Vrijheidsstrijd

De Wilhelm Tell kapel, gebouwd aan de oever van het meer van Luzern. 'De ontsnapping van Gessler's boot,' een van de vier grote muurschilderingen (1879-1882) van Ernst Stueckelberg
De Wilhelm Tell kapel, gebouwd aan de oever van het meer van Luzern. 'De ontsnapping van Gessler's boot,' een van de vier grote muurschilderingen (1879-1882) van Ernst Stueckelberg, ©Switzerland Tourism-Lucia Degonda

Verzet tegen de Habsburgers

De dood van landvoogd Gessier in 1307 (met of zonder hulp van Wilhelm Teil) was het sein voor een opstand van de drie oerkantons tegen de Habsburgse overheersing. De in 1314 door enige keurvorsten tot koning gekozen Frederik de Schone gebruikte een aanval van het kanton Schwyz op de abdij van Einsiedeln als een voorwendsel om tegen de kantons op te trekkep. Hij stuurde zijn broer Leopold in 1315 met een leger naar Zwitserland. Het leger van bereden ridders en het Zwitserse boerenleger van voetvolk stootten bij Morgarten op elkaar. Het gevecht vond plaats in een nauwe bergkloof, waar de ridders door een lawine van rotsblokken werden verrast en vervolgens door de Zwitsers vernietigend werden verslagen.

Het gevolg was dat de drie eedgenoten in Brunnen bijeenkwamen en hun genootschap vernieuwden, waarbij later onder meer Zürich, Glarus, Zug en Bern zich aansloten. Daarmee ontstond in 1353 het zogeheten Achtortige Eidgenos senschafty dat in feite pas in 1798 werd opgeheven.

De tegenstellingen tussen de Habsburgers en de burgers en boeren van de kantons duurden nog jaren voort. In 1386 trachtte hertog Leopold 111 met een Oostenrijks leger het Oostenrijkse prestige te herstellen. Het Zwitserse voetvolk wist echter opnieuw de zwaar bewapende ridders te verslaan, ditmaal bij Sempach. En in 1388 leden de Habsburgers een nieuwe nederlaag bij Nafels.

Expansiedrift

De Habsburgers realiseerden zich dat ze de zeggenschap over Zwitserland definitief kwijt waren. De confederatie hoefde nu minder aandacht te besteden aan het consolideren van haar territorium. Haar politiek werd agressiever en ze ging zich toeleggen op gebiedsuitbreiding. De Zwitsers kochten land van vervallen adellijke geslachten op en lieten nieuwe leden toetreden tot de confederatie, maar gebruikten soms ook geweld, zoals bij de verovering van het Habsburgse Aargau en Thurgau. Zwitserland werd langzaam aan een hechte staat, waarvan het geheel sterker was dan de afzonderlijke deelgebieden.

Dat werd aangetoond toen het machtige Zürich van 1443 tot 1446 in opstand kwam in verband met een erfkwestie tegen de andere bondsleden. De Zürichers wendden zich tot de Habsburgers, maar werden toch verslagen en moesten zich neerleggen bij de wil van de meerderheid.

Verdrag

Na 1460 begonnen de Zwitsers hun macht ook te gebruiken om zich in buitenlandse aangelegenheden te mengen. De oorlogsinspanningen kostten echter veel geld en de eenheid werd bedreigd doordat er wrijvingen ontstonden tussen het arme platteland en de welvarende steden. Twist over oorlogsbuit en de politieke implicaties van de toetreding van nieuwe bondsleden leidden bijna tot een burgeroorlog. Deze werd in 1481 voorkomen door een verdrag: de Stanser Verkommnis.

Nederlaag

De Zwitserse expansiedrift (zelfs Milaan was enige tijd in hun handen) leidde er uiteindelijk toe dat het bondgenootschap betrokken raakte bij de machtsstrijd om Italië, die ontstaan was toen de Fransen dat land binnenvielen. Onderlinge tegenstellingen waren het gevolg en uiteindelijk leden de Zwitsers in 1515 een nederlaag tegen de Fransen bij Ma rignano. Vanaf nu was de dertien leden tellende confederatie gedwongen een passievere politiek te volgen.