Literatuur

Borstbeeld van Ivo Andric in Travnik
Borstbeeld van Ivo Andric in Travnik

Je kunt erover discussiëren of er wel een specifieke Bosnische literatuur bestaat. Doordat de grenzen op de westelijke Balkan zo vaak verschoven zijn, hangt de indeling af van de tijd waar je over spreekt. Sinds de opkomst van het nationalisme worden daar dan ook heftige debatten over gevoerd. Veel auteurs die in Bosnië geboren zijn, worden (ook) geclaimd door de Serven of Kroaten. In deze paragraaf zullen ook die schrijvers aan bod komen.

De literatuur uit de middeleeuwen en de Osmaanse tijd was vaak religieus van aard. Korangeleerden, orthodoxe priesters en franciscaner monniken hebben allen een grote bijdrage aan de literaire traditie van het gebied geleverd. Moslims schreven vaak in het Turks of Arabisch. Beroemd is ook de ‘Aljamiado’-literatuur, die in het Servo-Kroatisch geschreven is, maar met Arabisch schrift. Deze poëzie, geschreven in klassieke Arabische metrums bestaat in allerlei vormen, zoals religieuze gedichten, verzen met morele en sociale thema’s en romantische en erotische poëzie.

Veel literatoren, onder wie franciscaner monniken, schreven in het bosancica-schrift, een Bosnische versie van het cyrillisch. Matija Divkovic (1563-1631), die in Italië studeerde en later kapelaan in Sarajevo werd, schreef begin zeventiende eeuw het eerste gepubliceerde boek in dat schrift. In Venetië liet hij mallen maken van de letters, waardoor zijn twee boeken gedrukt konden worden. Zijn werken waren specifiek op de Slavische bevolking gericht en droegen daarom bij aan de verbreiding van het katholicisme op de Balkan.

De korangeleerde en filosoof Mula Mustafa Bašeskija (1732-1809) schreef een boek over het leven in Sarajevo aan het begin van de achttiende eeuw en gebruikte een Turks dialect dat alleen in die stad gesproken werd. Hij publiceerde ook in het Servo-Kroatisch en droeg daarmee bij aan de emancipatie van die taal. Zelf noemde hij de taal Bosnisch, maar wilde daar in tegenstelling tot wat sommige moderne historici beweren, niet mee impliceren dat dit een andere taal was dan de in andere gebieden gesproken varianten.

Veel literatuur in de negentiende eeuw behandelde sociale thema’s of stelde onrecht van de Osmaanse overheersing aan de kaak. Beroemd is bijvoorbeeld Gavro Vuckovic Krajišnik (1830-1876), die kritische boeken over de onderdrukking van orthodoxe christenen schreef. Ivan Franjo Jukic (1818-1857) is de belangrijkste representant van de negentiende-eeuwse vrijheidsstrijd van de christenen. Deze katholiek streed samen met orthodoxen tegen de Osmaanse onderdrukking. Jukic wordt beschouwd als een van de grondleggers van het Bosnische modernisme. Hij schreef onder het pseudoniem Slavoljub Bošnjak (Slavofiele Bosniër), waarmee hij tot uitdrukking wilde brengen dat hij alle Zuid-Slaven als één etnische groep (afstammend van de Illyriërs) beschouwde.

Bosnië had in de Osmaanse tijd ook een ongekend rijke volkscultuur, die ballades, treurdichten, epische gedichten en de sevdalinke, een speciaal soort melancholische liefdesliederen, voortbracht. Deze volkscultuur fascineerde en inspireerde Duitse romantici als de gebroeders Grimm en Johann Wolfgang von Goethe. Die laatste vertaalde het treurdicht Hasanaginica en maakte het onder de titel Der Klaggesang von der edlen Frauen des Asan Aga wereldberoemd. In de ballades en gedichten spelen waarden als dapperheid, eerzaamheid en broederschap een belangrijke rol.

Aan het eind van de negentiende eeuw, toen het gezag in Bosnië door Oostenrijk-Hongarije was overgenomen, ontstond het begin van een nationaal zelfbewustzijn van de moslims. De naam die in dit verband meestal wordt genoemd is die van de schrijver dichter Safvet-beg Bašagic (1870-1934). Hij doceerde oosterse talen aan de universiteit van Zagreb en was de oprichter van het tijdschrift Gajret. Bašagic schreef meerdere boeken over de islamitische wortels van Bosnië-Herzegovina. Velen beschouwen hem als de grondlegger van de ‘Bosnjakse renaissance’.

