Parque Nacional Conguillío/Los Paraguas

Het 60.000 ha grote Parque Nacional Conguillío/Los Paraguas is een van de mooiste nationale parken van Araucanía. De twee sectoren van het gebied, Conguillío (in Mapuche-taal: ‘het water van de dennenzaden’) en Los Paraguas (’de paraplu’s’), zijn beide genoemd naar de araucariabomen die het gebied zo fraai maken. Een hooggelegen vallei met meren en araucariabossen ligt tussen de hoge Llaima-vulkaan (3125 m) en de besneeuwde toppen van de Sierra Nevada. De Llaima heeft sinds de 16e eeuw meer dan 20 uitbarstingen gehad, waarvan zes in de vorige eeuw. Vooral de heftige en langdurige uitbarstingen van 1955 tot 1957 hebben een hele serie lavastromen achtergelaten die als zwarte tongen omlaaglopen door het bos. In 40 jaar heeft zich hier de begroeiing nog maar nauwelijks kunnen herstellen en groeien op de lavarotsen slechts korstmossen, hoge ‘pampagrassen’ en lage struiken. Op sommige plekken zijn de lavastromen langs stukken bos gestroomd, die nu als eilandjes in de zwarte lavavelden liggen. De Llaima verkeert nu in een sluimerende toestand met een krater, waaruit gassen (’fumarolen’) opstijgen die soms als een wolk om de top hangen. De lavastromen hebben tussen 1955 en 1957 een aantal dalen afgedamd waardoor de prachtige meren Laguna Captrén, Laguna Verde en Arco Iris zijn ontstaan. In het water van het 40 jaar geleden gevormde Laguna Captrén spiegelen zich de dode boomstammen, die overblijfselen zijn van het vroegere bos. Het grote Laguna Conguillío ontstond vele tienduizenden jaren geleden op een zelfde wijze. Het nationale park werd in 1950 vooral ingesteld vanwege de unieke araucariabossen, die hoog op de hellingen rond de vulkanen groeien. In de lagere delen groeit een gemengd bos van araucaria’s en Nothofagus-soorten (minder dicht dan het regenwoud verder zuidelijk); vooral tussen Laguna Captrén en Laguna Conguillío staat een oud en imposant bos met reusachtige robles en araucaria’s. Langs het pad dat door dit bos is aangelegd groeien araucaria’s, waarvan de leeftijd door de parkwachters op 1500 jaar wordt geschat. Het park heeft een interessant dierenleven, met vizcachas en nog enkele paren poema’s in de afgelegen bergen. Vooral de bossen en meren van Conguillío zijn rijk aan vogels: Patagonische spechten, Austral parkieten en zangvogels in het bos, watervogels als ‘bandurrias’, ganzen, futen, eenden en aalscholvers op de meren, en condors en arenden boven de Llaima-vulkaan.

Het Parque Nacional Conguillío is per (huur)auto te bereiken vanuit Temuco via Curacautín in het noorden of via Cunco en Melipeuco (diverse pensions) in het zuiden. Een onverharde (deels slechte) weg loopt dwars door het park, die buiten de zomer (dec.-mrt.) door sneeuw onbegaanbaar kan zijn. Bij Laguna Conguillío is een bezoekerscentrum, met een mooie tentoonstelling over landschap, flora en fauna van het park. Op weg naar het nationale park, ten westen van Cunco, kun je overnachten in de Hosteria Adela and Helmut, 997-244479, www.adelayhelmut.com (Duits/Chileense eigenaars).

Wandelmogelijkheden Conguillío

Verschillende wandelingen en trektochten kunnen in Conguillío worden gemaakt, waaronder makkelijke korte wandelingen, of de beklimming van de Llaima-vulkaan voor ervaren bergwandelaars. De Llaima-vulkaan is het best te beklimmen vanaf de westkant, of vanaf Laguna Captrén, waar een vaag paadje omhoog leidt (stijgijzers voor de sneeuwvelden rond de top zijn soms nodig; mogelijk gevaarlijke spleten rond de top!).

De guardaparques van de CONAF hebben de volgende wandelpaden of ‘senderos de excursión’ aangelegd door de mooiste delen van het gebied; een aantal van deze paden zal in de toekomst deel gaan uitmaken van de langeafstandswandelroute Sendero de Chile.

1 Sendero Los Carpinteros: een mooi pad van 5 km voert vanaf de administratie door een prachtig bos naar Laguna Captrén (2 uur); over de zandweg terug.

2 Sendero Las Araucarias: een kort pad (1 uur); borden met uitleg over de araucariabossen (het pad gaat binnenkort ca. 20 km verder naar het zuiden, en wordt dan onderdeel van de Sendero de Chile).

3 Sendero Sierra Nevada: 10 km (5 uur heen en terug); een pad voert steil omhoog naar de Sierra Nevada door diverse bostypen en met een prachtig uitzicht. Door ervaren trekkers kan over de top van de Sierra Nevada via ongemarkeerde routes worden verder gegaan naar Malalcahuello (alleen als er niet te veel sneeuw meer ligt), of via de Sendero Contrabandistas naar La Fusta en Lonquimay.

4 Sendero Cañadon del Truful-Truful: voert in 45 min. vanaf de zuidelijke ingang van het park naar een klif in de Truful-Truful rivier, waar riviererosie een aantal fraai gekleurde gesteentelagen heeft blootgelegd.

5 Sendero Las Vertientes: een kort pad van 1 uur langs een aantal beken, die een ondergrondse oorsprong hebben.