Christelijke feesten en ceremonies

Kaarsen aansteken, Cebu City
Kaarsen aansteken, Cebu City

De Filipino's zijn in de beleving van het christelijk geloof zeer uitbundig. Gedurende de loop van het jaar worden er talloze christelijke feesten gevierd en kleurrijke processies uitgevoerd in de verschillende delen van de archipel. Aan de belangrijkste festiviteiten, die vaak verscheidene dagen duren, wordt deelgenomen door grote massa's mensen. Dat laatste geldt zeker voor de Black Nazarene Procession die elk jaar op 9 januari wordt gehouden in Quiapo, een stadswijk van Manila. Het middelpunt van deze processie vormt een levensgroot beeld van Christus. De geknielde Christusfiguur draagt op zijn schouder een groot kruis en is geplaatst op een 'carroza', een zware houten kar. Het voertuig wordt langzaam door de straten getrokken door de 'Zonen van de Nazarener' ('Hijos del Nazareno'), in witte T-shirts geklede en blootsvoets lopende mannen. Ondertussen proberen anderen in de woelende, duizend koppen tellende menigte van voornamelijk mannelijke gelovigen zo dicht mogelijk bij het beeld te komen in de hoop het even te kunnen aanraken en aldus genezende kracht te ontvangen. Het zwartbruine, hardhouten beeld dat officieel bekend staat onder de naam 'Nuestro Padre Senor Jesus de Nazareno' ('Onze Vader, Jezus van Nazareth') is oorspronkelijk afkomstig uit Mexico, waar het gemaakt werd door een gekerstende indiaan.

Tijdens de tweede helft van januari worden op verscheidene plaatsen Santo Niño-feesten gevierd ter ere van het Kind Jezus. Het Santo Niño-feest van Cebu bereikt zijn hoogtepunt tijdens het derde weekend van januari en wordt vooral gekenmerkt door de 'sinulog', een traditionele dans.

Het derde weekend van januari is eveneens het hoogtepunt van het beroemde en zeer spectaculaire Ati-Atihan-festival, dat gevierd wordt in Kalibo op het eiland Panay. Van oorsprong is dit geen christelijk feest, maar gaat het om de viering van de vreedzame ontmoeting die tijdens de dertiende eeuw plaatsvond tussen een aantal Maleise immigranten uit Borneo en de Ati, de originele negrito-bevolking van Panay. Het anders rustige provincieplaatsje Kalibo is tijdens het festival bomvol. Horden belangstellenden uit andere delen van de archipel, maar ook vele buitenlandse toeristen stromen toe om de bruisende happening te kunnen bijwonen. De deelnemers maken hun gezichten zwart met roet zodat ze er uitzien als negrito's en tooien zich met allerlei kleurrijke versierselen. Begeleid door tromgeroffel en de strijdkreet 'Hala Bira' roepend verplaatsen ze zich in het Ati-Atihan-ritme door de straten, twee stappen voorwaarts en een stap achterwaarts. Op de zondag bereikt het drie dagen durende festival zijn hoogtepunt. 's Ochtends worden de vermoeide feestgangers door de kerkklokken uitgenodigd naar de mis te gaan. In de kerk ondergaan de gelovigen eerbiedig de patapak-ceremonie, waarbij de priester hun lichaam en hoofd aanraakt met een beeld van het Heilig Kind. Net als bij de Black Nazarene Procession neemt men aan dat tijdens dit ritueel genezende kracht wordt overgedragen. Na de vrome kerkgang begeven de mensen zich weer naar de straten om het feest voort te zetten en hun mooiste en wildste dansen te demonstreren totdat tegen de avond aan het kleurrijke gebeuren een einde komt. De christelijke component dankt het Ati-Atihan-festival aan een legende die vermoedelijk ingegeven werd door een Spaanse priester en gebaseerd is op de herhaaldelijke aanvallen door vanuit het zuiden van de archipel afkomstige islamitische zeerovers en slavenjagers. Een van deze aanvallen zou tijdens de 17e of 18e eeuw afgeweerd zijn dankzij een verschijning van het Heilig Kind. In verschillende plaatsen worden minder spectaculaire varianten van het Ati-Atihan-festival gevierd, bijvoorbeeld het Dinagyang-festival in Iloilo.

