Union of South Africa

Brits gezag over Afrika's zuidpunt

Na de Tweede Boerenoorlog stonden de Boeren, inmiddels Afrikaners genoemd, onder bestuur van Groot-Brittannië dat kapitalen uitgaf aan de herinrichting van het land. Ook moest het land de oorlogsschuld van de ZAR betalen. In deze situatie voelden Afrikaners zich irrelevant, gezien zij arme boeren waren in een land waarvan de edelmetalen in handen waren van Britse magnaten. De autoriteiten begonnen een nieuwe ‘verbrittingscampagne’, waarvan invoering van Engels als officiële taal onderdeel was. Afrikaners boden hiertegen weerstand door Nederlands te spreken. Ondanks verschillen, beseften beide partijen echter dat samenwerking noodzakelijk was. In deze periode voerden de Britten wetgeving in die de situatie van zowel inheemse stammen als Indiërs verslechterde.

Stichting Union of South Africa

Op 31 mei 1910 werden Cape Colony (Cape of Good Hope), Transvaal, Natal en Orange Free State verenigd in Union of South Africa. Deze staat vormde een ‘dominion’ binnen het Britse Rijk en had een blank bestuur dat door blanke inwoners werd verkozen. Engels en Nederlands werden officiële talen. Omdat de leiders geen consensus konden bereiken over de hoofdstad van de unie, werd Pretoria (Transvaal) regeringsstad. Kaapstad (Cape Colony) werd wetgevingsstad en Bloemfontein (Orange Free State) werd gerechtshofstad. Pietermaritzburg (Natal) kreeg archieven.

Stichting South African Party

In 1911 stichtten voormalig Boerengeneraals Louis Botha en Jan Smuts de South African Party (SAP). Deze partij zette zich in voor verzoening tussen blanken en leverde ’s?lands eerste premier. Vrees voor overheersing door inheemse stammen en verwoesting van Westerse beschaving leidde tot groeiende steun voor rassenscheiding. Hoewel South African Party hiervan geen voorstander was, steunde de partij blanke superioriteit.

Stichting National Party

Uit onvrede met pro-brits beleid, stapte generaal Hertzog in 1914 uit de partij. Samen met andere Boerenveteranen stichtte hij de National Party (NP) die conservatisme, pro-Afrikanerbeleid en onafhankelijkheid nastreefde.