De rijkdom van Brazilië

Brazilië is rijk aan bodemschatten, energiebronnen en mogelijkheden om voedsel te produceren. Op de lijst van de goudexporterende landen bijvoor-beeld neemt Brazilië de tweede plaats in en er wordt aangenomen dat het land nog ongeveer 33.000 ton aan voorraden in de bodem heeft. Het gevonden ijzererts is voor 66% zuiver en met dit product staat Brazilië eerste op de wereldranglijst, evenals met tin. Wat mangaan betreft wordt de derde plaats ingenomen, met uranium de vijfde. Andere belangrijke grondstofwinningen betreffen lood, zink, chroom, kobalt, bauxiet, wolfraam, zilver en platina.

Naast diamant is de winning van parels en (half)edelstenen (smaragd, toermalijn, jaspis, agaat, kornalijn, sardis en saffier, aquamarijn, beryllium en topaas) aanzienlijk. Met kwarts neemt Brazilië de toppositie in. In nauw verband met dit alles staat de creatie van sieraden.

Brazilië heeft eveneens grote olievoorraden zowel in het binnenland (bij Bahia bijvoorbeeld) als op zee voor de kust terwijl het land ook voorzien is van grote hydro-elektrische installaties. Brazilië heeft nu drie petrochemiecomplexen. De oudste in Bahia, de andere in Rio Grande do Sul in het zuiden en in São Paulo. De helft van het gebruik in Brazilië is in eigen bodem gewonnen en in eigen fabrieken geraffineerd. Dankzij het uitstekende klimaat neemt Brazilië ook in de agrarische sector een leidende positie in, bijvoorbeeld met de productie en export van koffie en suiker.

Het suikerriet levert ook ethanol, brandstof voor auto’s en industrieel gebruik. De meeste personenauto’s rijden op ethanol. Alle benzine bevat 20% ethanol. Omdat ethanol een schone brandstof is, draagt het ook bij aan een schoner milieu. Sinds deze eeuw exporteert Brazilië ook olie. Brazilië heeft ook een fameuze vliegtuigproducent: Embraer (voorheen Varig). Zij exporteren (regionale) vliegtuigen en staan daarbij op plaats een! Brazilië is ’s?werelds tweede producent van soja en van cacao en staat op de derde plaats van de graanexporterende landen. Wat de productie van rundvlees en kippenvlees betreft staat Brazilië op de tweede plaats. Er lopen in Brazilië bijna evenveel koeien rond als mensen. Tevens is er een groeiende export van groenten, fruit, tabak, bloemen en wijn. Dagelijks gaan scheepsladingen ruw hout het land uit. Al met al staat Brazilië bij de topzes van de wereldeconomieën, neemt het de negende plaats in als autoproducent en de zevende als staalproducent.

Er zijn in Brazilië maar liefst 2500 vliegvelden, inclusief eenvoudige landingsstrips en regionale luchthavens en 35 internationale luchthavens. São Paulo heeft verbinding met alle grote steden over de hele wereld. Alle grote autofabrieken hebben een fabriek in het land. Veel geproduceerde of geassembleerde auto’s worden afgezet in eigen land (het snelgroei-ende middenkader kan zich dit veroorloven). Ook is er export naar omliggende landen en naar Noord- en Midden-Amerika. Consequentie is dat er meer dan 1,5 miljoen km autosnelwegen zijn aangelegd. Voor cargotransport wordt ook gebruikgemaakt van 28000 km spoorwegen en de hogesnel-heidstrein tussen Rio en São Paulo moet dienen als voorbeeld voor meerdere projecten. In 7 steden is een goed werkend metronetwerk.

Bij deze rijkdom mag nog worden gevoegd een kennis en kunde van hoge kwaliteit. Alle grote steden hebben een of meer universiteiten, waar het kader wordt gevormd voor de industrie, de bouw van waterkrachtcentrales, de stedenbouw, de planologie en de architectuur om nu maar enkele disciplines te noemen waarin de Brazilianen zich een wereldnaam opgebouwd hebben. Vele jonge academici specialiseren zich op Amerikaanse of Europese universiteiten. Daarbij is een contract met en een sponsorschap van een in Brazilië gevestigd internationaal bedrijf – een multinational – een gebruikelijke deal.

En hiermee is een van de ‘maren’ bij al deze Braziliaanse rijkdommen genoemd. De mijnen, waterkrachtcentrales en industrieën zijn bijna alle gefi-nancierd met buitenlands kapitaal en zo gaat veel profijt het land uit en wordt Brazilië er niet veel wijzer – of beter gezegd: rijker – van. Behalve dan een kleine elite van grootgrondbezitters, bankiers, topambtenaren en generaals die in Brazilië de macht in handen hebben en daarmee zeer veel geld verdienen. Op een niet bijster inzichtelijke wijze zorgen zij voor de contracten en licenties en vergaren zij hun rijkdom waarvan het geschoolde kader meeprofiteert in de vorm van hoge salarissen en tal van privileges.

Maar verreweg het grootste deel van de bevolking, al of niet werkend als zelfstandige, staat buitenspel en moet zich zien te redden met magere beloningen voor vaak tijdelijke, kortdurende werkzaamheden, moet wat handel drijven of desnoods gaan bedelen en dan zich in leven zien te houden met de vruchten uit de bossen en vis uit de rivieren of de zee.