In februari zijn er twee belangrijke Maria-vieringen, namelijk het feest van Onze Lieve Vrouw van Candelaria (op 2 februari in Oloilo, Panay) en het feest van Onze Lieve Vrouw van Lourdes (op 11 februari in Quezon City, Metro Manila).

De paastijd is natuurlijk een zeer belangrijke periode voor de devote christelijke Filipino's. In de loop van maart en april worden er vele cenaculos (passiespelen) gehouden op de Filippijnen. Het meest bekende en kleurrijke daarvan is het Moriones Festival dat gevierd wordt op het eiland Marinduque. De centrale figuur van dit feest dat een week in beslag neemt is de aan een oog blinde Romeinse centurion Longinus. Toen hij het lichaam van de gekruisigde Christus met een speer doorboorde kon de soldaat weer met beide ogen zien. De legende verhaalt verder dat hij zich tot het christendom bekeerde nadat hij getuige was geweest van de opstanding van Christus. Doordat hij openlijk het verhaal van de verrijzenis ten gehore bracht werd Longinus schuldig bevonden en onthoofd. Het dramatische gebeuren wordt elk jaar opnieuw met veel passie en enthousiasme opgevoerd. De spelers vermommen zich als Romeinse soldaten en dragen daarbij gehelmde maskers ('morion' is een Mexicaans woord voor helm). De uit zacht hout gesneden maskers hebben alle een boze blik en een grimmige, met een baard omrande mond en fungeren op deze wijze als karikaturen van de boosaardige Romeinen. Op de ochtend van Goede Vrijdag begint de Kalbaryuhan, de opvoering van de lijdensweg van Jezus naar de berg Golgotha ('calvario' is Spaans voor kruisweg). Na de dood van Jezus om drie uur 's middags gaan vele jonge Filipino's zich te buiten aan zelfkastijding. Ze slaan zichzelf op hun ontblote rug met bamboestokjes. Doordat ze van tevoren bij elkaar oppervlakkige verwondingen hebben aangebracht met scheermesjes zien hun ruggen er al snel erg bloederig uit. Het schouwspel wordt afgesloten met een traditioneel bad in zee. De zaterdag verloopt vrij rustig, maar tijdens paaszondag bereikt het Moriones Festival zijn climax met de Pugutan, de onthoofding van Longinus. Vanaf de verhoging wordt door Pilatus en zijn prelaten via luidsprekers aan een onoverzienbare menigte het oordeel over Longinus verkondigd. Tot tweemaal toe lukt het Longinus om aan zijn belagers te ontkomen, maar uiteindelijk weten de Romeinse soldaten hem in te sluiten en belandt hij op het schavot. Hier wordt hij op dramatische wijze onthoofd, of liever gezegd, ontdaan van zijn masker. Om het tafereel nog echter te doen voorkomen wordt er rijkelijk gewerkt met namaakbloed. Terwijl de omstanders treuren en weeklagen wordt het lichaam van de 'onthoofde' Longinus op een draagbaar afgevoerd naar de kerk.

Het toppunt van zelfkastijding vormen de kruisigingen die jaarlijks niet alleen op Marinduque, maar ook op verschillende andere plaatsen in de archipel (vooral op Guimaras Island en op het eiland Luzon o.a. te Manila en San Fernando in de provincie Pampanga) worden opgevoerd. Daarbij laten zich verscheidene mannen daadwerkelijk voor enige tijd met spijkers aan het kruis nagelen. Sinds 1984 hebben zich ook enkele vrouwen hiervoor beschikbaar gesteld. Sommige van de boetedoeners houden het talloze minuten aan het kruis uit voordat ze bevrijd worden omdat ze anders dreigen te stikken.

