Het regenwoud

De vernietiging van het regenwoud is een politiek probleem geworden van internationale omvang. Over de gehele wereld voeren milieudeskundigen en -activisten krachtig actie tegen het kappen van het regenwoud ten gunste van houtwinning en ontginning tot landbouwgrond. Dit laatste – het kleinste probleem – blijkt meer roofbouw dan landbouw. Na enkele oogsten is de oorspronkelijke humuslaag vergaan en omdat het oorspronkelijke ecologische evenwicht verstoord is, dreigt woestijnvorming.

Veel ernstiger is dat daarmee de zuurstofvorming – het Amazonegebied zorgt voor 20% van ’s?werelds zuurstofbehoefte – bedreigd wordt. Grof gezegd: als dit zo doorgaat, stikt alles wat leeft.

Wie de Amazone bezoekt zal getuige zijn van dit proces en zal er ook van overtuigd raken dat de wereldmachten doordrongen moeten worden van hun verantwoordelijkheid voor de komende generaties. Het specifieke aan deze zaak is dat het niet alleen een probleem van of een aanklacht is tegen de Braziliaanse overheid. Het regenwoud ligt weliswaar in Brazilië, maar ook hier is Brazilië financieel gezien weer afhankelijk van bepaalde machten in het buitenland die in laatste instantie bepalen wanneer en hoeveel kubieke meter hardhout beschikbaar moet komen.

Chico Mendes is de tragische held in het Amazonedrama. Hij groeide op in het woud tussen rubbertappers, notenverzamelaars en vissers en ontwik-kelde zich als autodidact tot inspirerend leider van deze woudbewoners. Hij groeide uit tot grote voorvechter voor het behoud van het Amazonege-bied; hij sprak onder meer voor een nationale conferentie van rubbertappers en voor de Wereldbank in Washington. Zijn activiteiten maakten hem niet geliefd, ondanks zijn geweldloze strijd. ‘Ik geloof niet in lijken’, was een kenmerkende uitspraak van hem. Hij heeft slechts 13 jaar aan de organisatie kunnen werken; zes keer kreeg hij te maken met anúncios (moordaankondigingen) van beroepsmoordenaars: de laatste moordaanslag overleefde hij niet. Toch heeft Chico Mendes nationaal en internationaal een wijziging in het Amazonebeleid kunnen bewerkstelligen.

Dat men in Brazilië zijn best doet regulerend op te treden blijkt uit de volgende feiten. In de nieuwe Braziliaanse grondwet is een apart hoofdstuk gewijd aan de ecologie en de regering-Collor heeft in overeenstemming daarmee een nieuw departement gecreëerd (IBAMA – Instituut voor Milieu en Bescherming van Natuurlijke Rijkdommen). Dit departement heeft becijferd dat sinds de kolonisatie 7 à 10% van de beboste oppervlakte, die alles meegerekend 5 miljoen km² in Brazilië bedraagt, is gekapt. Voor toezicht en controle om verdere vernietiging tegen te gaan zijn 20.000 mensen nodig, voorzien van het nodige zoals helikopters. Maar dat kost geld en de regering zoekt in samenwerking met andere regeringen naar oplossingen voor dit probleem. De eerste resultaten zijn al zichtbaar want het tempo van de bosverbrandingen is inmiddels gehalveerd. Zolang er echter uit het buitenland geen voldoende financiële hulp komt is men in Brazilië niet zo onder de indruk van al die moraliserende boodschappen uit bijna alle delen van de wereld. Financiële steun is een geloofwaardiger middel om bezorgdheid tot uiting te brengen.

Rond de eeuwwisseling zijn er sociaal, maar vooral economisch vorderingen gemaakt. Vooral na het aantreden van president Lula zijn er grote projec-ten aangepakt –, Het programma Bolsa Familia moet het percentage mensen dat onder de armoedegrens leeft met 4 % per jaar terugdringen. Eten en drinken (melk) op school geeft enige structuur aan de eetgewoonten, verdrijft honger en brengt de (zwerf)kinderen naar school, de eerste voorwaarde om onderwijs te krijgen.

De regering heeft de olieproductie in zoverre nu in eigen handen, dat Brazilië selfsupporting is. –, De agrarische productie stijgt 5% per jaar en volgens de FAO (Food en Agricultural Organization) is nog 40%! groei mogelijk voor 2019! Niet door meer grond in cultuur te brengen, maar door de productie per ha op te voeren, misoogsten te voorkomen.

De zon wordt benut als energieleverancier  in plaats van verbrander van oogsten. Water uit de rivieren wordt benut voor irrigatie. , Export van landbouwproducten en van ertsen (mangaan, ijzer goud) neemt toe, ook eind- en halfproducten uit de auto-industrie vinden hun weg naar exportlanden. Tegenover 90 miljard buitenlandse schuld staat 230 miljard kasgeld en dus heeft Brazilië weinig last van de economische wereldcrisis en handelt voor-spoedig met vooral China, India en Latijns-Amerika. De bevolkingsgroei neemt af en er zijn prognoses dat met 230 miljoen inwoners de groei blijft steken. Allemaal gegevens waar de altijd optimistische Braziliaan lekker van kan slapen.