Portugezen varen om Afrika’s zuidpunt

Handelsroute naar befaamd Indië

Terwijl in het huidige Zuid-Afrika bestuur (zoals wij dat kennen) ontbrak, was Portugal een vooraanstaand Europees land, waar de derde zoon van koning Johan I, prins Hendrik de Zeevaarder (1394-1460), van mening was dat de wereld niet ophield bij de horizon en dat de wereldzeeën erop wachtten ontdekt te worden. In 1487 vertrokken de eerste schepen onder gezag van Bartelomeüs Dias (inspecteur van de koninklijke magazijnen) om een handelsroute naar Indië te ontwikkelen. Langs de Afrikaanse kust plaatsten zij tekens om de terugweg te vinden.

Dias' plan mislukt

Enkele maanden later bereikten zij de zuidpunt van Afrika. Echter, ter hoogte van de Wild Coast (Eastern Cape) kwamen zij in zwaar weer terecht. Dagen later bleken zij ver op zee te zijn, waarop werd besloten koers te zetten richting het schiereiland nabij het huidige Kaapstad. De zuidpunt van dit schiereiland noemden zij ‘Cabo das Tormentas’ (‘Kaap van Stormen’); later werd de naam veranderd in ‘Cabo da Boa Esperança’ (‘Kaap de Goede Hoop’). Hoewel Dias wist hoe Indië bereikt kon worden en de tocht nogmaals wilde ondernemen, vond zijn bemanning dit te riskant en weigerde mee te werken. Daarop voeren zij terug naar Lissabon.

Da Gama volbrengt missie

De eerste Europeaan die om de zuidpunt van Afrika voer, was Vasco da Gama (1469-1524). Hij kreeg van de Portugese koning, Manuel I, opdracht om handelsmogelijkheden te ontwikkelen in het Midden-Oosten, Zuid-Azië en het Verre-Oosten. Zijn schepen verlieten Lissabon op 8 juli 1497 en voeren via de westkust van Afrika naar de Wild Coast, waar Dias zijn reis had stopgezet. Van de Wild Coast voer Da Gama door naar de Afrikaanse oostkust en naar Indië. Hij keerde in 1499 terug in Lissabon, waar hem een heldenontvangst wachtte.