Romeinen

Romeinse strijdwagen tijdens het Marche-Concours in Saignelégier, kanton Jura. Deze nationale paardenshow met zijn markt en paardenrassen vindt elke zomer plaats
Romeinse strijdwagen tijdens het Marche-Concours in Saignelégier, kanton Jura. Deze nationale paardenshow met zijn markt en paardenrassen vindt elke zomer plaats, ©ST/swiss-image.ch

Helvetica

De geschreven geschiedenis van Zwitserland begint met de Romeinen en wel door de schrifturen van Julius Caesar, die onder meer over de Helvetiërs schreef, een oorspronkelijk uit Zuid Duitsland afkomstige Keltische stam. Caesar hield de Helvetiërs tegen toen zij in 58 v.Chr. Frankrijk wilden binnendringen. Hij versloeg ze bij Bibracte in Bourgondië. Caesar dwong hen terug te trekken naar het land tussen de Jura en de Alpen, waar zij als bondgenoten van de Romeinen leefden en de Romeinse cultuur aannamen.

De Romeinse periode, die enige eeuwen duurde, verliep rustig in de vier Romeinse provincies van het gebied Helve tia. De Romeinen bouwden steden, burchten en tolhuizen; zij legden wegen aan, zelfs over enige Alpenpassen. De Pas der Julii, op een hoogte van bijna 2300 m, was al vroeg een belangrijke verbindingsweg. Twee vermoedelijk Romeinse zuilen markeren de nog steeds bestaande en gebruikte Julier Pas. Belangrijke resten van Romeinse steden zijn nog te zien in Aventicum (Aven ches, ten oosten van het Meer van Neuchâtel ) en in Augusta Raurica, het huidige Augst ten zuiden van Basel. Tijdens de Romeinse heerschappij vond het christendom ingang in Zwitserland. Reeds in de 5de eeuw hadden Genève, Basel, Chur en Avenches bisschoppen.

Alemannen

Na de afbrokkeling van de Romeinse heerschappij en het vertrek van de Romeinse legioenen, ambtenaren en burgers, namen de Alemannen het land in bezit. Zij dreven de geromaniseerde Keltische bevolking naar de onvruchtbare dalen en gingen zelf op de Hoogvlakte wonen. De Bourgondiërs zouden hen later naar het oosten terugdrijven. Het was in deze eeuwen dat het huidige Zwitserland haar grenzen en vorm kreeg en de basis van de viertaligheid werd gelegd: Franssprekende Bourgondiërs in het westen, Duitssprekende Alemannen in het centrum en noorden en Italiaans taligen in het zuiden. Alleen in het moeilijk toegankelijke Graubünden (de vroegere Romeinse provincie Raetia) handhaafde de Romeinse taal zich.