Lauterbrunnen

De Aletschgletsjer bij Lauterbrunnen
De Aletschgletsjer bij Lauterbrunnen, ©Switzerland Tourism-Roland Gerth

Het dorp Lauterbrunnen (1100 inwoners) ligt enige kilometers ten zuiden van Interlaken, even voorbij het dorpje Zweilütschinen, waar de rivieren de Witte Lütschine (licht van kleur vanwege de deeltjes kalksteen in het water) en de Zwarte Lütschine (donker van kleur vanwege de deeltjes leisteen) samenstromen. Via het dal van de Witte Lütschine komt u bij Lauterbrunnen, een dorpje in een door gletsjers in de ijstijd uitge schuurd, Uvormig dal. Lauterbrunnen ziet uit op de omringende, tot 4000 m hoogte stijgende toppen. De steile kalk wanden aan weerszijden van het dal zijn enige honderden meters hoog. Op 72 plaatsen vallen grote en kleine watervallen uit de hangende troggen (zijdalen) omlaag. De indrukwekkendste is de Staubbachfall, die vanuit het plaatsje Mürren ruim 300 m omlaagstort, tot vlak bij de schilderachtige huizen van Lauterbrunnen. Bij de kerk kunt u het Talmuseum vinden, dat aandacht schenkt aan de ballonsport in de Alpen.

Verbindingen

Auto: Lauterbrunnen is met de auto bereikbaar. U kunt uw auto in de parkeergarage van Lauterbrunnen of op de parkeerplaats van de Schilthornbaan parkeren. Vanuit Lauterbrunnen rijden treinen via tandradbanen naar de autovrije dorpen Mürren en Wengen.

Trein van Interlaken naar het zuiden: eerst door het dal van de Lütschine naar Wilderswil en vervolgens naar het dorpje Zweilütschinen en Lauterbrunnen.

Stechelberg

De weg voorbij Lauterbrunnen houdt op bij Stechelberg (300 inwoners). Op weg erheen kunt u een bezoek brengen aan de TrUmmelbachfalle, de machtigste gletsjerwatervallen van de Alpen. U moet de auto achterlaten op de Trüm melbachparkeerplaats. Bij het gelijknamige hotel voert een pad naar een in de rotsen uitgekapte tunnellift en naar het uitgangspunt voor een wandeling. Zeven watervallen spatten schuimend met donderend geweld langs diepe kloven neer in bekkens, die door de eroderende kracht van het water rond en glad zijn geslepen. Er zijn langs de wanden en over de kloven houten en stenen voetbruggetjes aangelegd. De watervallen worden gevoed door smeltwater van de berg Jungfrau.

In de omgeving van het dorp ligt het beschermde natuurgebied Unterstein Breitlauenen, een gebied dat uitnodigt tot wandelen.

INFORMATIE KABELBAAN. Van Stechelberg op 876 m hoogte naar Mürren (1638 m).

Mürren

Mürren is het hoogst gelegen bergdorp van het Berner Oberland. Het is niet per auto bereikbaar, maar wel per steil stijgende tandradbaan vanuit Lauterbrunnen. De plaats is als het ware een balkon met uitzicht op 'de drie groten', Eiger, Mönch en Jungfrau, en andere toppen. Het'is een belangrijk centrum voor winter en zomersport en voor de ballonsport.

Fraai is de tocht met een zweefbaan naar de Schilthorn (2970 m). Het op de top gelegen, ronddraaiende panoramarestaurant Piz Gloria biedt een aantrekkelijk uitzicht over de Berner Alpen. Een andere zweefbaan voert naar de top van de Allmendhubel (1906 m).

Verbindingen

Zie Stechelberg en Lauterbrunnen. Kabelbaan naar de Schilthorn en de Allmendhubel. Wagentjes: in Mürren staan elektrische wagentjes klaar voor het vervoer van personen en goederen.

