Karel de Grote en latere keizers

Schwyz, hoofdstad van het kanton in Centraal-Zwitserland. Het Bundesbriefmuseum met de Ruetli Eed (Eed op de bergwei) muurschildering. Hier wordt de Federal Charter, daterend uit 1291, tentoongesteld
Schwyz, hoofdstad van het gelijknamige kanton in Centraal-Zwitserland. Het Bundesbriefmuseum met de Ruetli Eed (Eed op de bergwei) muurschildering. Hier wordt de Federal Charter, daterend uit 1291, tentoongesteld, ©Switzerland Tourism-Doris Brawand

Het Duitse Rijk

Na de onrustige tijden van de volksverhuizingen met komende en gaande overheersers, bracht Karei de Grote tijdens zijn lange regeerperiode van 768 tot 814 enige rust en orde. Hij verdeelde het land in gouwen, regelde de rechtspraak en liet graven het dagelijks bestuur voeren.

Tijdens de verdeling van zijn rijk in de 9de eeuw werd het grootste deel van Zwitserland aan het Duitse rijk toegewezen. Alleen het westelijke deel viel toe aan Bourgondië. Hier hielden gedurende enige eeuwen de koningen residentie in Payerne in het kanton Vaud. Een ndeeeuwse abdijkerk herinnert nog aan deze periode.

De macht van de Duitse keizer was meestal niet groot, omdat de keurvorsten met opzet iemand met een klein gebied tot keizer kozen. De keizer was daardoor afhankelijk van de plaatselijke vorsten en vazallen. Er ontstonden kleine feodale staten, een proces dat vooral in een door bergketens doorsneden land als Zwitserland in de hand werd gewerkt. Ook steden, bisschoppen, abten en een aantal geslachten vormden zich als vrije heerlijkheden, zoals de abten van Sankt Gallen en Einsiedeln en geslachten als die van Zahringen, Kyburg, Savoye en Habsburg. Zij trachtten steeds meer hun Hausmacht uit te breiden, waartegen de vrije burgers en boeren in verzet kwamen. Deze streefden ernaar om Reichsunmittelbar te worden, om rechtstreeks onder de keizer te komen, waardoor ze zich zouden bevrijden van de heerszucht van plaatselijke vorsten. Deze groepen beseften wel dat het voor de keizer niet mogelijk was zijn gezag in een moeilijk bereikbare uithoek als Zwitserland te doen gelden.

De Habsburgers

Het uitsterven van geslachten als die van de Lenzburger in 1173 en van de Zahringen in 1218 leidde tot een toename van de macht van het geslacht van de Habs burgers. Dezen breidden hun gebied steeds verder uit, vooral in het centrum van Zwitserland, in de drie kantons van het Vierwoudstrekenmeer: Uri, Schwyz en Unterwalden.

Een Zwitserse graaf van Habsburg vertegenwoordigde hier de keizer. De Habsburgers hadden vooral belangstelling voor deze streken door de in de 13de eeuw aangelegde pasweg over de Sint Gotthard.

De vrije boeren

De vrije boeren van Uri hadden deze belangrijke noordzuidader opengesteld door de bouw van een brug over de Schollenenschlucht en het recht van tolheffing verkregen. Ook de Hohenstaufer keizer Frederik 11 (Barbarossa) had interesse in de doorgang naar Italië en verklaarde in 1231 Uri Reichsunmittelbar. De Habsburgers verloren er hun zeggenschap en de inwoners oefenden er in naam van de keizer het hoogste gezag uit. Ook Schwyz werd in 1240 Reichsunmittelbar, een belangrijke gebeurtenis, die op de buitenmuur van het raadhuis van Schwyz staat uitgebeeld.

De eed op de bergwei

De dood van Frederik 11 in 1250 leidde een chaotische tijd in, die door de verkiezing van Rudolf van Habsburg tot keizer in 1273 werd beëindigd. De drie centrale Zwitserse kantons voelden zich bedreigd en vreesden Rudolfs streven het gebied van de SintGotthardpas in handen te krijgen. In 1288 werd Bern door de Habsburgers in bezit genomen en in 1291 volgde Luzern. Zo kwamen de drie kantons ertoe zich aaneen te sluiten. Op 1 augustus 1291 kwamen drie wijze mannen in gezelschap van tien vertrouwelingen uit de kantons bijeen op een bergwei aan de voet van de Seelisberg, de Rütli. Zij vormden een eedgenootschap en zwoeren zich in te zetten voor de vrijheid van hun land en dit tegen elke aanval te verdedigen. Zij beloofden ook hun verplichtingen tegenover het huis Habsburg na te komen, maar slechte landvoogden niet te accepteren. De grondslag van het tegenwoordige Zwitserland werd op deze bergwei gelegd. Sinds 1891 is de eerste augustus de nationale feestdag van Zwitserland. De bondsbrief met de afspraken wordt nog bewaard in het Bondsarchief van Schwyz.

De pasweg kwam onder gezag van de verenigde kantons, die daardoor zowel strategisch als economisch een belangrijke plaats gingen innemen. De naam Vierwaldstattersee (Vierwoudstrekenmeer) herinnert nog aan de historische gebeurtenis, waarbij verschillende verklaringen worden gegeven voor verwijzing naar vier in plaats van drie streken. Een verklaring is dat Luzern zich in 1332 bij de drie oerkantons aansloot en dat alle gebieden rond het meer in één bond werden verenigd.

De herdenking van '700 jaar Zwitserland' in 1991 heeft, naast de feestelijkheden, een blijvende herinnering gekregen. Rond de Urnersee (een arm van het Vierwoudstrekenmeer) is een 35 km lange wandelroute van de Rütliwei naar Brunnen aangelegd. Alle kantons en halfkantons hebben een deel van de route voor hun rekening genomen en wel in de volgorde van de toetreding tot het eedgenootschap. De lengte van de 26 delen is afhankelijk van het inwoneraantal van de kantons. De WilhelmTeil Express biedt de mogelijkheid van Luzern naar Flüelen met de boot te varen, onderweg de historische plaatsen te bezoeken en de verdere route naar Lugano met de trein af te leggen.