Sankt Moritz

De MMB (Muottas Muragl Bahn) is de oudste kabelbaan in het Engadin en loopt van Punt Muragl tot Muottas Muragl op 2543 meter. Op de achtergrond St. Moritz
De MMB (Muottas Muragl Bahn) is de oudste kabelbaan in het Engadin en loopt van Punt Muragl tot Muottas Muragl op 2543 meter. Op de achtergrond St. Moritz, ©Switzerland Tourism-Beat Muelle-STST-STTP

In september 1864 deed een hoteleigenaar uit Sankt Moritz, genaamd Johannes Badrutt, het volgende voorstel aan zijn vier Britse hotelgasten: 'Ik vind dat jullie ook eens in de winter naar Sankt Moritz moeten komen. Als het jullie niet bevalt, dan vergoed Ik volledig de door jullie allen gemaakte reiskosten van en naar Londen. Bevalt het jullie wel, dan kunnen jullie zo lang blijven als jullie willen. ' De vier Britten begrepen dat zij bij dit voorstel niets te verliezen hadden en dus reisden zij met Kerstmis naar Sankt Moritz. Het bezoek beviel hun dermate dat zij pas met Pasen vertrokken: zij waren de eerste wintersportgasten in Sankt Moritz.

Sankt Moritz (Reto-Romaans: San Murezzan) ligt op ruim 1800 m hoogte en heeft ca. 6000 inwoners. Daarnaast wonen hier 3000 zogenoemde seizoenarbeiders. Het is een van de belangrijkste wintersportgebieden van de Alpen. Dit heeft de stad te danken aan de prachtige ligging aan de voet van de hoge bergen, bij 25 bergmeren en aan het milde en zonnige klimaat aan de zuidzijde van de Alpen. De Olympische Winterspelen van 1928 hebben veel aan de bekendheid en de ontwikkeling van de plaats bijgedragen. Ook in 1948 werden er de Winterspelen gehouden.

Alle faciliteiten

De luxueuze en mondaine plaats, waar de groten der aarde hun vakanties doorbrengen, heeft alle faciliteiten van een modern vakantieoord voor zomer en winter. Het meer is in de zomer een centrum voor zeilen en surfen en in de winter bekend om de paardenrennen op het bevroren water.

Sankt Moritz bestaat uit drie delen: Sankt Moritz Dorf langs het meer en Sankt Moritz Bad en Champfèr aan de noordzijde van het meer. Zowel Dorf als Bad hebben grote, ten dele nog in de negentiende eeuw gebouwde hotels.

Sankt Moritz Bad

Sankt Moritz Bad is een belangrijk kuuroord dat reeds in de bronstijd bekend was. De thermale baden beschikken over de hoogste concentratie koolzuur van Europa.

Sankt Moritz Dorf

Het dorp ligt aan de voet van de Piz Nair, waarvan de top (3057 m) met kabelspoor (tot Corviglia) en kabelbaan bereikbaar is. Het is een van de hoogste punten van de 400 km aan skipisten in de omgeving. Aan de overkant van het dal gaan banen omhoog naar Piz Lagalb (2929 m), Diavolezza (2973 m) en Piz Corvatsch (3451 m). De plaats heeft voorts langlaufloipen van 150 km lengte en dertig curlingbanen. De bouw van grote hotels is een belangrijke oorzaak voor het verdwijnen van de oude huizen. In Dorf is de scheve toren (Schiefe Turm) nog een herinnering aan de in de negentiende eeuw afgebroken St. Mauritiuskerk uit 1500. De scheefstaande toren is het symbool van het dorp, maar maakt niet veel indruk. In de kleine tuin bij de toren kunt u de ingemetselde graven vinden van de familie Badrutt en Berry, de oprichters van het oude en bekende hotel Badrutt's Palace.

Enqadiner Museum

Sankt Moritz heeft twee belangrijke musea. Het Engadiner Museum is gevestigd in een in oude stijl gebouwd huis met zalen die de bouw en inrichting van de huizen in Engadin laten zien.

INFORMATIE ENGADINER MUSEUM. Geopend: juni-okt. ma.-vr. 9.30-12 en 14 tot 17, zo. 10-12 uur.