Wengen

Vanuit Lauterbrunnen rijdt de elektrische tandradbaan Wengernalpbahn via Wengwald naar het bergdorp Wengen (eveneens niet per auto bereikbaar). De tocht van Wengwald naar Wengen biedt een uitzicht op het dal van de Lütschine en op Lauterbrunnen. Het dorp ligt op 1274 m hoogte en is door zijn zonnige ligging een veel bezochte plaats in het Berner Oberland. In januari worden er de bekende skiwedstrijden van Lauterbrunnen gehouden. Een kabelbaan voert naar de 2343 m hoge Mannlichen, waar men omhoog op de besneeuwde bergen uitkijkt en omlaag op de Thunersee en Interlaken. Op 1873 m hoogte ligt het plaatsje Wengernalp aan de rand van het dal en aan de voet van machtige ijsreuzen, met eveneens uitzicht op de Jungfrau en andere toppen. De steile stijging doet de tandraderen knarsen op weg naar de Kleine Scheidegg, die zich bevindt in een inzinking tussen de 3974 m hoge Eiger en de bergketen van de Mannlichen. Vanaf deze plek is de machtige punt van de Wetterhorn zichtbaar, die het dal van Grindelwald beheerst. Het is in de zomer mogelijk een bergwandeling van de Mannlichen naar de Kleine Scheidegg (2061 m) te maken.

Verbindingen

Kabelbaan van Wengen naar Mannlichen. Tandradbaan naar Lauter brunnen en naar de Kleine Scheidegg (aansluiting met Jungfraujoch). Wagentjes: in Wengen staan elektrische wagentjes klaar voor het vervoer van personen en goederen.

Junqfraubahn

Op de Kleine Scheidegg gaat de Wengern alpbahn niet hoger, maar daalt af naar Grindelwald en Interlaken voor het maken van de bekende Scheideggrondrit. In Kleine Scheidegg begint de Jungfrau bahn, die over een lengte van 9,3 km via de tussenstations Eigergletscher (2320 m), Eigerwand (2865 m) en Eismeer (3160 m) naar het eindstation Jungfraujoch (3475 m) gaat.

De tandradbaan is de hoogste van Europa. De bouw was een indrukwekkende onderneming; veertien jaar hebben arbeiders aan de tandradbaan gewerkt. In juli 1898 werd bij de Kleine Scheidegg met het werk begonnen. In 1900 reed de eerste trein naar de Eigergletscher, waarna men begon met het boren van de grote tunnel. In 1903 kon de eerste trein tot station Eigerwand rijden, in 1905 tot Eismeer. De feestelijke opening van de baan vond plaats in 1912.

De beklimming van de Eiger

Bij het station Eigergletscher begint een 7,3 km lange tunnel, waarvan de twee tussenstations uitzicht over de bergwereld geven. Het station Eigerwand is in de noordwand van de Eiger uitgehakt. De beruchte wand vormt al zo lang als het alpinisme bestaat een uitdaging voor bergbeklimmers. Nadat in 1865 de Matterhorn (4478 m) was beklommen, richtte de aandacht van veel bergbeklimmers zich op de steile noordwand van de Eiger. De top was langs een andere route reeds in 1858 bereikt. De zuidelijke en de zuidwestelijke zijde werden respectievelijk in 1874 en 1876 met succes beklommen. De oostelijke wand volgde in 1921, De noordwand was echter berucht vanwege de ravijnen, lawines, vallende stenen, blikseminslagen en onverwacht optredende mist. De beklimmingen leidden tot veel dodelijke ongelukken. De noordwand werd uiteindelijk in 1938 bedwongen door twee Oostenrijkers en twee Duitsers. Vier Duitsers en een Schot beklommen de noordwand rechtstreeks in 1966.

Aletschgletsjer

Van de Eigerwand rijdt de trein door een tunnel naar het station Eismeer, dat in de blauwgroene kalkrotsen is uitgehakt. Rondom liggen de rafelige randen van de gletsjers met de hoge toppen van het Jungfraumassief. De laatste etappe, eveneens door een tunnel en met een stijging van 25 procent, leidt naar het eindpunt, het Jungfraujoch op 3454 m hoogte. Het Gletscher Restaurant verschaft een weids uitzicht over de omringende bergwereld van sneeuwtoppen, gletsjers en steenlawines. Vooral de aanblik van de Aletschgletsjer is indrukwekkend. Deze schuift hier uit het firnbekken van het Jungfraujoch en is plaatselijk 600 m dik.

Het ijspaleis

Het is mogelijk nog hoger te wandelen en de Sfinxlift te nemen, die naar de top van de Sfinx (3573 m) leidt. Er staat een meteorologisch observatorium. U kunt schaatsen in het Ijspaleis, een 20 m diep in de gletsjer uitgekapte ruimte waar vierkante blauwe ijszuilen het gewelf dragen. In de zomer kunt u hier skiën of een tocht maken met sleden die worden voortgetrokken door poolhonden.

Verbinding

Tandradbaan kleine Scheidee naar het Jungfraujoch, Grindelwald en Interlaken.