De stad Cienfuegos

Cienfuegos, Palacio del Valle
Cienfuegos, Palacio del Valle

Hoewel in de omgeving van de stad de eerste kolonisten zich in dezelfde tijd vestigden als bijvoorbeeld in Trinidad, duurde het tot 22 april 1819 voordat er daadwerkelijk een nederzetting ontstond. Dit gebeurde op initiatief van een Franse immigrant, Louis de Clouet, afkomstig uit New Oreleans. Hij was, net als vele landgenoten, gevlucht nadat de zuidelijke staten van de VS de Fransen uit handen was genomen. Hij noemde de plaats Fernandina de Jagua. Deze naam werd echter tien jaar later al gewijzigd in Cienfuegos, naar een kapitein van het Spaanse leger, José Cienfuegos, die gouverneur van de stad was en op wiens initiatief nog eens enkele tientallen Franse kolonisten uit Frankrijk, o.a. uit de Medóc en de omgeving van Bordeaux naar Cuba gehaald werden. Niet zozeer uit humanitaire overwegingen, maar uit angst dat de zwarte bevolking zou gaan overheersen. Hij probeerde dus het evenwicht weer in blank voordeel te herstellen.

De stad was van het begin af aan welvarend doordat de haven de belangrijkste exporthaven van Cuba was voor suiker(riet), citrusvruchten en tabak. Nog stééds is Cienfuegos, dankzij de diepte van de haven, de grootste exporthaven ter wereld voor suiker. De stad telt inmiddels (2012) meer dan 165.000 inwoners.

Cienfuegos had lange tijd een slechte naam, voornamelijk als gevolg van de racistische inslag. Pas na de revolutie in 1959 werd de daadwerkelijke rassenscheiding er afgeschaft.

Het meest opmerkelijke gebouw in Cienfuegos is ongetwijfeld het Palacio del Valle, ook wel Villa Valle genoemd. Het werd gebouwd in opdracht van Aciclio del Valle y Blanco. De bouw werd voltooid in 1917 en werd uitgevoerd door Marokkaanse arbeiders onder leiding van een Italiaanse architect, Alfredo Colli. De familie Valle heeft Cuba in 1959, na de revolutie verlaten.

Het gebouw is een mixture van allerlei bouwstijlen, waarbij Moorse invloeden duidelijk overheersen. Er is een restaurant in gevestigd en vele lokale bruidsparen gebruiken het als achtergrond voor hun fotoreportage. Zonder van de faciliteiten van het (te dure) restaurant gebruik te maken, is het gebouw voor een zacht prijsje toegankelijk. Het uitzicht over de omgeving is werkelijk fraai en leent zich voor mooie plaatjes.

Men moet ervan houden, maar degene die zegt dat de anderhalf miljoen USD die Aciclio del Valle (‘Mister Valle’) in het gebouw stak, beter besteed had kunnen worden, zal ongetwijfeld bijval vinden. Nadat de familie Valle het huis had verlaten werd het nog gebruikt als muziekschool, als casino en als hotelschool. In 1990 werd het pand eigendom van het er tegenover gelegen hotel Jagua.

Een bezoek aan het Parque José Martí mag u niet missen. ‘s Avonds verzamelen zich hier veel inwoners om met elkaar de laatste nieuwtjes te bespreken, het is er druk en gezellig, een bandje zorgt vanuit de muziektent voor verstrooiing. U vindt er de Catedral de la Purísma Conceptión met 12 prachtige gebrandschilderde ramen en het gerenoveerde hotel San Carlos. Caruso trad ooit op in het Teatro Tomás Terry.

Het theater, voltooid in 1890 werd geopend met een uitvoering van Aïda, de beroemde opera van Verdi. Het werd aan de stad geschonken door de Amerikaanse miljardair Terry, rijk geworden door suiker en slaven, ter nagedachtenis aan zijn vader. Bijna 900 mensen kunnen er een plaats krijgen. Het in 1965 gerestaureerde gebouw is uitgevoerd met plafonds en beeldhouwwerken van bijzondere schoonheid.

U kunt ook een bezoek brengen aan het Museo Provincial waar u een beeld krijgt van de geschiedenis van de provincie. Het Casa de la Cultura is versierd met blauwe tegels en daardoor misschien wel het opvallendste bouwwerk van het plein. Natuurlijk dient ook een wandeling gemaakt te worden over het Prado, de langste niet aan zee gelegen boulevard van Cuba. Een belangrijk gedeelte ervan is voetgangersgebied en men kan hier leuk winkelen of op één van de vele banken mensen kijken. Aan het einde van het Prado staat het schitterend gerenoveerde gemeentehuis.