Seqantini Museum

Het museum bevat ca. vijftig werken van de Italiaanse, bij Pontresina overleden, schilder Giovanni Segantini(18581899). Men kan er onder andere het grote, niet voltooide drieluik van de alpenwereld WordenZijtiVergaan zien. Tijdens het schilderen van dit meesterwerk overleed de kunstenaar.

INFORMATIE SEGANTINI MUSEUM. Geopend: juni-okt. di.-za. 9-12.30 en 14.30-17, zo. 10.30-12.30 en 14.30-16.30 uur.

Muottas Muraql

Het fraaiste uitzicht over Sankt Moritz en wijde omgeving heeft u vanaf het uitzichtpunt Muottas Muragl (2456 m), gelegen tussen Samdan en Pontresina. Ieder half uur vertrekt er een tandradbaan vanaf het dalstation Punkt Munagl.

Verbindingen

Trein: onder meer de BerninaExpress naar Tirano (It.) en de Glacier Express naar Zermatt. Voorts treinverbindingen met onder meer Chur, Zürich, Disentis, Andermatt, Scuol, Zernez, Davos, Klosters en Pontresina. Op de spoorlijnen die Zermatt en Tirano met Sankt Moritz verbinden rijden ook gewone (goedkopere) passagierstreinen. Het dalstation Punkt Munagl is per trein bereikbaar vanuit Sankt Moritz. De laatste trein op de tandradbaan van het bergstation Muottas Muragl naar het dalstation vertrekt om 23 uur.

De Julierpas en het Ober-Halbstein

Voorbij Sankt Moritz zet het door hoge bergen omgeven merengebied zich voort en kunt u via de Julierpas door het Ober-Halbstein noordwaarts naar Tiefencastel reizen.

Silvaplana: In Silvaplana, aan het gelijknamige meer, staat een laatgotische zaalkerk met een opmerkelijk steil dak. De omgeving is een belangrijk skigebied met banen naar de Piz Murtèl (3433 m), de Culöz de las Furtschellas (2800 m) en het Corvatschgebied (dalstation in Silvaplana-Surlej; mogelijkheden voor zomerskiën). In Silvaplana begint de route die via de Julierpas en Tiefencastel uiteindelijk naar Chur voert. De niet moeilijk begaanbare, ook in de winter toegankelijke pasweg (2284 m) werd reeds in de Romeinse tijd gebruikt. Twee vermoedelijk Romeinse zuilen markeren de weg.

Bivio: De weg gaat met talloze haarspeldbochten omlaag naar Bivio, waar de bevolking uit drie taalgroepen bestaat.

Tinizong: Vervolgens komt men op 1680 m hoogte langs het stuwmeer Marmorera, waarvan het water naar noordelijker gelegen elektriciteitscentrales wordt geleid. Onder meer naar Tinizong, dat in de Romeinse tijd reeds een pleisterplaats was. In Tinizong staat de barokke St. Blasiuskerk (1663) met fraaie gotische en rococoaltaren.

Savognin: Enige kilometers verder ligt Savognin aan de rivier de Julia (Gelgia), een langs de berghelling gelegen en uit drie delen bestaand dorp. Elk gedeelte heeft een eigen kerk: de Maria Emfangniskerk uit 1641 met wandschilderingen, de St. Michaelkerk uit 1663 met stucwerk en de St. Martinkerk uit 1677. De verschillende delen van het dorp groeien echter steeds verder naar elkaar toe door de snelle ontwikkeling van Savognin tot vakantieoord. De skibanen en liften gaan naar de Radons (1866 m) en de Somtgant (2112). Savognin kan sinds 1978 zelfs op deze lagere hoogten sneeuw garanderen. Er zijn sneeuwkanonnen over een lengte van 4 km en een breedte van 80 tot 100 m langs de hellingen opgesteld, die van het begin tot het einde van het seizoen voor voldoende sneeuw zorgen. In de omgeving kan men wandelen. In de zomer worden gedurende zes weken Wanderwochen georganiseerd. De schilder Segantini woonde van 1866 tót 1894 in Savognin. Daarom worden in de Sala Segantini in de zomermaanden schilderijententoonstellingen georganiseerd.

