA. Het land was in rep en roer, overal werd op deuren gebonsd en volgden arrestaties. Umkhonto we Sizwe’ top besloot verder te gaan als ondergrondse organisatie en leidde het (geleidelijk en geheim) in ballingschap gaan van prominente leden. Dar-es-Salaam, Lusaka, Lagos en Londen waren geschikte ballingsoorden, maar ook de autoriteiten van Lesotho en Swaziland (tijdelijk) waren welwillend.

Rivonia Trails (Rivoniaprocessen)

In juli 1963 werd Nelson Mandela met achttien andere (onder andere joodse) leden van ondergrondse organisaties gearresteerd op Liliesleaf Farm in Rivonia. Deze arrestaties leidden tot de Rivonia Trails (Rivoniaprocessen): tien leiders van African National Congress werden beschuldigd van meer dan tweehonderd sabotageacties. De groep werd schuldig bevonden en kreeg levenslange gevangenisstraf op Robben Island opgelegd.

Black Conciousness Movement (BCM, Zwartbewustzijnsorganisatie)

Uit het verdwijnen van Pan Africanist Congress en African National Congress ontstond een nieuwe verzetsorganisatie: Black Conciousness Movement (BCM, Zwartbewustzijnsbeweging). Deze stond voor ‘renaissance’ – nieuw bewustzijn en solidariteit – van zwarten in het land. Black Conciousness werd gesticht door de charismatische Steve Biko.

Uit het Brits Gemenebest, moord op Verwoerd

Na ‘Sharpeville’ konden de blanke inwoners van de Unie kenbaar maken of zij Brits gezag of een republiek wensten. Republikeinen wonnen dit referendum, waarna Verwoerd het land het Brits Gemenebest uitloodste – een bezorgd Londen achterlatend. In september 1966 werd Hendrik Verwoerd vermoord door Dimitri Tsafendas, Zuid-Afrikaans ambtenaar die in Mozambique was opgegroeid. Tsafendas bekende de moord, maar werd door de rechter onschuldig bevonden op grond van ontoerekeningsvatbaarheid. De rechter liet Tsafendas gevangenhouden 'at the pleasure of the president'. Dimitri Tsafendas stierf in 1999 en was niet meer vrijgelaten.

Zelfbeschikking door stichting 'homelands'

John Vorster (National Party) werd benoemd tot premier van Zuid-Afrika. Ondanks het feit dat hij betrokken was bij ontwikkelen van Apartheidswetten, stelde Vorster zich gematigder op dan Verwoerd. Onder zijn leiding werden politieke banden met Afrikaanse landen aangehaald en werd het zwarte diplomaten toegestaan om zich in blanke wijken te vestigen. Zelfbeschikking voor bevolkingsgroepen kreeg onder Vorster een nieuwe dimensie. Het bewind zag de creatie van een blank Zuid-Afrika als de oplossing voor ’s?lands raciale problemen. Elke stam kreeg een ‘staat’ op voor hen historische (maar nu verarmde) grond. Deze ‘homelands’ regeerden zichzelf, de bevolking behield zo culturele structuren. Het plan werd verder uitgewerkt door premier Pieter Willem Botha (National Party): 75% van de zwarte bevolking ging leven op 13% van Zuid-Afrika’s oppervlakte en ‘thuislandbewoners’ mochten Zuid-Afrika alleen betreden als zij daarvoor toestemming hadden.

Lijst van 'homelands'

De volgende ‘homelands’ werden tussen 1972 en 1981 gesticht:

•, Bophuthatswana (voor Tswana, hoofdstad: Mmabatho);

•, Ciskei (voor Xhosa, hoofdstad: Bhisho);

•, Gazankulu (voor Tsonga, hoofdstad: Giyani);

•, KaNgwane (voor Swazi, hoofdstad: Louieville);

•, KwaNdebele (voor Ndebele, hoofdstad: KwaMhlanga);

•, KwaZulu (voor Zulu, hoofdstad: Ulundi);

•, Lebowa (voor Sepedi/Noord-Sotho-sprekenden, hoofdstad: Seshego);

•, QwaQwa (voor Basotho, hoofdstad: Phuthaditjhaba);

•, Transkei (voor Xhosa, hoofdstad: Mtatha);

•, Venda (voor Venda, hoofdstad: Thohoyandou).

Internationale reactie op stichting homelands, bestuur van homelands

De internationale gemeenschap wilde niets weten van deze oplossing, dus was het alleen Zuid-Afrika dat diplomatieke relaties onderhield met (in de meeste gevallen) militaire regimes van de ‘homelands’. De ‘presidenten’ waren Pretoria welgevallig en bestuurden hun gebieden als dictators.

