De Zwitserse Hoogvlakte

De Zwitserse Hoogvlakte
De Zwitserse Hoogvlakte, ©Switzerland Tourism-Christian Perret

Tussen de zuidelijk gelegen Alpen en de noordelijk gelegen Jura ligt de 300 km lange en gemiddeld 50 km brede Zwitserse Hoogvlakte (Mittelland). Veel van de eerder beschreven meren, zoals Meer van Genève, Meer van Neuchâtel , Vier woudstrekenmeer, Zürichmeer en Bodenmeer, liggen in dit gebied. Deze hoogvlakte dankt haar bestaan aan de Alpen en de Jura. De nieuw gevormde gebergten werden een prooi van verwering en erosie. Grote hoeveelheden zand, gruis, klei, kiezelsteen en keien werden door de beken en rivieren vanuit de gebergten naar de overgebleven zee tussen de Alpen en de Jura getransporteerd. In deze zee werd dit materiaal samengeperst tot nieuwe, kilometers dikke lagen met conglomeraten (nagelfluh) en zandsteen. Geleidelijk droogde de zee op en kwamen de gesteentelagen boven. Gedurende de ijstijden schoven machtige gletsjers over de hoogvlakte, overal puinmateriaal van morenen achterlatend. Veel van deze morenen zijn tegenwoordig in het landschap waarneembaar in de vorm van langgerekte heuvels.

De glooiende Zwitserse Hoogvlakte ligt op een gemiddelde hoogte van 600 m. Door dit gebied trokken legers en handelaars. Geen wonder dat de meeste Zwitserse steden in dit gebied te vinden zijn. Uiteraard waren er nog andere omstandigheden die ertoe bijdroegen dat de Hoogvlakte zich ontwikkelde tot het belangrijkste economische gebied van Zwitserland. Allereerst waren er in het Mittelland voldoende landbouwgronden die er, in samenhang met een gematigd MiddenEuropees klimaat, voor zorgden dat er steeds sprake was van een voedselsurplus. Ook profiteerden de steden van de defensieve mogelijkheden van de rivieren die de Hoogvlakte doorsnijden, zoals de Reuss en de Aare. Aldus groeide de tamelijk vlakke Zwitserse Hoogvlakte uit tot het economisch belangrijkste gebied van Zwitserland.