Flora

Vlinderjasmijn (mariposa)
Vlinderjasmijn (mariposa)

Voordat Cuba ontdekt werd was het vrijwel geheel begroeid met tropische regenwouden. De laatste eeuwen heeft deze jungle geleidelijk aan plaats moeten maken voor andere gewassen. Er verdween vooral veel hout voor economische doeleinden. Landbouw- en weidegronden, steden en dorpen, ze zijn allemaal gebouwd op gronden die ooit bebost waren. De langdurige olieschaarste heeft ertoe bijgedragen dat vele Cubanen bomen rooiden om die als brandstof te gebruiken. Minder dan 10% van de oorspronkelijke bebossing bleef over en er wordt voortdurend gewerkt aan herbebossing, waarbij snelgroeiende soorten de voorkeur krijgen.

Natuurlijk komen er ook andere soorten begroeiing voor in de plaats, maar gevreesd moet worden dat veel inheemse flora verdwenen is. De vegetatie is, als gevolg van de ligging van Cuba, echter nog steeds uitbundig te noemen. In totaal groeien er bijna 8000 verschillende soorten mossen, bloemen, planten, struiken en bomen. Enkele ervan willen we met name noemen.

De kaarsrechte, soms wel 30 meter hoog wordende koningspalm (Roystonea regia), is de nationale boom van Cuba. Hij symboliseert de fierheid van het volk, zo wordt verteld. Ondanks het feit dat hij overal voorkomt is de soort beschermd. Slechts met toestemming van de overheid mag de boom gekapt worden. Hij wordt voor velerlei doeleinden gebruikt. De stam dient als basismateriaal voor bouwwerken, van de bast worden o.a. geneesmiddelen gemaakt, de bladeren zijn geschikt voor dakbedekking en de vruchten dienen vele doeleinden.

Behalve voor salades gebruikt men ze voor het aanmaken van, naar men zegt bijzonder goed, varkensvoer. Andere palmsoorten zijn de kokospalm (gele vruchten) en de kurkpalm, de Palma corcho, welke als bedreigde soort gezien wordt. Het is waarschijnlijk een van de oudste boomsoorten op Cuba, ze groeiden er al in de voorhistorische tijd.

Voor een stukje (bijna)regenwoud moet u naar het Sierra de Escambray gebergte. Verder vindt u er indrukwekkende kapokbomen, ceders, eiken, pijnbomen en natuurlijk de citrus- en bananenbomen. Mango’s, papaja’s en avocado’s, het groeit allemaal op Cuba. Verder komen er de jagüey (een ficussoort) en mangroves voor. De koraalboom (Erythrina) herkent u, behalve aan zijn vorm, aan de gele en rode bloemen.

Wat planten en bloemen betreft is Cuba rijk bedeeld. De nationale bloem van Cuba is de vlinderjasmijn (mariposa), een welriekende witte vlinderbloem. Vrouwen droegen deze in het haar ten tijde van oorlog en revolutie, op deze manier uiting gevend aan hun liefde voor het vaderland. In het wild komt de bloem alleen op vochtige plaatsen voor zoals aan rivier- en lagune-oevers, maar vele Cubanen kweken de bloem in huis of tuin.

Cuba kent ruim 250 inheemse orchideeënsoorten. Er worden veel orchideeën gekweekt, zodat het totale arsenaal meer dan 700 bedraagt. Sommige orchideeënkwekerijen zijn te bezoeken. Grote delen van het Cubaanse landschap zijn begroeid met suikerriet, de grondstof voor het belangrijkste exportartikel. In het westen wordt veel tabak gekweekt. Dit is de basis voor een ander belangrijk exportartikel: naar men zegt de beste sigaar ter wereld.

Gerelateerde onderwerpen

  • Fauna

    Cubaanse krokodil
    Op Cuba leven vele diersoorten. Naar groot wild zult u echter tevergeefs zoeken. Er leven wel zeldzame diersoorten, zoals de almiqui of Cubaanse insecteneter,...