In het Museo Naval Nacionál, noordoostelijk van het Parque José Martí, wordt de herinnering aan de opstand door studenten en matrozen tegen het Batista-regime levend gehouden. Op 5 september 1957 kwamen deze groepen, verwant aan de Beweging van de 26e juli, in opstand, maar werden met harde hand en steun van door Amerika geleverde bommenwerpers, tot de orde geroepen. De gevangengenomen rebellen werden ter plekke gedood, hun aanvoerders ondergingen hetzelfde lot, nadat ze op onmenselijke wijze ‘verhoord’ waren.

Vermeldenswaard is verder nog de begraafplaats Tomás Acea y Terry, genoemd naar de zoon van Tomás Terry. Op voorwaarde dat de begraafplaats naar zijn zoon genoemd zou worden, liet Tomás Terry sr. voor veel geld een kopie bouwen van het Parthenon in Athene, dat dominerend dienst doet als entree tot de begraafplaats waar verder nog enkele fraaie monumenten te bewonderen zijn. Opvallend is dat sommige subgrafzerken op zijn kant geplaatst zijn. Het gebeurde op verzoek van de familie die daarmee te kennen gaf dat de overledene tijdens zijn leven een aparte plaats in de familie ingenomen had. De begraafplaats is een nationaal monument.

Aan de ingang van de baai, zuidelijk van de stad is het Castillo de Jagua te vinden. Het is gebouwd in 1745 om de Spaanse kolonisten te beschermen tegen de voortdurende aanvallen van piraten die op weg waren naar gebieden waar meer te halen viel, maar die de baai gebruikten om er drinkwater in te nemen. De tocht naar het kasteel, dat voluit Castillo de Nuestra Señora de los Angeles de Jagua heet, is vanuit de stad per boot te maken.

U komt dan aan in Perché, een vissersdorpje vlak bij de vesting. Er is een museum in gevestigd, maar uit alles blijkt dat dit meer de bedoeling was dan dat het ervan gekomen is. Dat geldt eveneens voor de Jaraguá kerncentrale die zich aan de andere zijde van de baai bevindt. Het grote initiatief kwam uit Rusland, maar na het uiteenvallen van de USSR ligt het werk aan de centrale (zo goed als) stil. Men heeft nog geprobeerd om de centrale (ironisch genoeg: van het type Tsjernobyl) te voltooien met Canadese en Duitse hulp, maar in verband met de economische situatie en de vele vormen van kritiek over de opwerking en het gebruik van atoomenergie is het werk stil komen te liggen. Kosten: 2,4 miljard USD.

Oostelijk van de stad, op zo’n 15 kilometer afstand bevindt zich de Jardin Botánico. Een bezoek waard. Tot aan de revolutie werd het beheerd door de Amerikaanse Harvard universiteit, die er onderzoek verrichtte naar allerlei tropische ziekten bij planten en tevens allerlei experimenten uitvoerde ter verbetering van suikerriet. Op ruim 90 hectare grond heeft men hier nu een unieke verzameling bloemen, planten en bomen bijeengebracht. De tuin is vermaard vanwege zijn cactussen. Maar ook de 280 soorten palmbomen die men op Cuba kan vinden, zijn hier bijeengebracht.

Een excursie die even ongewoon als verrassend is, is de zg. industriële excursie. Alle technische wonderen van Cienfuegos worden bezocht. De grootste opslagplaats voor suiker (90.000 ton!), de cementfabriek, de olieraffinaderij én de kerncentrale, u kunt het allemaal op uw gemak bekijken. Informeer ernaar bij Infotur, in Avenida 56 (achter Teatro Tomás Terry).

Als u tijdens uw rondreis door de provincie Matanzas niet in de gelegenheid bent geweest om een bezoek te brengen aan de Bahía de Cochinos (Varkensbaai), dan krijgt u nu alsnog de kans. Via Yaguarams, westelijk van de hoofdstad, kunt u Playa Girón bereiken. De weg erheen is overigens niet al te best.

Om uit te blazen gaan de inwoners van Cienfuegos naar Playa Rancho Luna, in de omgeving van het gelijknamige motel. Alle watersporten kunnen hier worden beoefend, maar u kunt er ook leren hoe u er diepzeevisser kunt worden. Uiteraard is scuba duiken een andere mogelijkheid. Het contact met de plaatselijke bevolking wordt hier wel heel gemakkelijk gelegd.

Bestemmingen in de omgeving van De stad Cienfuegos

Kaart van De stad Cienfuegos en omgeving