De strijd om de Zuidpool

Gerlache Straat
Gerlache Straat

Naar aanleiding van het zesde Internationaal Geografisch Congres werden drie grote expedities op touw gezet: Een Engelse expeditie onder leiding van Robert Falcon Scott die voornamelijk het gebied rond de Rosszee zou onderzoeken, een Duitse expeditie onder leiding van Erich von Drygalski die zich meer op het gebied ten zuiden van Afrika zou concentreren en een Zweedse expeditie onder leiding van Nils Nordenskiöld die het schiereiland aan een nader onderzoek zou onderwerpen. De drie expedities vertrokken alle in 1901.

In het team van Scott bevond zich een van de meest charismatische mensen uit de geschiedenis van de poolexpedities: Ernest Shackleton. Tijdens een poging om de zuidpool te bereiken met hondensleden werd duidelijk dat Scott en Shackleton elkaar absoluut niet lagen. Ze moesten op 82°16' ZB opgeven en terugkeren naar het basiskamp. Met een smoes zond Scott Shackleton met het eerstvolgende bevoorradingsschip terug naar huis. Scott maakte daarna diverse tochten landinwaarts maar bereikte de geografische zuidpool niet.

Ook de expeditie van Nordenskiöld verliep anders dan gepland. Hij voer de Weddellzee in en ging met vijf anderen aan land op Snow Hill. Er werd een prefabhut opgebouwd als onderdak voor de zomer. Vanaf dit punt maakte Nordenskiöld onder andere een hondensledetocht tot de zuidkust van King Oscar II-land, een tocht van circa 600 km. Op het nabijgelegen eiland Seymour werden fossielen ontdekt.

Het schip kon door de zware ijsgang niet meer terugkeren om de zes mannen op te halen. Nordenskiöld realiseerde zich dat ze op Snow Hill zouden moeten overwinteren. In navolging van Borchgrevink vingen en slachtten ze pinguïns en zeehonden als wintervoorraad. Volgens de journalen zijn pinguïns niet echt smakelijk. Maar honger maakt rauwe bonen zoet! Het schip verbleef tijdens de winter bij South Georgia, Vuurland en de Falklandeilanden.

Zodra het mogelijk was, keerde het schip terug naar Antarctica. Helaas werd de Weddellzee geblokkeerd door een immense hoeveelheid ijs. Een groep van drie mannen werd achtergelaten op Esperanza (Hope Bay) om een depot op te zetten en om te proberen Nordenskiöld en de andere onderzoekers op Snow Hill over land te bereiken. Het schip zou blijven proberen om naar Snow Hill te komen. Er waren allerlei scenario’s uitgezet met data en ontmoetingspunten.

Noch de landgroep noch het schip bereikte die zomer Snow Hill. De landgroep stuitte op open water en moest onverrichter zake terugkeren naar Esperanza. Omdat ook hier het schip niet op de afgesproken tijd terugkeerde, bouwden ze een hut om de winter te overleven. Wat beide ploegen niet wisten, was dat het schip tijdens de omzwervingen dusdanig gekraakt was door het pakijs, dat het niet ver van Paulet was gezonken. De bemanning had een veilig heenkomen aan land gezocht. Vandaag de dag staan hier nog de muren van de overwinteringshut die ze toen bouwden. De winter kwam, de temperatuur daalde ver onder nul en de zon verdween voor enkele maanden achter de horizon.

Aan het einde van de winter realiseerden de mannen op Esperanza zich dat het schip niet zo terugkeren en ze besloten een poging te doen om Snow Hill te bereiken. In het kamp van Nordenskiöld besloot men de omgeving te onderzoeken. Tijdens een van de tochten kwamen de beide ploegen elkaar bij toeval tegen. Gezien de immense weidsheid was dit een ongelooflijke toevalstreffer. Het ontmoetingspunt kreeg de toepasselijke naam: Cape Well-met.

Inmiddels waren diverse reddingsacties gestart. Vanuit Argentinië vertrok de Uruguay op zoek naar de verloren gewaande Zweedse expeditie. In de Weddellzee vond men al snel het kamp van Nordenskiöld in de omgeving van Snow Hill. Nu restte slechts het ophalen van de op Paulet achtergelaten bemanning. Slechts een man, Ole Wennersgaard was overleden en begraven. De gehele verdere bemanning keerde via Buenos Aires terug naar Zweden. Erich von Drygalski vertrok met het schip de Gauss in augustus 1901 vanuit Kiel. Omdat hij vooral het gedeelte ten zuiden van Zuid-Afrika wilde gaan onderzoeken, was het niet verwonderlijk dat het schip de subantarctische eilanden Kerguelen en Heard aandeed.

Eind januari 1902 bereikte hij de rand van een van de grote ijskappen, die met een muur van circa 50 meter hoogte in zee eindigde. Tijdens het onderzoek van de ijzige kust kwam het schip klem te zitten in een kloof tussen twee uitlopers. Ook deze expeditie zag zich gedwongen om de winter op Antarctica door te brengen. Met hondensleden werd de omgeving verder onderzocht en een schat aan meteorologische metingen werd verzameld. Drygalski was de eerste die een heteluchtballon opliet. Het uitzicht vanuit de lucht was adembenemend.

Ondanks pogingen om het schip te bevrijden van het dichte pakijs, ontsnapte het schip pas in februari 1903 uit de greep van het ijs.

Andere periodes in de geschiedenis van Antarctica