Bezienswaardigheden

Het belangrijkste historische gebouw van Valletta, sterker: van Malta, is zonder twijfel de glorieuze St. John’s Co-Cathedral. De kathedraal is oorspronkelijk gebouwd als kloosterkerk tussen 1572 en 1577 in opdracht van de regerende grootmeester en was bedoeld om de macht van de orde op het eiland en in de regio te onderstrepen. De kerk werd opgedragen aan Johannes de Doper, de beschermheilige van de Maltezer ridders. De Franse grootmeester Jean l’Evȇque de la Cassiëre betaalde de kerk uit eigen zak. In 1816 verhief paus Pius VII de kerk tot kathedraal. Omdat Malta al een bisschopskerk had, namelijk die van Mdina, kreeg de kerk van Valletta de titel ‘co-kathedraal’. De macht van de ridders reikte zover, dat de door de paus van Rome benoemde bisschop van Mdina toestemming moest vragen om de co-kathedraal van Valletta te mogen betreden.

Merkwaardig genoeg vertrouwden de ridders de bouw toe aan Geralamo Cassar, hun onvolprezen vestingbouwer. Maar een vesting is geen kerk. Dat begrepen de ridders ook. Daarom werd Cassar voor alle zekerheid eerst naar Italië gestuurd om te worden bijgeschoold. Ondanks dat koos hij voor de dakconstructie van de kathedraal voor zes ronde bogen, hoewel in de 16e eeuw al kruisboogconstructies werden toegepast die over het algemeen steviger en veiliger werden geacht. In de 17e zijn aan de oorspronkelijke kerk een oratorium en sacristie toegevoegd; de huidige kloostergangen dateren uit de eerste helft 18e eeuw.

De kathedraal ligt ingeklemd tussen Merchants Street en Republic Street en doet met zijn strakke Dorische zuilen en stompe torens op het eerste gezicht sober aan. De torens waren oorspronkelijk wat frivoler en voorzien van spitsen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn die echter beschadigd geraakt en niet meer herbouwd. De functie van de rechtertoren is in tact gebleven en geeft nog steeds met drie klokken de tijd, de dagen van de week en de dagen van de sabbat aan.

De opkomst van de hoog-renaissance vanaf begin 16e eeuw in Noord-Italië, had geen invloed op Cassars bouwplannen. Maar achter de sobere façade ontstond een nieuwe wereld, de wereld van de hoog-barok. Een contrast dat naadloos aansloot bij de filosofie van de johannieters: eenvoud en soberheid van buiten, rijk en spiritueel van binnen.

Het interieur heeft op iedereen die de kerk bezoekt hetzelfde effect: ongeloof, verbazing, stilte, bewondering. Het is het werk van de Napolitaanse schilder Mattia Preti (1613-1699) die in zijn tijd tot de beste barokschilders van Italië werd gerekend. Het decoreren van de (toen nog) kloosterkerk van Valletta geldt als Preti’s levenswerk; kunsthistorisch wordt hij gezien als de meest toonaangevende representant van de hoog-barok. Preti deed overigens niet alles zelf. Hij zette lokale beeldhouwers en vergulders aan het werk wat hem populair maakte op het eiland. De Italiaan werd door de ridders goed beloond, onder andere met toelating tot de orde, hetgeen in die dagen als een bijzondere eer gold.

Het interieur van de kathedraal trekt je of je wilt of niet de ilussionistische wereld in van de hoog-barok. Boven uw hoofd speelt zich de geboorte, het leven en martelaarschap van Johannes de Doper af. Even minitieus als theatraal weergegeven. Mattia Preti werkte er vijf lange jaren aan, bijna dag en nacht.

Het altaar is in Rome gemaakt en naar Malta verscheept. Het is gemaakt uit marmer en verschillende soorten halfedelstenen. De toenmalige regerend grootmeester liet op de zijkanten ietwat protserig zijn persoonlijk wapen aanbrengen.

Wanneer u bent bijgekomen van de hallucinerend beeldverhaal boven uw hoofd, is het tijd voor wat zich onder uw voeten afspeelt. U loopt over welgeteld 154 marmeren grafstenen van leden van de verschillende ordes waarin de kruisridders waren georganiseerd. Vanaf de 17e eeuw zijn ook andere hoogwaardigheidsbekleders in de kerk bijgezet, voor het laatst in de 18e eeuw. Er duiken ook Hollandse namen op, bijvoorbeeld een zekere baron van Beveren in de Anglo-Beierse kapel.