Ook in de twintigste eeuw beheerste het debat over nationaliteit en etniciteit de literatuur. Ivo Andric (1892-1975), de beroemdste Bosnische schrijver aller tijden, deed mee aan dit debat. Al in zijn jonge jaren werd hij lid van de organisatie Mlada Bosna (Jong Bosnië), die naar een verenigde Zuid-Slavische staat streefde en dus aansluiting van Bosnië bij Servië wilde. In de Oostenrijks-Hongaarse tijd ging het Joegoslavische idee immers nog hand in hand met het Groot-Servische. Hij ging naar het gymnasium in Sarajevo. In die tijd publiceerde een literair tijdschrift voor het eerst een van zijn gedichten. In 1912 ging hij filosofie en geschiedenis studeren in Zagreb en later in Wenen en aan de beroemde universiteit van de Poolse stad Krakau. Na de moord op kroonprins Franz Ferdinand werd de schrijver, die toevallig in Split was, gearresteerd, omdat hij lid was van Mlada Bosna. Hij bracht een jaar in de gevangenis door, maar werd vanwege zijn slechte gezondheidstoestand vrijgelaten.

Ivo Andric woonde na de Eerste Wereldoorlog in verschillende Joegoslavische steden, zoals Zagreb, Split en Belgrado. Overal deed hij contacten in de literaire wereld op. In Zagreb publiceerde hij zijn eerste roman Ex Ponto. Hij had goede contacten in de politiek en in de diplomatieke wereld en werd als ambtenaar van het ministerie van Buitenlandse Zaken naar de ambassade in Vaticaanstad uitgezonden. De in zichzelf gekeerde schrijver maakte in Rome nauwelijks nieuwe vrienden en had daardoor veel tijd om te schrijven. Er verschenen verschillende boeken van zijn hand bij uitgevers in Belgrado én Zagreb. Later bekleedde Andric diplomatieke functies in Boekarest, Trieste en Graz. In die laatste stad promoveerde hij op een dissertatie over het geestelijk leven in Bosnië onder Osmaans bestuur. Na terugkeer in Belgrado in 1924 verscheen nog een verhalenbundel en de schrijver maakte naam als belangrijkste vertegenwoordiger van de nieuwe Joegoslavische literatuur. Na hoge posities in Marseille, Madrid en Genève bekleed te hebben schopte Andric het uiteindelijk tot ambassadeur in nazi-Duitsland.

Na de Duitse inval in Polen probeerde hij als ambassadeur Poolse intellectuelen te helpen naar Joegoslavië te vluchtten. Hij stuitte daarbij op onwil van de Joegoslavische regering. Andric’ ambassadeurschap eindigde in 1941 na de Duitse invasie in Joegoslavië. Tijdens de Tweede Wereldoorlog leefde Andric in stilte in Belgrado, terwijl hij drie van zijn bekendste romans voltooide, die in 1945 zouden verschijnen: De brug over de Drina (Na Drini cuprija), De vrouw uit Sarajevo (Gospodica) en de Kroniek van Travnik (Travniwka hronika). Drie jaar later verscheen De olifant van de Vizier (Priwa o vezirovom slonu) en in 1954 Prokleta avlija (Engelse vertaling: The Damned Yard).

De inspiratie voor zijn werk haalde Andric vooral uit de geschiedenis, folklore en cultuur van Bosnië. Hij gaat uitgebreid in op de ontmoeting tussen Oost en West in zijn moederland. Hoewel hij voorstander van de Joegoslavische idee was, stelde hij de problemen die voortkwamen uit de multi-etnische staatsgedachte impliciet en expliciet aan de kaak. Dat leidt ook nu nog tot heftige debatten, waarbij iedereen probeert Andric’ gedachtegoed te claimen.

De boeken van na de Tweede Wereldoorlog werden laaiend enthousiast ontvangen en al snel vertaald in verschillende talen. De succesvolle auteur hield lezingen in heel Europa en had nauwelijks meer tijd om te schrijven. In 1961 kreeg Ivo Andric de Nobelprijs voor de literatuur. In de tijd die daarop volgde, vooral na de dood van zijn vrouw in 1968, trok hij zich langzaam terug uit het openbare leven. In 1975 jaar stierf hij in Belgrado als een van de meest vertaalde auteurs ter wereld.