Op 14 en 15 mei worden op verschillende plaatsen op het eiland Luzon feesten gehouden ter ere van San Isidro, de beschermheilige van de boeren. In de plaats Pulilan, gelegen in de Centrale Vlakte van Luzon, worden bij deze gelegenheid honderden fraai versierde waterbuffels op het kerkplein door de priesters gezegend. Van 17 tot 19 mei worden in Obando, eveneens op Luzon, de zogenaamde 'vruchtbaarheidsriten' gehouden ter ere van de beschermheiligen van de stad, San Pascual, Santa Clara en de Maagd van Salambao. Kinderloze echtparen voeren tijdens deze processie traditionele dansen uit. Mei is vooral de maand van processies ter ere van Maria. Gedurende de loop van de gehele maand worden er overal in het land, van de kleinste gehuchten tot in de grote steden, processies gehouden welke bestaan als de 'Flores de Mayo'-processies. Hierbij brengen meisjes, verkleed als engelen in meestal witte jurken, bloemenofferandes aan het beeld van de Maagd Maria.

De maand mei is eveneens de periode van de 'Santacruzan'-processies die ook overal in de archipel gehouden worden. Deze worden gevierd ter ere van de moeder van Constantijn de Grote, Santa Helena die volgens de legende het kruis van Christus heeft teruggevonden. Belangrijke vrouwen uit de bijbelse geschiedenis worden tijdens deze processies uitgebeeld door vrouwelijke figuranten ('sagalas').

Het feest van Johannes de Doper wordt gevierd op 24 juni, met name in San Juan (Metro Manila), waar een opvoering plaatsvindt van de doop van Jezus. Tijdens dit feest gooien de Filipino's rijkelijk met water naar elkaar. Tijdens de tweede helft van het jaar vinden op verschillende plaatsen rivierprocessies met versierde boten plaats. Aan het hoofd van zo'n kleurrijke bootparade ('caracol') vaart de belangrijkste boot. Hierop bevindt zich een relikwie (of een replica ervan) welke volgens de legende vroeger een rol heeft gespeeld bij een belangrijke wonderlijke gebeurtenis. De bekendste rivierprocessies zijn de 'Pagoda sa Wawa' (op de eerste zondag van juli te Bocaue, provincie Bulacan), het 'Pateros River Fiesta' (op 29 juli te Pateros, Metro Manila) en het 'Peñafrancia Festival' (tijdens het 3e weekend van september te Naga op zuidelijk Luzon).

Op de tweede zondag van oktober vindt te Quezon City (Metro Manila) de viering plaats van 'La Naval de Manila', de reeds eerder in dit hoofdstuk genoemde processie ter herinnering aan de overwinning van de Spanjaarden op Hollandse piraten in 1646. Tijdens Allerheiligen ontmoeten familieleden elkaar op begraafplaatsen om daar gedurende de nacht een soort 'religieuze picknick' te houden. De talloze brandende kaarsen en lampen leveren een indrukwekkend schouwspel op.

De Filipino's kunnen bogen op de langste Kerstmisviering ter wereld. Hoewel de kerstperiode officieel start op 16 december zijn de voorbereidingen al in volle gang vanaf het begin van de maand, terwijl men reeds vanaf begin november alom kerstliederen kan horen. Tijdens de periode van 16 tot 25 december kunnen religieuze Filipino's 's nachts en in de vroege ochtend de mis bijwonen ('Misa de Gallo'). Een kleurrijk aspect van de kerstviering vormen de prachtige papieren lampionnen ('parols') die opgehangen worden in de woningen en andere gebouwen. Zeer grote en indrukwekkende exemplaren worden vervaardigd om mee te doen in wedstrijden. Sommige van deze bouwsels bereiken een diameter van enkele meters en worden verlicht door honderden gloeilampen. De indrukwekkendste lampionnenparade is het Lantern Festival dat jaarlijks op 24 december gehouden wordt in San Fernando in de provincie Pampanga. De kerstperiode wordt officieel afgesloten met de viering van Driekoningen op de eerste zondag van januari.

Gerelateerde onderwerpen