Bevolking

Lugano in Ticino, het Piazza della Riforma in de oude stad
Lugano in Ticino, het Piazza della Riforma in de oude stad, ©Switzerland Tourism-Christof Schuerpf

'Wat gelukkig toch, dat er niet een enkel saai gelijkvormig soort Zwitsers is, maar dat er Zürcher en Berner, Unterwaldner en Neuenburger, Graubündner en Basler, zelfs twee soorten Basler zijn! Dat er een Appenzeller geschiedenis is en een Ge neef se. Eenheid in verscheidenheid, welke God ons moge laten behouden, is de beste leerschool voor vriendschap, en pas wanneer politieke saamhorigheid tot persoonlijke vriendschap binnen het hele volk leidt, dan is het hoogste bereikt!'
Gottfried Keiler

Culturele verscheidenheid

De verscheidenheid aan talen en culturele achtergronden geeft duidelijk aan dat er van één volk in Zwitserland geen sprake is. Dankzij de bergketens en de voortdurende invloeden uit de omringende landen konden de Duitse, Franse en Italiaanse culturen zich vermengen met de plaatselijke culturen. Toch voelen de inwoners van dit land zich Zwitser.

Ongetwijfeld heeft de hoge welvaart in het rijke Zwitserland er mede voor gezorgd dat de verschillende groepen in de Zwitserse samenleving goed met elkaar overweg kunnen. Spanningen tussen bevolkingsgroepen treden vooral op in perioden van economische recessie en armoede.

Plaatselijke tradities hebben zich altijd kunnen handhaven dankzij de geografische verscheidenheid van het land: de bergen bemoeilijkten het binnenlandse verkeer.

Verschillende nationaliteiten

Het land telt 7.750.000 inwoners, van wie 6.550.000 Zwitsers staatsburger zijn en de rest een andere nationaliteit heeft, voornamelijk de Italiaanse. Het aantal buitenlanders in Zwitserland is dus hoog. Buitenlandse arbeidskrachten zijn van wezenlijk belang geweest voor de ontwikkeling van het land. De spoorwegtunnels zijn vooral door Italianen gebouwd, de Zwitsers hebben voornamelijk het werk van de ingenieurs verricht. Zonder Italianen, Joegoslaven, Turken, Grieken en Spanjaarden was de snel stijgende welvaart van het land na de Tweede Wereldoorlog ondenkbaar geweest.

Niet alleen buitenlandse arbeiders kwamen naar Zwitserland, maar ook intellectuelen, studenten en vluchtelingen. Met name in de 19de eeuw hebben velen politiek asiel in het neutrale Zwitserland gekregen: Richard Wagner, de politieke en muzikale revolutionair; Bakoenin, grondlegger van het anarchisme; Alexander Herzen, de Russische filosoof; Garibaldi en Mazzini, de Italiaanse vrijheidsstrijders.

Voorts woonde Lenin in Zürich voordat hij naar Rusland reisde; en James Joyce vond daar zijn laatste rustplaats.

Bevolkingsgroei

Tussen 1940 en 1970 was er in het politiek stabiele Zwitserland sprake van een snelle economische ontwikkeling, met als gevolg dat het bevolkingsaantal met een derde toenam. Van 1970 tot 1980 daalde de groei, maar vanaf 1980 is de bevolking weer met 8 procent toegenomen. De groei werd veroorzaakt door de komst van buitenlanders, gastarbeiders en in mindere mate asielzoekers; het geboorteoverschot bedroeg in deze periode slechts 3,5 procent. Bovendien zijn er in Zwitserland nog ongeveer 125.000 seizoenarbeiders werkzaam en zo'n 200.000 arbeiders die in de buurlanden van Zwitserland wonen, maar tweemaal daags de grens overgaan om in Zwitserland te werken. Tegenwoordig komen ook steeds meer rijke westerlingen naar Zwitserland die de schoonheid van het landschap zoeken en het rendement van lage belastingen. Hier staat tegenover dat ongeveer 600.000 Zwitsers in het buitenland werken.

Bevolkingsdichtheid

Zwitsers die als soldaat in vreemde dienst hun boterham op het slachtveld verdienden raakten in 1859 zonder werk: het werd verboden om je als soldaat aan een vreemde krijgsdienst te verhuren. Deze krijgslieden waren de karige opbrengsten van de Zwitserse landbouwgronden ontvlucht. Een gelijksoortige vlucht vond in Zwitserland plaats vanuit de bergen naar de grote steden op de Zwitserse hoogvlakte (urbanisatieproces). Het gevolg was een afname van de bevolkingsdichtheid in de Alpen tot het huidige cijfer van 30 inwoners per km2, en een toename op de Zwitserse Hoogvlakte tot 250 inwoners per km2. De gemiddelde bevolkingsdichtheid in Zwitserland is 166 inwoners per km2. Ter vergelijking: in Nederland is het 472 inwoners per km2. Op dit moment vindt er een omgekeerde migratie plaats: de woningen in de binnensteden worden ingenomen door vertegenwoordigers van de dienstensector, zoals banken en winkelbedrijven. Steeds meer mensen zoeken daarom een woning aan de stadsrand of in de dorpen en kleine steden in de omgeving van de stad (de periferie): de grond in de stad is te duur en de lucht te veel verontreinigd. Als reactie daarop proberen veel stadsbesturen de leefbaarheid in de stad te vergroten en de stad weer aantrekkelijk te maken.