Riom: In Riom (Reto-Romaans: Ream) liggen op 1257 m hoogte de ruïnes van de burcht Ream uit ca. 1200, die ten dele gerestaureerd zijn. De landvoogden van Chur hebben er gedurende de late Middeleeuwen gewoond.

Tiefencastel: De weg daalt vervolgens in enige bochten naar Tiefencastel (Reto-Romaans: Casti), dat op 851 m aan de samenvloeiing van de Albula en Julia ligt. De aanblik van het stadje wordt gedomineerd door de St. Stefankerk uit 1652; de kerk heeft een bezienswaardig interieur. Het is mogelijk om vanuit Riom een oude bochtige weg te nemen die langs de dorpen Mon en Salouf gaat.

Mistail: Een kleine, maar interessante excursie uit Tiefencastel leidt naar de St. Peterkerk van Mistail. Het gebedshuis is een bijna orginele Karolingische zaalkerk met drie absissen uit ca. 750, die weer op oudere fundamenten zijn opgetrokken. Tot in de 11de eeuw huisvestte het gebouw een vrouwenklooster. Op de wanden van het schip en de absissen zijn resten van Karolingische wandschilderingen te zien, die verwantschap tonen met de fresco's in de kerk van Mustair.

Verbindingen JULIERPAS

Busverbinding Sankt Moritz-Silvaplana-Julierpas-Bivio (wandelroute over de Stallerberpas, 2579 m, naar Juf)-Savognin (dalstation van twee kabel banen)-Tiefencastel.

Mafojapas

Voorbij Silvaplana, in de richting van de Malojapas, begint een aantrekkelijke tocht langs bergen en alpenmeren. De weg uit Silvaplana biedt uitzicht op de omliggende bergen.

Sils: Ten zuiden van de weg ligt het dorpje Sils (Reto-Romaans: Segl) aan de Silser See, dat zijn skigebied deelt met Silvaplana. Het dorp met de Romaanse zaalkerk St. Lorenz ligt tussen de meren en bergen. De filosoof Friedrich Nietzsche bracht er in de jaren 1881-1888 de zomer door en noemde de plaats 'het lieflijkste hoekje van de wereld'. Ter herinnering aan Nietzsche is er in Sils-Maria een Nietzsche Haus (Haus Durisch), met een collectie betreffende de schrijver. De streek rond het dorp is geschikt voor het maken van lange wandelingen.

Crasta: Een aangename wandeling voert onder meer naar het gehucht Crasta in het fraaie Fexdal, waar op 1950 m hoogte een Romaanse kerk staat met wandschilderingen uit de 16de eeuw.

Maloja: De weg volgt het meer en het schiereiland Chastè en komt na enige kilometers in Maloja, waar de Inn ontspringt. Op het kerkhof ligt de schilder Giovanni Segantini begraven, die enige jaren in het dorp woonde. Buiten het dorp ligt op de top van een rots de toren van het kasteel Belvédère, waarvan de bouw in de negentiende eeuw begon, maar niet werd voltooid. De toren biedt een groots uitzicht. In de tuin kunt u gletsjermolens vinden. Bij de plaats begint de eenvoudige klim naar de Malojapas (1815 m). De Romeinen gebruikten deze pas reeds, zoals blijkt uit enige resten van een Romeinse weg. De pas geeft toegang tot het Mera dal, dat met een lange en steile afdaling en via talloze haarspeldbochten wordt bereikt. In het dal liggen enige bezienswaardige dorpen.

Soglio: Het laatste dorp is het opmerkelijke, ter rasgewijs gebouwde Soglio. In het onbedorven en aantrekkelijke dorp staan de barokke, soms paleisachtige huizen van de familie von Salis: Casa Alta (1524), Casa Gubert (1573), Casa Battista (voor 1650), Casa Max (1696) en Casa Antonio (1740). Bij het dorp ligt een groot kastanjebos. De omgeving biedt een panorama van de bergen aan weerszijden van het Val Bregaglia. Aan de zuidzijde rijzen de bergen steil op, aan de noordelijke kant strekken zich hoog oplopende bergweiden uit.