Soweto Uprising

Het was Soweto Students’ Representative Council dat in juni 1976 een demonstratie tegen gebruik van het Afrikaans op zwarte scholen, organiseerde. De politie opende het vuur op de twintigduizend jongeren; 176 werden gedood. Dit wrede politieoptreden leidde tot stakingen, ongeregeldheden en arrestaties die meer dan een jaar voortduurden en meer dan duizend mensen het leven kostte. Onder de gearresteerden was Steve Biko, die in coma raakte door mishandeling door agenten – en dagen later overleed. ‘Soweto Uprising’ bracht het land op de rand van burgeroorlog en leidde tot internationale verontwaardiging.

Herschrijving grondwet

Premier Botha (‘Die Groot Krokodil’) besefte dat de situatie onhoudbaar was en liet in 1983 (gesteund door tweederde van de blanken) de grondwet herschrijven: de president kreeg meer bevoegdheden en het parlement werd verdeeld in drie kamers. Zwarte Zuid-Afrikanen kregen geen vertegenwoordiging en gingen daarom niet akkoord met de constitutionele veranderingen. Gewelddadige demonstraties volgden; tienduizenden werden zonder proces gevangengezet. Botha kondigde de staat van beleg af, die tot 1990 duurde. Pass Laws en Reservations of Separate Amenities Act werden ingetrokken.

Stichting Afrikaner Weerstandsbeweging (AWB)

Het intrekken van Pass Laws en Reservations of Separate Ameneties Act leidde indirect tot de stichting van de Afrikaner Weerstandsbeweging. Deze organisatie streed voor een blank Zuid-Afrika als ‘volksstaat’ (onafhankelijk land voor Afrikaners) en schuwde geweld niet. De extreemrechtse organisatie werd geleid door Eugene Terre’Blanche en had (vanuit ideologisch oogpunt) veel overeenkomsten met Nazi’s.

Hervormingsgezind beleid, vrijlating Nelson Mandela

De verkiezingen van 1989 werden (wederom) gewonnen door National Party, die de hervormingsgezinde Frederik Willem de Klerk als eerste kandidaat had. Kort na zijn inauguratie als president maakte De Klerk in het parlement bekend de discriminerende wetgeving in te trekken en Zuidwest-Afrika onafhankelijk te verklaren. Ook werden African National Congress en Pan Africanist Congress gelegaliseerd en begonnen moeizame onderhandelingen die leidden tot vrijlating van Nelson Mandela (2 februari 1990). Het bestuur van African National Congress beloofde de gewapende strijd te staken en Umkhonto we Sizwe op te doeken – om zo de weg vrij te maken voor ontmanteling van de Apartheid.

Referendum 1992

Om nog steeds verzekerd te zijn van steun, werd in maart 1992 een referendum gehouden. Deze volksraadpleging bleek de laatste te zijn waaraan alleen blanken deelnamen. ‘Steunt u voortzetting van het hervormingsproces dat de staatspresident op 2 februari 1990 begon en een nieuwe grondwet door onderhandelingen tot doel heeft?’ werd door bijna 69 procent beantwoord met ‘ja’.

CODESA I

In een later stadium bleek African National Congress te betwijfelen of De Klerk het gestarte proces meester was. De vrijheidsorganisatie ondervond moeilijkheden om van verbannen partij onderhandelingsteam te worden. Hoe moest de ‘struggle’ worden voortgezet in de politieke arena? De eerste serie van onderhandelingen, Convention for a Democratic South Africa (CODESA) I, vond plaats in december 1991 en was van korte duur. Hieraan namen functionarissen van tien politieke partijen en leiders van vier thuislanden deel. Deze bijeenkomst had als doel consensus over een overgangsregering en ontwerp van een nieuwe grondwet – maar mislukte.

CODESA II

Convention for a Democratic South Africa (CODESA) II vond plaats in mei 1992 en was succesvol. De deelnemers tekenden ‘Record of Understanding’ met betrekking tot een overgangsregering, vrijlating van politieke gevangenen en afstaan van wapens.

Gewelddadige transitie naar een nieuw Zuid-Afrika

Transitie naar een nieuw Zuid-Afrika leidde tot geweld en bracht het land aan de rand van burgeroorlog en anarchie. Bommen explodeerden, bloedbaden werden aangericht en gewapende conflicten waren aan de orde van de dag. Er heerste onduidelijkheid over welke organisatie welke aanslag pleegde, met welk doel deze werden gepleegd, welke elementen een rol speelden en welke splintergroeperingen actief waren. Partijen beschuldigden elkaar van opruiing, verlieten onderhandelingen, dreigden met boycotten van verkiezingen en meer geweld.