Vergrijzende bevolking

De gemiddelde levensverwachting van de Zwitserse man is ruim 79 jaar en van de Zwitserse vrouw ruim 84 jaar. Deze hoge gemiddelde leeftijd zal zorgen voor een sterk vergrijzende bevolking. Met name omdat de regering heeft gekozen voor een bevolkingsontwikkeling die in eerste instantie uitgaat van een afname en op langere termijn van het gelijk blijven van de omvang van de bevolking. Of dit ook zal lukken, blijft de vraag: net als andere West-Europese landen ontwikkelt Zwitserland zich steeds meer in de richting van een immigratieland.

Onderwijs

Zwitserland is een veelkleurig palet en dat geldt ook voor het onderwijs. Er bestaat in het land geen eenvormig onderwijssysteem; ieder kanton heeft zijn eigen regels en wetten betreffende basisonderwijs, middelbaar onderwijs en hoger onderwijs. Er zijn in Zwitserland dus 26 verschillende onderwijssystemen. De staat geeft slechts algemene richtlijnen waaraan de kwaliteit van het onderwijs minimaal moet voldoen; de kantons regelen onder andere de studielengte, de leermiddelen en de salarissen van het onderwijzend personeel.

Scholen

De meeste kinderen gaan na hun vierde verjaardag naar de kleuterschool. Als een kind zes jaar wordt, moet het verplicht naar de basisschool. Afhankelijk van het kanton duurt het onderwijs op de basisschool vier tot zes jaar. Het voortgezet onderwijs (Grade I) duurt drie tot vijf jaar en is verdeeld in drie verschillende studierichtingen: het beroepsonderwijs, het voorbereidend hoger onderwijs en het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs. De laatste richting levert studenten af voor de universiteiten. Na het voortgezet onderwijs zijn er verschillende soorten vervolgstudies.

Universiteiten

Zwitserland bezit vier Franstalige universiteiten (Fribourg, Genève, Lausanne en Neuchâtel ) en vier Duitssprekende universiteiten (Basel, Bern, Zürich en Sankt Gallen). De universiteiten in Lausanne en Zürich verzorgen onder meer het hoger technisch onderwijs.

In Luzern staat de theologische faculteit. Een revolutionaire theoloog van de 20ste eeuw was Karl Barth. Hij ontwikkelde een nieuwe visie op de christelijke geloofsleer. Als theoloog kende hij in Zwitserland beroemde voorgangers zoals Calvijn en Zwingli. Zij zijn, samen met Luther, bekend geworden als de stichters van het protestantisme.

Vooraanstaande denkers

Het onderwijs in Zwitserland leverde verscheidene vooraanstaande denkers op. In de 16de eeuw ontwikkelde de alchemist (primitief scheikundige) en arts Paracelsus een eerste chemotherapie; hij zag in genezing het werk van levenskrachten. Hij was één van degenen die de eerste stoot gaven tot de hedendaagse psychologie, biologie en chemie. Zijn geschriften werden zorgvuldig bestudeerd door C.G. Jung die vervolgens de beroemde leer van de psychische energie en de archetypen opstelde.

Jean Piaget verdiepte zich in de ontwikkelingspsychologie van het kind en de kennisleer over de mens. P.H. Müller vond de DDT uit en Paul Karre isoleerde als eerste de vitamines A en K; beiden werden onderscheiden met de Nobelprijs. Andere bekende wetenschappers zijn de bioloog Adolf Port mann (studie van het levende organisme) en de geneticus Werner Arber.

Karl Barth, een bijzondere theoloog

Karl Barth (18861968) wordt algemeen gezien als een van de belangrijkste christelijke denkers van de 20ste eeuw. Hij werd in 1886 in Basel geboren als zoon van een dominee, maar groeide op in de hoofdstad Bern, waar zijn vader predikant was. In de voetsporen van zijn vader studeerde hij theologie aan de universiteiten van Bern, Berlijn, Tübingen en Marburg. In 1913 trouwde hij met Nelly Hoffman. Uit dit huwelijk werden vijf kinderen geboren. In 1930 werd hij aangesteld als hoogleraar aan de universiteit van Berlijn. Vrijwel onmiddellijk ageerde hij fel tegen het opkomende nationaalsociaiisme in Duitsland. Geen wonder dat hij in 1934 door Hitier uit Duitsland werd verbannen. Terug in Zwitserland werd hij hoogleraar aan de universiteit van Basel; hij bleef in functie tot hij de respectabele leeftijd van 70 jaar had bereikt. Ruim tien jaar later overleed hij.

Tijdens zijn werkzame leven (hij liet niet minder dan 600 geschriften na) hield hij zich vooral bezig met de zin van het bestaan en het menselijke tekort om het wezen van God te doorgronden. Hij zag de bijbel niet als de letterlijke openbaring van God, maar als een beschrijving van die openbaring. Hij beschouwde Jezus Christus als de enige verschijning van God. Hij zag de kerk als een ontmoetingsplaats tussen God en de mensheid.

Als theoloog kende hij in Zwitserland beroemde voorgangers zoals Calvijn en Zwingli. Zij zijn, samen met Luther, bekend geworden als de stichters van het protestantisme.