Verbindingen MALOJAPAS

Busverbinding Sankt Moritz-Silvaplana-Sils Maloja-Vicosoprano-Promontogno-Soglio (ten noorden van de weg)-Castasegna (grensplaats)-Chiavenna (lt.).

Berninapas

De weg van Sankt Moritz naar Tirano in Italië gaat door een prachtig landschap en verbindt Ober-Engadin met het Italiaanse Veltlin (Valtellina). De route volgt de loop van de Bernina en overschrijdt de bergen via de hoge Berninapas, om vervolgens door de Valle di Poschiavo de grens te bereiken. De Bernina-Express, de hoogste over normaal spoor rijdende trein van Europa, volgt gedurende het gehele jaar het dal over een lengte van 91 km tot Tirano.

Pontresina: De weg vanuit Sankt Moritz passeert Celerina. Bij de reeds besproken kerk van San Gian (zie onder OberEngadin, Celerina) komt de weg samen met de weg uit Samedan, om na enige kilometers bij het belangrijke toeristische centrum Pontresina (Reto-Romaans: Puntraschigna) uit te komen. Het langgerekte dorp, op een hoogte van 1777 m tot 1860 m, ligt in het hoogste zijdal van Ober-Engadin. Het ligt beschut tegen de wind en omgeven door hellingen met pijnbomen en lariksen. De plaats heeft uitgestrekte skigebieden met afdalingen van de Piz Lagalb (2898 m), de Diavolezza (2973 m) en de Muottas Muragl (2453 m). Op de achtergrond liggen onder andere de Piz Bernina (4049 m), de Piz Roseg (3937 m) en de Piz Palü (3905 m). Vanaf de Piz Languard (3262 m) heeft u een weids uitzicht. Het uitzichtpunt is bereikbaar met een stoeltjeslift.

Piz Morteratsch: Enige kilometers voorbij Pontresina stroomt de brede gletsjer van de Piz Morteratsch (3751 m) omlaag. In het dorp heeft de Romaanse Santa Mariakerk op de muren en in de absis een groot aantal waardevolle fresco's uit 1230 en 1495, met voorstellingen uit het Nieuwe Testament.

Berninapas: De weg naar de Berninapas, met machtige uitzichten, gaat door een gebied dat woester wordt naarmate de weg stijgt. Uiteindelijk bereikt deze (32 km van Sankt Moritz) het stuwmeer Lago Bian co en de top van de Berninapas (2323 m).

Poschiavo: De weg omlaag volgt na de afdaling de rivier de Poschiavino naar het plaatsje Poschiavo. De BerninaExpress volgt deels de autoweg. Als dat niet het geval is, ziet men vanaf de weg de trein langzaam omhoogkruipen of dalen. Treinreizigers kijken op bepaalde plaatsen in de diepte neer op de meanderende autoweg. Poschiavo ligt in een breed dal en lijkt enigszins op een Italiaanse plaats, vooral op de Piazza Comunale met deftige herenhuizen, de 13de-eeuwse raadhuistoren en het Hotel Albrici uit 1682. Aan het plein staan de in de barok verbouwde San Vittore (1653) en de kleine bidkapel Santa Anna (1732). Andere kerkgebouwen liggen buiten het centrum, zoals de Santa Maria Assunta uit de 16de eeuw.

Opmerkelijk zijn de aan de stadsrand gelegen huizen van een Spaanse wijk, die uit Spanje teruggekeerde immigranten in 1830 bouwden. In het Casa Mengotti is het plaatselijke museum (Museo Valligiano Poschiavo) gevestigd.

INFORMATIE MUSEO VALLIGIANO POSCHIAVO. Geopend: di.-zo. 9.30-12.30 en 14-16.30 uur.

Verbindingen BERNINAPAS

Trein en busverbinding Sankt Moritz-Pontresina-Morteratsch-Bernina Diavolleza-Bernina Lagalb-Bernina Hospitz-Alp Grüm-Poschiavo-Le Prese-Brusin-Campocologna (grensplaats)-Tirano (lt.).