Voordat Napoleon in Malta huishield, behoorde de kerkschat van de co-kathedraal tot de rijkste van het Middellandse Zeegebied. De Vlaamse tapijten lieten zich moeilijk omsmelten tot munten en overleefden deels de strooptocht van het Franse leger. Nu vormen ze het hart van de collectie van het kerkmuseum. Bij speciale gelegenheden verhuizen de mooiste tapijten tijdelijk naar het schip van de kerk.

De St. John’s Co-Cathedral beslaat een oppervlakte van ruim 2000 m2 en is voor het laatst gerenoveerd eind jaren tachtig met het oog op het bezoek van paus Paulus II in mei 1990.

Het Palace of the Grandmasters of ‘The Palace’, zoals het in de volksmond wordt genoemd, behoort tot de belangrijkste 16e-eeuwse gebouwen van de stad. Vestingbouwer Geralamo Cassar die ook de kathedraal bouwde, diende tweemaal plannen in voor een wat voornamer onderkomen voor de regerende grootmeesters. Die waren even zoveel keren niet tevreden. Maar uiteindelijk startte de bouw in 1571.

Een echt paleis kun je het twee verdiepingen tellende ‘The Palace’ niet noemen. Het heeft meer weg van een militair hoofdkwartier. Een paar dorische zuilen, lange barokke balkons plus een hoge balustrade die het platte dak omsluit, zorgen voor iets van grandeur.

Maar net als bij de kathedraal, bedriegt de schijn. Want het interieur is een en al pracht en praal. Dat blijkt al direct bij binnenkomst. De toegangspoort aan Republic Street komt uit in Neptune’s Courtyard, een bijna wulps hof in Italiaanse stijl met een fontein, geurende hibiscus en ranke jacarana bomen. En niet te vergeten het grote stenen naakt van Nepunus met de drietand.

Topattractie van het paleis is de Palace Armoury. Hier is een voor Europa unieke wapenverzameling bijeengebracht die een periode beslaat van de vroege middeleeuwen tot eind 18e eeuw. De orde kende een strenge ‘wapenwet’. Op persoonlijke wapens als degens en zwaarde na, werd al het wapentuig centraal op het eiland opgeslagen. Zo wisten de grootmeesters precies wat ze in huis hadden als de nood aan de man kwam. De meeste wapens waren afkomstig van de Europese vorstenhuizen die de ‘soldaten van Christus’ maar al te graag steunden in hun strijd tegen de oprukkende islam.

De bovenste verdieping van het paleis is sinds 1976 in gebruik als vergaderzaal van het parlement. Tijdens zittingen van het Maltezer parlement kunnen tijdelijk niet alle zalen van het paleis worden bezichtigd.

Op de kop van het schiereiland waarop Valletta zich uitstrekt ligt het robuuste, stervormige Fort St. Elmo. De eerste versie van het fort is in 1552 in nog geen half jaar tijd gebouwd. Het was bedoeld als eerste verdediging tegen een Turkse invasie. De 600 verdedigers, aangevoerd door Maltezer ridders, wisten de vijand vier weken buiten de deur te houden. De aanhoudende scheepsbombardementen van de Turkse vloot eiste echter een te grote tol.

Later die eeuw, toen de vesting Valletta werd gebouwd, werden de gehavende fortificaties van St. Elmo vernieuwd en verstevigd en ging het deel uitmaken van de vestingstad. Tijdens de Tweede Wereldoorlog ving St. Elmo de eerste bommen op die de Italianen voor Malta als Britse vlootbasis in petto hadden.

Nu is in het fort The National War Museum gevestigd en de nationale politie accademie; het museum is normaal toegankelijk.

Vóór de Tweede Wereldoorlog telde Valletta zeven prachtige zogenaamde auberges. Dit waren de hoofdkwartieren van de tongen waaruit de soevereine ridderorde van Malta destijds bestond. Drie van deze auberges trof hetzelfde lot als het Royal Opera House dat tijdens de oorlog in vlammen opging. Een van de mooiste nog bestaande auberges is die van de voormalige Spaanse ridders die voor de bouw van hun hoofdkwartier in de 16e eeuw Gerolamo Cassar aantrokken, de bouwheer die zowel de vesting van de stad had ontworpen als de kloosterkerk, de latere kathedraal.

De Auberge de Castilla et León is in de eerste helft 18e eeuw volledig gerestaureerd in Italiaanse stijl. De auberge heeft door zijn omvang en hoge ligging altijd het stadsbeeld van Valletta gedomineerd. Om die reden heeft het niet alleen in de Engelse tijd een gouvernementele functie gehad, maar ook nu nog: het is het Maltezer Catshuis, ofwel de ambtswoning van de eerste minister van Malta.