Langzamerhand ontstaat er evenwel in de zuidelijke staten en in de industriële driehoek São Paulo, Rio de Janeiro, Minas Gerais ook een sociale structuur van middengroepen, te vergelijken met die in Noord-Amerika of West-Europa. Dit alles leidt tot de conclusie: Brazilië is rijk, maar de meeste Brazilianen zijn arm. Dit is een evidente tegenstelling, die om een verklaring vraagt, maar waar is die te vinden? Zelfs in Brazilië schijnt niemand te kunnen begrijpen waarom in een land dat zo rijk is zoveel arme mensen moeten wo-nen. Is er dan geen weg naar een grotere welvaart voor allen? Wie Brazilië bezoekt zal dikwijls met die vraag geconfronteerd worden en zal zich in het verlengde daarvan vaak afvragen: ‘Waarom is dit zo en zo geregeld?’ of ‘Waarom doet men dit niet anders?’ Maar dan is men niet de enige, want ook de Brazilianen zelf discussiëren daarover. De uitkomsten zijn echter altijd verschillend.

Over twee dingen zijn alle Brazilianen het wel eens: a) het zal met Brazilië beter gaan en b) het zal met hem- of haarzelf ook beter gaan. De Braziliaan is een optimist: ‘Brazilië, het land van de toekomst.’ Maar de pessimisten voegen daaraan toe: ‘En dat zal altijd zo blijven.’

Arm en rijk

Ruim 100 jaar geleden werd de slavernij in Brazilië afgeschaft, maar sindsdien zijn de levensomstandigheden van het nageslacht van de slaven nauwelijks verbeterd. De slaven kwamen destijds wel met één pennenstreek vrij, maar werden verder gewoon aan hun lot overgelaten. Er waren geen emancipatie- of leerprogramma’s ontwikkeld om hen verder te helpen en er werd zelfs geen alternatief geboden voor de verplichting van de slaven-houders hen te voorzien van voedsel en een dak boven het hoofd. De situatie van de zwarte bevolking, hoewel in aantal inmiddels aanzienlijk toegenomen, is dus na al die jaren nog bijna even slecht.

De economische situatie is wel verschillend. In de zuidelijke staten is de welvaart niet alleen iets hoger dan elders, maar ook beter verdeeld. Het grootste probleemgebied is het noordoosten. De dorpen in de sertaõ zijn overbevolkt, miljoenen mensen genieten daar nauwelijks enig onderwijs, zijn ondervoed en de medische verzorging is primitief. Maar in de noordoostelijke staten woont van Maranhão tot Bahia meer dan een kwart van de Braziliaanse bevolking. Duizenden trekken uit dit gebied weg naar de steden in het midden en zuiden van Brazilië, want daar is eten, werk en dus welvaart, zo leert althans de tv-reclame. Maar ze komen na enige dagen zwerven bijna allemaal terecht in de krottenwijken, de favela’s die rondom de steden in Brazilië liggen en voegen zich daar bij hun lotgenoten die een armzalig leven leiden tussen wat planken onder golfplaten: geen slaven meer, maar wel gevangen in armoede. Door de dagelijkse stromen nieuwkomers – die zich vaak niet laten registreren – barsten de krottenwijken langzamerhand uit hun voegen. Vrij nauwkeurige tellingen leren dat in São Paulo tussen 1970 en 1980 drie miljoen migranten arriveerden.

Het hoge percentage kindersterfte in de favela’s wordt gecompenseerd door een hoog geboortecijfer.

Opgezette organisaties voor economische ontwikkelingen.

De SUDENA, gevestigd in Recife is opgezet om het noordoosten tot ontwikkeling te brengen, terwijl de SUDAM met zetel in Manaus het Amazonege-bied moet beschermen en openleggen voor economische ontwikkelingen. Buitenlandse invloed De auto-industrie wordt voor 99,8% gefinancierd door de buitenlandse grote automerken zoals Fiat, Volkswagen, Ford, Mercedes-Benz, Volvo, Saab en General Motors die geëist hebben dat invoer en/of productie van auto’s van andere merken niet toegestaan is. Per jaar verlaten 1 miljoen auto’s in Brazilië de autofabrieken. Brazilië is daarmee tiende in de rij van autoproducerende landen. De elektronica- en textielindustrie is voor bijna 70% in handen van buitenlandse bedrijven terwijl de farmaceutische industrie vrijwel geheel met vreemd kapitaal gefinancierd is. Alleen de energieproductie (olie en hydro-elektronica) is nu nog in Braziliaanse handen (het Braziliaanse staatsbedrijf Petrobrãs), maar de uitgezette forse leningen worden waarschijnlijk straks omgezet in een uitverkoop van aandelen, mede ook om een efficiënter management en een hoger rendement te realiseren. Van de buitenlandse investeerders nemen de VS met 33%, West-Duitsland met 13%, Japan met 9%, Zwitserland met 8% en Engeland met 6% de voornaamste posities in. Van de nationale omzetbelasting wordt 35% door multinationals betaald.