Een andere grote twintigste-eeuwse Bosnische schrijver is Meša Selimovic (1910-1982). Hij beschrijft op filosofische manier de innerlijke strijd van de Bosnjakken met de betrekking tot hun eigen identiteit. Zijn beroemdste werk Derviš i smrt (1966; Engelse vertaling: Death and the Dervish) waar de gedachtewereld van een derwisj (islamitische monnik) en zijn visie op religie en staat centraal staat. Sommige critici vergelijken het boek met Het Proces van Franz Kafka. Het boek is niet makkelijk te lezen, maar interessant omdat het nog steeds actueel is. Omdat Selimovic – hoewel geboren in een moslimfamilie in Tuzla – zelf niet religieus was en op latere leeftijd naar Belgrado verhuisde en zichzelf Serviër noemde, claimen de Serven hem nu als hun nationale schrijver. In werkelijkheid was Selimovic vooral een Joegoslaaf.

Een belangrijke rol in het maatschappelijke debat speelden de linkse schrijvers en dichters, zoals Mak Dizdar (1917-1971). Zijn ‘sociale poëzie’ had invloed op de ideologie van de partizanen, die na de Tweede Wereldoorlog uiteindelijk de macht zouden overnemen. Dizdar werd toen hoofdredacteur van Osloboéenje, de grootste krant van Bosnië. In zijn latere gedichten liet hij zich inspireren door het middeleeuwse Bosnië en de inscripties op de stecci. Ook streed hij tegen te grote Servische dominantie in Joegoslavië, vooral op het gebied van taal. Dizdars beroemdste dichtbundel is Kameni spavaw (1966; Engelse vertaling: Stone Sleeper).

Mede doordat Bosnië en vooral Sarajevo tijdens de laatste oorlog in het centrum van de internationale belangstelling kwamen te staan, brak een aantal jonge schrijvers door in de rest van de wereld. In 1992 verscheen Sarajevo Blues van Semezdin Mehmedinovic. In de bundel, waarvan de Engelse vertaling uit 1998 vooral in de Verenigde Staten populair werd, geeft de in 1960 geboren dichter een beeld van een stad onder vuur. Bijzonder zijn ook de boeken van Nenad Vilickovic, een Bosnische Serf die tijdens de oorlog dienst weigerde en in Sarajevo bleef wonen. De belegering van Sarajevo speelt ook een belangrijke rol in de dagboekroman Dnevnik selidbe (1993; Engelse vertaling: Exodus of a City) van Dževad Karahasan en het dagboek van de tienjarige Zlata Filipovic, dat ook in het Nederlands vertaald is.

De bekendste hedendaagse schrijver van Bosnië is de in 1966 in Sarajevo geboren Miljenko Jergovic. Hij debuteerde in 1988 met de dichtbundel Opservatorija Varšava (Engelse vertaling: Warsaw Observatory), die verschillende Joegoslavische prijzen won. In het buitenland werd hij bekend met de verhalenbundel Sarajevski Marlboro (1994; Engelse vertaling Sarajevo Marlboro). Op soms laconieke, soms indringende wijze schrijft hij over zijn jeugd en over alledaagse gebeurtenissen in het omsingelde Sarajevo. Sinds 1993 woont en werkt Jergovic in Zagreb. In 2008 verscheen zijn roman Buick Riviera (2002) in het Nederlands.

Gerelateerde onderwerpen

  • Architectuur

    Osmaanse architectuur in Mostar
    Het verschil tussen Osmaanse en Habsburgse architectuur is zonneklaar. Typische Osmaanse bouwwerken zijn de moskee (džamija), de koranschool (medresa), het...
  • Keuken

    De koffie wordt op traditionele wijze gezet
    Bosnië heeft een sterke culinaire traditie. Ook op dit gebied zijn de verschillende cultuurinvloeden herkenbaar. In een slastiwarna zijn de zoete gerechten uit...
  • Muziek en dans

    Traditionele danskostuums van de Bosnjakken
    Veel Bosniërs zijn opgevoed met muziek en kennen talloze liederen uit het hoofd. Als iemand op een avond onder vrienden of in een café begint met zingen, gaat...